|
Koranverbod
Column Joshua Livestro 8 april 2007
Mensen vragen mij wel eens of ik mij ook zo zorgen maak over de Islam. Zorgen? Nee. Het probleem zit hem volgens mij eerder in onze reactie op de aanwezigheid van de relatief kleine Islamitische minderheid in ons land.
Ik heb me bijvoorbeeld wel lang zorgen gemaakt om onze elite die uit een overmaat aan ruimdenkendheid concessies deed die zelfs in een islamitisch land als Turkije ondenkbaar waren. Vrouwenbesnijdenis, burka’s, veelwijverij, alles moest kunnen. Dat zou immers de nieuwkomer helpen zich hier thuis te voelen. De strijd tegen dit soort onnozelheid is zo langzamerhand wel gewonnen. Maar nu duikt er opeens een nieuw probleem op. Mensen die zo bang zijn voor het denkbeeldige islamitische gevaar dat ze bereid zijn de vrije samenleving op te blazen om te voorkomen dat die in moslimhanden zou vallen. Zo kan het gebeuren dat nota bene de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie in zijn huisorgaan een pleidooi afdrukt voor het verbieden van het heilige boek van een van de drie wereldgodsdiensten. Onze voorvaderen legden al in 1579 in de Unie van Utrecht vast dat in de Nederlanden “een yder particulier in sijn religie vrij sal moegen blijven.” Deze vrijheid van geloofsovertuiging, de vrijheid te bepalen wat er in je eigen hoofd en hart omgaat, is het fundament waarop de Nederlandse vrije samenleving rust. Deze vrijheid van geloofsovertuiging moet nu blijkbaar van mijn anonieme partijgenoot Frankenvrij op de schop. Deze “liberaal” wil gaan regelen wat er in het diepst van ons geweten omgaat. In naam van de vrije samenleving, uiteraard. Een vraagje: hoe zou zo’n verbod eigenlijk werken in praktijk? Politie-invallen om clandestiene Korans in beslag te nemen? Gevangenisstraffen voor moslims die illegaal gedrukte exemplaren van de Koran verspreiden? En als de Koran eenmaal verboden is, moet dan de Bijbel, met de antiliberale preken van Jezus over het scheiden van de bokken en de schapen niet ook verboden worden? Waar eindigt het? Laat ik die vraag maar even beantwoorden: het eindigt hier. Ik kan, in het kader van een levendig debat, best het een en ander verdragen. Maar er zijn grenzen. Als dit soort denkbeelden ooit officieel partijstandpunt worden, dan gaat mijn lidmaatschapskaart in de prullenbak. En dan hoop ik dat ieder oprecht vrijheidslievend VVD-lid hetzelfde doet. Inderdaad: in naam van de vrije samenleving.
|