De Nederlandse architect Robert van 't Hoff (1887?1979) maakte aan het begin van de twintigste eeuw vernieuwende ontwerpen voor woonhuizen, waarvan Zomerhuis Verloop en Villa Henny het meest opvallend zijn. Met de Villa Henny verwierf hij internationale faam. Deze 'betonvilla' uit 1918 is een icoon geworden van modernistische architectuur en geldt als een uitgesproken voorbeeld van het begin van het Nieuwe Bouwen in Nederland.
Van 't Hoff was medeoprichter van De Stijl, de kunstenaarsgroep rond het gelijknamige tijdschrift. Met zijn architectuurontwerpen en theoretische geschriften toonde hij zich een kritisch lid van de internationale avant-garde. Als architect streefde hij naar een invloedrijke rol bij de realisatie van een nieuwe maatschappij met meer sociale gelijkheid en minder persoonlijk bezit. Van 't Hoff ontwierp verschillende wooncommunes en schreef vlammende manifesten om zijn doelen te bereiken.
Botte Jellema spreekt met architectuurhistoricus Dolf Broekhuizen n.a.v. de tentoonstelling 'Alles of niets', gewijd aan Van 't Hoff, in het Kröller-Müller Museum. Ook is hij medesamensteller van de monografie die onlangs over Van 't Hoff verscheen: 'Robert van 't Hoff. Architect van een nieuwe samenleving'.