• Avro
  • VARA
  • vpro
Aflevering Nr. 916 
 
Camiel Eurlings
minister van Verkeer en Waterstaat
Bevat video
Arie Oostlander
Oud-directeur Wetenschappelijk Instituut van de christendemocraten
Bevat video
Sybilla Dekker
Oud-minister van Volkshuisvesting
Bevat video
Dames en Heren
Column Désanne van Brederode 19 april 2009
Het fileleed van Eurlings
zondag 19 april 2009
terug naar de aflevering
Dames en Heren
Column Désanne van Brederode 19 april 2009
Dames en Heren. Het is tijd voor pijnlijke onthulling. We leven in een dictatuur. U mag geloven dat Nederland een democratie is, waar iedereen mag zeggen en denken wat hij wil, maar ik blijf het herhalen: we leven in een dictatuur.
Niet die van de media, de technologie of de commercie; de ware dictatuur is die van het weer. Vorige week zaterdag merkte ik dat goed. Ik zeulde de Paasboodschappen naar huis, en plotseling fietste er een man tegenover me, traag, te traag, die me aandachtig opnam en daarna riep: ‘Goede jas!’ Beschuldigend. Inderdaad, ik droeg een wollen winterjas. Helemaal dichtgeknoopt, daar bovenop een dikke sjaal. Of ik maar even verantwoording wilde afleggen. Zelf ging mijnheer gekleed in een korte broek, die vrij zicht bood op zijn gebruinde knieën, en hij droeg een vrolijk shirtje. Had ik misschien niet door wat voor weer het was? Ik mompelde braaf ‘Sorry’, maar eenmaal thuis dacht ik: “Het hersenspoelen is dus weer begonnen.” Ik moet van alles uittrekken, en bovenal: lachen, genieten, af en toe spijbelen en terrasjes pakken, meefluiten met nostalgische zomerhits. Ik moet vakantieplannen maken, en kwetteren over leuke rokjes, recepten voor frisse salades, ik moet flirten alsof ik een vlindertje van vijftien ben, en ik word geacht het weer mooi te noemen, liever nog prachtig…
Zelfs die melancholieke, introverte Gerrit Hiemstra eist dat van mij, al doet hij dat goddank wel zuchtend – want tja, opdracht is opdracht…
Ik moet mezelf verloochenen, als een geboren vrijdenker in een familie van fundamentalisten.
 
Mooi weer? Dat is het in november, als de bomen vechten tegen de wind, een gevecht dat ze verliezen – met rondwaaiend goud, broos, vergankelijk goud, tegen een loodgrijze hemel. Mooi weer is het, als de gordijnen ‘s middags al dicht kunnen, en opwapperen als er een ijzige sneeuwwind binnenwaait. Mooi weer is weer waarbij je kunt nadenken over echte liefde en echte dood, op een waarachtige, harde, onmooie manier. Mooi weer is regenweer waarin niemand ziet dat je jankt om de ellende die het leven is. Weer, waarin je Jacques Brel hoort fluisteren en briesen. Mooi weer is weer waarin je moet proberen zelf een brandende zon te zijn, tegen beter weten in. Natuurlijk, ik kan het spelletje prima meespelen, en doen alsof er geen crisissen en conflicten bestaan, een wijntje aan het water kan ik best waarderen… Maar soms voel ik me een banneling, een roepende in de woestijn… Namens al diegenen die deze wanhoop delen zou ik de blije, vrije meerderheid willen vragen: mag het een beetje minder? Mogen wij, bij wijze van verzetsdaad, nog even in onze Noorse truien lopen? Mogen wij ’s nachts alstublieft klaarwakker de dagen tot eenentwintig september tellen,wanneer we weer onszelf kunnen zijn, op onze eigen, nimmer frivole, hartstochtelijk herfstige wijze? Zolang wij worden getergd en gemarteld met kletspraat over iedereen die geniet van het mooie weer… ‘Dus moet jij ook, je wilt toch geen spelbreker zijn?’ – zolang verdom ik het te geloven dat ik leef in een vrij land. Het is maar dat u dat beseft.