|
Land voor Mozartfans
Column 6 januari 2008
De kerstvakantie vierde ik in Wenen, stad van beroemde componisten. De bejaarde Nederlandse hotelgasten waren voor de familie Strauss gekomen. Na afloop van het concert, aan de hotelbar, gedroegen ze zich als brallende pubers. ' Die wijn is troep! Hoho, niet voordringen! Ik zeg: in Holland had ik mijn pilsje allang gehad! Maar dat versta jij zogenaamd niet, hè?'
Naar de merchandising te oordelen, bleef Mozart de grootste toeristentrekker. Voor verkouden bezoekers boden souvenirwinkels papieren zakdoekjes met diens portret; kunst om je neus in te snuiten. Overal waren ansichtkaarten met Gustav Mahler te koop, maar Beethoven? Wie in zijn voetsporen wilde lopen, moest per streekbus de stad uit, de hoogste berg van het Wienerwald op, de sneeuw in - van daar begon de afdaling langs Beethovens werkadressen. De kamer waar hij zijn prachtige laatste stukken componeerde, was een museumpje geworden. Daar lag de dramatische brief aan zijn broers, waarin Beethoven zijn verdriet om zijn aldoor verergerende doofheid beschrijft en eerlijk bekent dat hij zelfmoord heeft overwogen. Zo stil als de wereld voor Beethoven werd, zo stil was ook de pelgrimsroute. Het viel op dat de weinige Beethovenliefhebbers, Russisch, Japans, Frans, Amerikaans of Italiaans, niet haastig, geërgerd en kwebbelziek langs de gedenktekens marcheerden, de camera in de aanslag: ze namen voor elk detail de tijd. In zijn wat drukkere geboortehuis in Bonn had die ingetogen toewijding me eerder ook al zo getroffen. En opeens dacht ik: identiteit heeft niets met Blut und Boden te maken, of, wat netter, met je wieg en wortels, maar alles met je lievelingsmuziek. Misschien kunnen we nieuwe landen maken, een land voor Mozartfans, voor Bachadepten, een land voor Beethovenvereerders. Vrij internationaal verkeer gegarandeerd, maar je weet: bij een bezoek aan Straussland de oordopjes mee, niet om de Nieuwjaarswalsjes te vermijden, maar om overeind te blijven tussen de agressief luidruchtige bewoners. Vervolgens herinnerde ik me de commotie van een paar jaar geleden, toen de extreemrechtse Jörg Haider continu in het nieuws was. Angst alom: het Oostenrijkse gevaar zou als een lawine Europa binnenrollen. Waar was Haider nu? Hoe groot bleek dat voorzegde sneeuwbaleffect? Moeten we beducht zijn voor iedereen die ook hier met Wiener Blut meebrult? Juist niet. Zolang rasechte Hollanders hun meezingers van elders halen, valt het met hun xenofobie wel mee. Ieder volk krijgt de helden waar het om vraagt. Mensen die oorverdovend veel vuurwerk afsteken, moeten later door een dikke mist naar huis. En raken in paniek. Ja, dan heb je een krachtige roeptoeter nodig, maar die is meestal ook snel uitgewerkt. Net als de meedein-riedeltjes Johan van Strauss cum suis; storm in een glas champagne. Maar er zijn nog genoeg andere mensen, die het hele jaar aandachtig naar muzikaal vuurwerk luisteren, zonder er hard doorheen te klappen. Zij blijven de eigen weg heel helder voor zich zien, en verlangen geen charismatische zwaaistok. Ze durven gebroederlijk eenzaam te wandelen, verdiept in innerlijke muziek - dus doof voor losse flodders.
|