|
Column: Idealen
Desanne van Brederode
Hoe hypocriet kun je zijn? Ik roep geregeld dat ik romans lezen belangrijk vind, maar na een drukke dag kijk ik liever naar Pauw & Witteman - om lekker te schelden op de presentatoren, die iedere nieuwe roman reduceren tot het autobiografische gehalte ervan. Vergeefs gescheld, want tegen een onbezield apparaat. De enige remedie is het ding uitzetten en een goed boek ter hand nemen. Niemand verplicht me tv te kijken.
Gelukkig ben ik niet de enige hypocriet. Als je de rouw- en relatieadvertenties mag geloven, is bijna iedereen bevlogen en diepzinnig. Dat je daar meestal weinig van merkt, komt doordat er een grote kloof gaapt tussen degene die we menen te zijn en degene die we werkelijk zijn. De lijsttrekker van de ChristenUnie, André Rouvoet, zegt in menig interview dat het hem “om de inhoud gaat” en dat hij die mist bij veel collega’s. Dat klinkt overtuigend en zijn kritiek, die hij ook in Kamervragen uit, snijdt hout. Maar tijd om zijn inhoud toe te lichten krijgt hij niet, want dan wordt het saai. Andere politici die zeggen dat het om inhoud gaat, besteden die inhoud uit. De SP laat priester-dichter Huub Oosterhuis zijn oude riedel tegen onrecht afsteken, met omfloerste stem - specifiek wordt het preekje nergens, ontroerend klinkt het wel. De VVD-leiders Bolkestein en Van Aartsen hadden hun huisfilosoof, Luuk van Middelaar. Iemand die in opdracht van een partij onafhankelijk reflecteert - dat is al een interessante paradox. Met het woordje ’inhoud’ valt te scoren. Zeggen dat je geëngageerd bent, is tegenwoordig al engagement. Zeggen dat je diepzinnig bent, of de diepzinnigheid bij anderen mist, is al diepgang. Waarom nemen we daar genoegen mee? Ruwweg gesteld zijn er twee soorten schrijvers: minkukels en grote literatoren. De minkukel schrijft: “Jan en Piet hadden veel diepgravende gesprekken”. Echte schrijvers weten dat je de dialoog tussen Jan en Piet zodanig moet componeren, dat de lezer zélf gaat denken: “Wat een diepgravend gesprek!” Maar een lezer kan dat alleen maar denken als hij de schrijver door zijn werk wil leren kennen. Thomas Rosenboom is niet geniaal vanwege zijn excentrieke liefde voor zijn konijn De Pons, maar om de boeken die hij maakt. En het is niet zijn, maar onze verantwoordelijkheid dat wij, om tot een oordeel te komen, zijn boeken gaan lezen. Misschien is het ook onze verantwoordelijkheid dat we de boeken en partijprogramma’s van onze politici lezen. Dan kunnen we pas echt uitmaken wie met recht over ‘inhoud’ spreekt. Politici moeten zich misschien minder op televisie als echte, leuke, heus diepzinnige mensen vertonen, maar wij burgers en mediamakers moeten hen ook minder als tv-personalities willen zien. Er zit een knop op de tv. Wij moeten zoeken waar we de inhoud, waarover iedereen zo druk rept, kunnen vinden. En dat kost tijd en stilte. Dat is diepgang en betrokkenheid, en die begint bij onszelf.
|