|
Column: Modernisering van de islam
Herman Philipse
Er zijn afgelopen week gelukkig ook enkele goede dingen gebeurd. Zo werd op donderdag 4 november de Erasmusprijs uitgereikt aan drie intellectuelen uit islamitische landen die zich, soms met gevaar voor eigen leven, hebben ingezet voor democratisering van hun samenleving: de filosofen Sadik Al-Azm uit Syrië en Abdolkarim Soroush uit Iran, en de sociologe Fatima Mernissi uit Marokko. Nederlandse intellectuelen kunnen een voorbeeld nemen aan hun moed.
Ik was vooral onder de indruk van Al-Azms toespraak. Hij pleitte krachtig voor een scheiding tussen kerk en staat in islamitische landen en voor vrijheid van godsdienst. In Irak, zo betoogde hij, is een verzoening van de historische Islam met de idee van een seculiere staat geen vrijblijvende keuze maar een vitale noodzaak, want, zoals hij zegt, het alternatief “may be too bloody and horrible to contemplate”. Dat betekent volgens hem wel dat de “historische Islam” zichzelf moet veranderen. Al-Azm noemde punten zoals de volgende: - Moslim gemeenschappen moeten alle Shari’a regels intrekken die religieuze minderheden discrimineren, net als ze vroeger de Shari’a regels hebben afgeschaft die slavernij rechtvaardigden; - Moslims moeten afscheid nemen van het soort Islam dat geobsedeerd is met het onderscheid tussen het “Huis van de Islam” en het “Huis van de oorlog”, waarbij andersdenkenden gezien worden als minderwaardig en vijandig; - Moslims moeten afscheid nemen van de ondergeschikte positie van de vrouw, die bedekt en verborgen moet worden als iets waarvoor men zich schaamt. Deze visie van Al-Azm impliceert dat Moslims ook principiëel het recht van geloofsgenoten moeten erkennen om de Islam de rug toe te keren, want wat is de waarde van een geloof waarvoor men niet vrij kiest? Sinds afgelopen dinsdag Theo van Gogh op bestiale manier werd afgeslacht door de radicale moslim Mohammed B., weten we dat deze discussie over de toekomst van de Islam in de moderne wereld ons allemaal aangaat. Moslim-organisaties zijn al begonnen hun verantwoordelijkheid te nemen. Sommige politici zijn zelfs zover dat ze hun naïviteit laten varen: het blijkt niet zo te zijn dat radicale moslims lief zullen zijn voor ons als wij maar lief zijn voor hen! Nederland moet eindelijk ophouden in de terrorismebestrijding het lekke mandje van Europa te zijn, en radicale moslims effectief vervolgen. Alleen als de overheid krachtdadig optreedt tegen moslim-terroristen en tegen Moskeen die hun ideologie verspreiden, zal het lukken “de boel bij elkaar te houden”.
|