• Avro
  • VARA
  • vpro
vorige   volgende  
donderdag 17 oktober 2002 1:06 recensie
Vergeetachtige bohémien
Ramses van Pieter Fleury
Heel Amsterdam was verliefd op hem, vertelt Joop Admiraal in de documentaire Ramses over zijn vroegere partner. De begeleidende beelden uit de jaren zestig, van een jonge, knappe, aanstekelijk vrolijke Ramses Shaffy, maken dat gemakkelijk te geloven.
In het toen nog keurig aangeharkte Nederland was de zanger-acteur een exotische, opwindende verschijning. Shaffy, kind van een Egyptische diplomaat en een Pools-Russische dame die beweerde telg te zijn uit de tsarenfamilie, leefde als een ware bohémien en predikte de passie: voor zang, dans en muziek, voor vriendschap en liefde, voor het nachtleven, en voor de drank.
 
Regisseur Pieter Fleury woonde als kleine jongen schuin tegenover het huis van Shaffy en Admiraal en kwam er soms in de tuin spelen. De laatste jaren zocht hij Shaffy weer op, nu in een verzorgingstehuis in de Amsterdamse Roetersstraat, waar de 69-jarige zanger woont sinds het een tijdje ‘niet zo goed met hem ging', zoals zijn vrienden het eufemistisch benoemen.

Het is duidelijk dat Fleury in zijn film op zoek is naar dramatisch effect door de levendige, aantrekkelijke Shaffy van vroeger te contrasteren met de vergeetachtige bejaarde in het verzorgingstehuis. Maar echt onthutsend pakt dat niet uit.

De hedendaagse Shaffy is weliswaar een hulpbehoevend man, maar lijkt nog altijd over voldoende levensplezier te beschikken. Hij is er ook niet slecht aan toe: regelmatig komen oude vrienden - Admiraal, Kitty Courbois, Liesbeth List, Mary Dresselhuys - bij hem op bezoek, steevast met een flesje wijn onder de arm. En hij mag af en toe flink in de war lijken, vaak genoeg komt hij nog verrassend scherp en geestig uit de hoek.
 
Dat Shaffy tegenwoordig ‘wordt geconfronteerd met de gevolgen van zijn levenswijze', zoals het publiciteitsmateriaal bij de film vermeldt, is dan ook een holle frase. Vooral ook omdat niet wordt opgehelderd wat hem precies mankeert.
 
‘Dat weet ik allemaal niet, en ik hoef het ook niet te weten', zegt Shaffy er zelf over. En gelijk heeft hij.
 
Ook zonder opgelegde dramatiek weet de film te boeien en te ontroeren. Dat is hoofdzakelijk te danken aan zijn kleurrijke hoofdpersoon, die nu eenmaal een dankbaar onderwerp vormt voor een documentaire.
 
Ramses, in Utrecht bekroond met het Gouden Kalf voor de beste lange documentaire, is een portret volgens beproefd recept: Fleury interviewde enkele intimi, waarbij Admiraal de show steelt, en Louis van Dijk het meest verhelderend is in zijn analyse van Ramses' talent. Ook toont Fleury amusant archiefmateriaal en hij sprak uiteraard langdurig met Shaffy zelf, die hij ook laat pianospelen en zingen voor de camera.
 
De moeilijkheid schuilde voor Fleury vooral in de montage. Met een bescheiden lengte van zeventig minuten voor ogen, moest hij een scherpe selectie maken uit het beschikbare materiaal.
 
Hoewel op zijn keuze best wat af te dingen valt - zo is de informatie over Shaffy's carrière summier, en had Fleury zijn rol als ‘overbuurjongen' niet hoeven benadrukken - is het resultaat bevredigend. Zeker voor Ramses Shaffy, die na de première op het Nederlands Film Festival een koninklijke onderscheiding ontving.
 
Nog zo'n gevolg van zijn levensstijl.