|
Memento
Column Desanne van Brederode 1 november 2009
Het is vandaag Allerheiligen en morgen Allerzielen, dagen waarop katholieken over de hele wereld hun overledenen gedenken. In supermarkten in Warschau werden twee weken geleden al kleurige graflampjes verkocht, ontdekte ik op vakantie aldaar. Prachtig in de najaarsschemering, onder de hoge, bruine kerkhofbeuken.
Het is vandaag ook een jaar geleden dat For the Love of God, een kunstwerk van de Brit Damien Hirst, in het Rijksmuseum werd onthuld. Ruim ervoor was er al heisa over de tijdelijke expositie; lieden die de menselijke schedel, bezet met duizenden diamantjes, nog nooit hadden gezien, wisten al dat hier sprake was van schandalige verspilling ? en dat, terwijl de kredietcrisis net was uitgebroken! Al op de derde dag vielen de wachtrijen mee. De schedel stond in een vitrine in een volledig verduisterde kamer, en werd beschenen door verdekt opgestelde spotjes. Het was alsof hij licht gaf. Alsof hij uit licht bestond. Planetenlicht. Zilver, goud, soms wit, soms veelkleurig, en toch: bijna doorschijnend. Zelfs in de oogkassen lag een geheimzinnige sterrenglans, nevelig, bijna vochtig. Dauw? Of ongehuilde tranen? De afzonderlijke steentjes, die je op foto?s van het werk zo goed zag zitten en die het iets protserigs gaven, leken versmolten tot één grote, stralende lamp. Wanneer je er aandachtig naar staarde, kon je onder je haren, je huid, plotseling je eigen doodshoofd voelen - de harde kalkstructuur die er van je zal resten als je vlees allang is verteerd. Daarbij overviel mij een ongekende rust. Het leek of mijn eigen brein begon te stralen ? als een spiegel die het licht tegenover mij reflecteerde. ?Natuurlijk ga ik dood, en dat is maar goed ook.? Diamanten ? ontstaan uit fossiele plantenresten die miljoenen jaren geleden steenkool werden en nog weer veel later edelstenen, diep in de bodem? Ja, die zijn eeuwig. De meeste andere zaken zijn dat niet. ?Alles van waarde is weerloos,? dichtte Lucebert ? en omdat de dood geen rekening houdt met die weerloosheid, moeten wij mensen het doen, aandachtig, met warmte, nu het nog kan, voordat we sneven. Wat opviel, was dat zoveel bezoekers spraken. Niet eens op fluistertoon. Ze somden wetenswaardigheden uit de folder op, telden de kiezen in het gebit, deden voor hoe de kaakbeenderen werkten, of riepen uit dat het heel knap was, om die diamantjes in zulke keurige rijtjes op die kop te knutselen. Wie praat, bestaat. Verzekeraars bieden mensen tegenwoordig de kans om uitvoerig over hun eigen uitvaart te onderhandelen. Maak er een feestje van, dat nabestaanden lang zal heugen!? We zwijgen de dood niet dood: we praten hem dood. En anders is het alleen maar een tussenstationnetje op een spannende, mooie reis. De gulzigheid: ?Het kan niet, mag niet over zijn. Ik wil nog méér!? Misschien is die genadeloze ontkenning van de sterfelijkheid, van de schedel onder je weldoorvoede, immer jeugdige gelaat, wel de ware oorzaak van de economische crisis. Toch goed dat er een For the Love of God is. Wat mij betreft is dit sublieme toonbeeld van realisme niet eens miljoenen, maar miljarden waard.
|