|
Angst voor de dood
Column Désanne van Brederode 30 maart 2008
“Het lijkt wel oorlog,” zei de mevrouw die een lezing van cardioloog Pim van Lommel aankondigde. “In geen jaren was deze kerk zo afgeladen vol.” Een fragment uit het programma Profiel, waarin de onderzoeker van Bijna Dood Ervaringen afgelopen woensdag centraal stond. Kerken lopen leeg – maar de prediker van het eindeloos bewustzijn garandeert optimale bezetting. We hadden Jan Siebelink al. Na verschijning van diens roman Knielen op een bed violen, werd de schrijver binnengehaald als de Grote Trooster, die toonde dat je best heimwee mocht voelen naar je christelijke jeugd.
Al zaten er absurde en gruwelijke kanten aan het geloof, de mystiek ervan bleef schitterend. Dan biechtte Siebelink op dat hij stiekem wel eens hoopte op zo’n Godsontmoeting als zijn vader had beleefd en soms nog bang was voor een Goddelijk Oordeel. Heel herkenbaar, vond het publiek. Achteraf bezien lijkt Siebelink de wegbereider voor de blijde boodschap van profeet Pim. “De dood is taboe in onze samenleving,” stelt hij. “Waarom die angst?” Een opmaat voor de ontroerende verhalen die patiënten hem toevertrouwden. Ik geloof ze. Curieus is hooguit de suggestie dat iedereen bij overlijden ongeveer hetzelfde te wachten staat. Een tunnel, licht, muziek, schitterende kleuren, ontmoetingen met dierbaren en een terugblik op het eigen leven, achteruitgespoeld als een film. Sommige ervaringsdeskundigen voegden daar aan toe dat ze als van binnenuit konden voelen hoe hun daden, nalatigheden, uitspraken en gedrag op anderen waren overgekomen. Mij lijkt dit laatste een uiterst pijnlijke aangelegenheid. Als ik denk aan de keren dat ik anderen gekwetst heb, bedoeld of onbedoeld, dan houd ik mijn hart vast voor straks. Kan ik die fouten ooit nog herstellen? Moet ik niet nu al proberen te leven vanuit dezelfde empathie die mij na mijn dood kennelijk overvalt? En wat ondergaan grote misdadigers aan gene zijde? Werden Hitler en Stalin daar net zo warm welkom geheten als de vriendelijke groenteboer? Van Lommel rept nauwelijks over schuld en boete. Hoewel sommige collega’s hem onwetenschappelijkheid verwijten, kan hij zich onthouden van morele standpunten, aangezien een wetenschapper niet mag speculeren. Zo willen moderne mensen spiritualiteit. Wel de lusten, niet de lasten. Een democratisch hiernamaals, waarin het niet uitmaakt hoe je hebt geleefd – straks is er dat stralende weerzien met je lieve oma en een mooie soundtrack eronder. Het is elke dag koopzondag in de tempel. De genade is afgeprijsd en zal steeds goedkoper worden, als in een ware supermarktoorlog. Ooit krijgen mensen bij aanschaf van een spiritueel artikel een gratis smurfenengel. “Spaar ze allemaal.” Het steekt mij dat velen zich laten bejegenen als kleuters, wier handje gauw gevuld is. Ik blijf toch geloven dat mensen meer zijn dan consumenten in de sentimentele sprookjesleeftijd. Dat ze in afzondering kunnen reflecteren op hun eigen leven en steeds opnieuw kunnen besluiten hoe ze er voor andere mensen willen zijn - ook als er aan het einde geen beloning volgt. Sterker, misschien is dit leven in een vrij deel van de wereld het geschenk al wel. Dat besef maakt je schatplichtig, in plaats van hongerig naar méér.
|