|
Het land Birma
Column Désanne van Brederode 18 mei 2008
In 1991 ontving de Birmese leidster van de democratische beweging, Aung San Suu Kyi, de Nobelprijs voor de vrede. Al sinds 1990 leeft ze onder huisarrest. In mijn Amnesty-agenda ontdekte ik een tekstje van haar hand, waaruit haar medeleven blijkt met alle landgenoten die omwille van hun denkbeelden in de cel zitten. De laatste regels luiden: ‘Dit is de achtste winter waarop ik ’s ochtends ben opgestaan en de schone, frisse wereld heb aanschouwd en me heb afgevraagd hoeveel gevangenen kunnen genieten van de schoonheid die door onze dichters zo mooi is beschreven.’ Eronder meldt Amnesty nog: ‘In mei 2007 zou ze vrijkomen, maar werd haar arrest met een jaar verlengd.’
Dat jaar is nu om. Komt ze vrij? Kunnen de VN daar druk achter zetten? Als Birma nu niet in het nieuws was geweest, had ik me die vragen niet gesteld – ook al gebruik ik mijn agenda iedere dag. Ik had er, al afspraken makend, gewoon overheen gelezen. Het land blijft een abstract kleurvlak op de kaart, en dat komt omdat er nauwelijks beelden van zijn. Zelfs frequente Azië-gangers weten niets over de natuur, de lokale tradities, klederdracht, culinaire specialiteiten en muziek. Dictaturen hebben er baat bij dat niet alleen de eigen soldaten en agenten vergeten dat ze met mensen van doen hebben, maar ook dat de rest van de wereld dat geleidelijk vergeet. En de truc werkt. Ik heb nu al vaker een traan geplengd om de slachtoffers van de aardbeving in China, dan om de cycloondoden in Birma – en ik was destijds nog meer onder de indruk van de Tsunami en orkaan Katrina. Kennelijk betekenen Gelijkheid en Broederschap, toch de boezemvrienden van de vrijheid, nauwelijks wat voor mijn emoties, laat staan voor de acties die daaruit volgen. Waarom geld overmaken? Het komt toch niet aan. Ja, de truc werkt. Dagelijks lees ik commentaren op de zaak Fritzl. Hoe kon dat monster jarenlang zijn gang gaan? Waarom hadden zijn vrouw en vrienden niets door? Wat is er mis met het plaatsje, met de Oostenrijkers in het algemeen, dat niemand onraad rook? Spannend gegeven om je verbeeldingskracht en je verontwaardiging op los te laten. Maar dezelfde verbeeldingskracht hadden opiniemakers jaren eerder al kunnen gebruiken om de situatie in Birma te doorgronden. Door de orkaanramp gaan de kelderdeuren eindelijk een stukje open. Net als de vrienden van Fritzl worden we geconfronteerd met onze afzijdigheid; we maken ons druk om de afwezigheid van democratie in Irak, om de macht van de Taliban in Afghanistan, om de Spelen in Peking - maar Birma? Bestond dat ook nog? Misschien kunnen we de schade inhalen, door te zoeken naar het werk van de dichters die door Aung San Suu Kyi worden geprezen, door het te lezen en zo alsnog een levendige indruk van het land te krijgen. Het gebrek aan foto’s en ooggetuigenverslagen mag nooit een excuus zijn voor gebrek aan medeleven. Integendeel. Juist waar de informatie niet voor handen is, zullen we onze fantasie op volle toeren moeten laten draaien, net zolang tot de motor aanslaat. Net zolang tot we ook wat voelen voor mensen over wie we helaas maar één ding zeker weten, namelijk dat het mensen zijn.
|