De politiek gaat nooit waarover ‘ie gaat, zei een wijs man ooit. Het is goed om dat in gedachten te houden als u de verslagen van de parlementaire debatten van de afgelopen weken leest. Maar als het de politici dus niet werkelijk te doen was om dubbele paspoorten of dubbele loyaliteiten, waarover ging het dan wel? Simpel gezegd: vaderlandsliefde. Niet zozeer de vraag of je van Nederlandse bewindslieden ondubbelzinnige blijken van vaderlandsliefde mag verwachten. Nee, het gaat dieper dan dat. Is vaderlandsliefde überhaupt belangrijk? Nee zegt links. Ja zegt rechts.
Patriottisme is in linkse kringen nooit echt populair geweest. De linkse mens ziet zichzelf eerder als wereldburger. Waar zijn huis staat en welk paspoort hij in zijn zak heeft, is niet meer dan toeval. De belichaming bij uitstek van deze opvatting is de voormalige studentenleider Danny Cohn-Bendit. Die zat eerst namens de Duitse, toen namens de Franse en daarna weer namens de Duitse Groenen in het Europees parlement. Kortom, wat zegt zo’n paspoort nu helemaal? Vaderlandsliefde is op zijn best kneuterig – niveau boerenkool of klompendans – op zijn ergst grenzend aan fascisme. “Unsere Ehre heisst Treue,” schreef NRC-columniste Elsbeth Etty naar aanleiding van de paspoortendiscussie – alsof ieder pleidooi voor vaderlandsliefde automatisch bij de Waffen SS eindigt.
Oscar Wilde zei ooit dat vaderlandsliefde de laatste schuilplaats van de schurk is. Dat zal wel. Maar dat zegt meer over de schurk dan over de vaderlandsliefde. Er zijn immers ook genoeg eerzame burgers die van hun vaderland houden. En waarom ook niet? Het is heel normaal om warme gevoelens te koesteren voor de eigen taal, het eigen landschap, het nationale verleden. De kern van het inburgeringprobleem in een immigratieland als het onze is nu juist dat sommige nieuwkomers deze gevoelens niet hebben. Bij de oplossing van het inburgeringprobleem zou een herwaardering van vaderlandsliefde dan ook wel eens een belangrijke rol kunnen spelen. Niet ten koste van Europa. Of van de vrijheden van onze kosmopolitische bovenlaag. Maar ten bate van Nederland. En vooral: ten bate van de nieuwkomers. Laten ze daar in Den Haag nu maar eens een keer over gaan debatteren.