• Avro
  • VARA
  • vpro
Aflevering Nr. 918 
 
Abstractie
Column Désanne van Brederode 3 mei 2009
De kwetsbaarheid van de kroon
zondag 3 mei 2009
terug naar de aflevering
Abstractie
Column Désanne van Brederode 3 mei 2009
De filosoof Hegel werd vaak verweten dat hij te abstract dacht. Om zijn ideeënsysteem kloppend te krijgen, deed hij de meerduidige werkelijkheid van alledag geweld aan, beweerden zijn critici . Als antwoord hierop schreef Hegel ooit een essay waarin hij een openbare terechtstelling van een moordenaar opvoert. Een paar dames in het publiek merken op dat de moordenaar wel een zeer aantrekkelijk voorkomen heeft. Omstanders sissen verontwaardigd. Een misdadiger kan namelijk niet ook nog eens mooi zijn, is de algemene opinie. Wie een verrot innerlijk heeft, heeft dus ook een rotkop – punt uit.
De dames die weigeren de man tot zijn misdaad te reduceren, zijn zelf natuurlijk geen haar beter, oordeelt men. Voor Hegel vormt dit oordeel een bewijs dat juist de massa in abstracte ideeën denkt, bijvoorbeeld om moreel correct te lijken.
Ik dacht hieraan toen ik donderdag overal las en hoorde dat een zonnige oranjedag was veranderd in een zwarte dag vol rouw. Waar – en niet waar.
 
Omringd door halfnaakte spierbundels stond Gerard Joling op een bomvol Museumplein te zingen, terwijl er in Apeldoorn een pijnlijke persconferentie werd voorbereid. Joling, beroemd om zijn uitspraak ‘Ik heb er de kracht niet voor’, leek alle kracht van de wereld te hebben, en dat gold ook voor zijn uitzinnige publiek, dat inmiddels allang weet had van het drama. En in Apeldoorn zelf: geschokte toeschouwers mochten aan een verslaggever van het Journaal vertellen wat ze kort tevoren hadden beleefd – daarachter stond een man met feestmuts op het hoofd en kindje op de nek, enthousiast in de camera te zwaaien.
 
Een dame in klederdracht die eerst nog blij aan de interviewer van Man bijt Hond toonde dat ze een folkloristisch tasje aan het breien was, reageerde ontdaan op het nieuws, om daarna te roepen dat de dader wat haar betreft aan zijn verwondingen mocht doodgaan. De afgelopen dagen zag ik met verbijstering hoe de media erin slaagden iedereen op dezelfde ‘emotionele golflengte’ te krijgen. Geen talkshowgast zei nog: ‘En toch was de vrijmarkt dit jaar heel gezellig’, iedereen riep: ‘Waar moet dat heen met Nederland, of met Koninginnedag,’ en er werd druk gespeculeerd over het motief van de dader.
 
Volgens televisiewetten ben je een betrokken, gevoelig persoon als je meteen je woordje klaar hebt– en een onverschillige, egocentrische ijskast als je niets weet te zeggen, of, nog erger, durft te genieten van de mooie dingen die er op hetzelfde moment in je eigen leven gebeuren. De media floreren bij abstractie en eisen dat men zich op een zwarte dag treurig, en op een feestdag vrolijk gedraagt. Wie zich niet aan de regels houdt, kan rekenen op verontwaardigd gesis.
 
Sommige televisiecommentatoren worden griezelige robots, op afroep beschikbaar om namens het volk te weeklagen, of daarin een voortrekkersrol te vervullen. En impliciet zeggen ze: als jij, kijker, niet net zo geëmotioneerd bent als ik, dan deug je voor geen meter. Daarmee doen ze groot onrecht aan al die mensen die een paar dagen nodig hebben om de schok tot zich te laten doordringen, en aan diegenen die in stilte wanhopig zijn, terwijl ze desondanks lachen en feestvieren. Met een enorme bulldozer walsen ze over de menselijke ziel heen, die zoveel lagen kent, en zoveel uitingsvormen – alles omwille van de eenvormigheid die dan met een mooi woord gemeenschapszin wordt genoemd, of solidariteit. Al dat opzichtige vertoon van wenselijke emoties, toont één ding: dat steeds meer mensen slachtoffer worden van de abstractiedenkers, voor wie zwart altijd zwart is, en nooit zwart en rood en blauw.