Fotografe Dieuwertje Komen n.a.v. 'Concrete Dreams’ - een duo-tentoonstelling met Elian Somers in het FOAM in Amsterdam, een wandeling met planoloog Vincent Kompier door Berlijn: Hoe kan het dat Berlijn aan geen enkele planologische wet voldoet en toch functioneert?, een reportage over de theatervoorstelling ‘Nature or Nurture’, en ‘De ketting’ met de dichter Philip Hoorne.
EERSTE UUR
Catherine van Campen ontmoet fotografe Dieuwertje Komen n.a.v. 'Concrete Dreams’, een duo-tentoonstelling met Elian Somers in het FOAM in Amsterdam. De fotografen laten hun visie op het stedelijke landschap zien. Komen reflecteert op het bijzondere van het alledaagse stedelijke landschap door naar de relatie tussen architectuur en stedenbouw te kijken.
TWEEDE UUR
Jeroen van Kan ontmoet planoloog Vincent Kompier in Berlijn en praat met hem over de functie van open ruimtes in de stad waar niks is vastgelegd. Die plekken vormen de creatieve longen van Berlijn, laboratoria waar met alles geëxperimenteerd kan worden. Hoe kan het dat Berlijn aan geen enkele planologische wet voldoet en toch functioneert? En hoe kan het dat de openbare ruimte in Berlijn veel te groot is voor het aantal inwoners en er toch geen ghetto’s ontstaan?
DERDE UUR
Kinderen met opplaksnorren, nepsigaretten en water in drankglazen. Dat is wat je op het toneel ziet bij de voorstelling 'Nature or Nurture' van Alexandra Broeder. De kinderen doen alsof ze twee volwassen stellen zijn die elkaar op een avond bezoeken. Er worden grote-mensenzaken besproken en als de avond over gaat in de nacht wordt de sfeer steeds grimmiger. Wat er dan gebeurt is niet meer geschikt voor kinderogen. 'Nature or Nurture' wordt gespeeld door vier kinderen van twaalf en dertien jaar. Maar de voorstelling is nadrukkelijk bestemd voor een volwassen publiek. Verslaggever Botte Jellema ging naar een try-out.
‘De ketting’. Een snoer van gedichten, opgezet door de dichter Daniël Dee, waarbij dichters op een gedicht reageren van een andere dichter door middel van een nieuw gedicht. Afl. 24. De dichter Philip Hoorne reageert op het gedicht van Peter Swanborn.