|
De politicus als cineast
Column Désanne van Brederode
In interviews met Bekende Nederlanders klinkt geregeld de vraag: ‘Heb je nog ambities voor de toekomst?’ Veel Bekende Nederlanders antwoorden dan dat ze ervan dromen ooit nog eens boek te schrijven. Acteurs, presentatoren, zangers, sporters, fotomodellen en politici; ze genieten van hun succes, maar het ultieme geluk is het schrijven van een boek.
Desnoods bundelen ze oude columns of maken ze samen met een ‘echte’ illustrator een kinderboek. Alsof dat makkelijker zou zijn. Zolang er maar een tekstje van eigen hand komt, met een kaftje eromheen en een foto op het achterplat - liever nog op het voorplat. Natuurlijk heeft het iets aandoenlijks dat Bekende Nederlanders allen geloven dat het schrijven van een boek de kroon op het leven is. Nu nog zijn ze slechts een pratend hoofd op televisie, mompelen ze nederig, en televisieroem is terecht vergankelijk. Maar schrijvers! Die werken in stilte en offeren hun ego alsof het niets is – alles voor een mooie zin, een fantastisch verhaal dat het dagelijks gekrakeel overstijgt en de essentie van het mens-zijn raakt. Toch is die nederigheid schijn. Bekende Nederlanders weten even goed als u en ik, dat er amper nog gelezen wordt - van alle genres is de literaire fictie het minst populair. Bovendien weten ze dat hún boeken in hoge stapels bij de kassa van de boekhandel worden neergelegd en zelfs verkrijgbaar zijn in sigarenkiosken en supermarkten, terwijl kwaliteitsromans alleen vindbaar zijn voor wie doelgericht zoekt. De Bekende Nederlander die het schrijverschap bewierookt, voelt zich allerminst schuldig dat hij zijn helden nog verder wegdrukt naar de marge. Het is vreemd dat de literatoren uit roeping niet ageren tegen degenen die schaamteloos schrijvertje spelen. Maar ook andere kunstenaars en vakmensen blijven stil wanneer een BN-er ongeschoold, gemakzuchtig en nog onbeschroomd ook hun terrein betreedt. Toen ik hoorde van de filmplannen van Geert Wilders, hoopte ik dat alle filmers en documentairemakers in Nederland wel hun beroepseer zouden verdedigen. Dat ze in staking zouden gaan en eisen dat hun werk voorlopig niet werd uitgezonden, onder het motto: ‘Als een politicus zich als serieus cineast gaat gedragen en dienovereenkomstig wordt bejegend – dan willen wíj het niet meer zijn.’ Helaas. Het gesprek ging weer uitsluitend over polarisatie, Islam en vrijheid van meningsuiting. Dat is jammer voor iedereen die kunst en cultuur wil vrijwaren van schreeuwerig amateurisme. Een filmplan van iemand die niet eens een slechte van een goede kapper kan onderscheiden, was een prachtige aanleiding geweest om alle televisiepersoonlijkheden aan te klagen die zonder respect voor het ambacht boekjes broddelen en filmpjes fröbelen (gisteravond bleek dat ook Marianne Thieme zich aan een film heeft gewaagd) en zo de kwaliteitslat lager leggen – ja, om het nu eens over artisticiteit, onafhankelijkheid, talent, techniek en vakmanschap te hebben. Elitair? Welnee. Profvoetballers en hun supporters zouden het ook niet accepteren als een willekeurige presentator, popster of politicus opeens ongevraagd en vooral ongetraind het veld op rende. Dat snapt iedereen.
|