|
Het Marathoninterview: Lotje IJzermans spreekt drie uur met documentairemaker Michiel van Erp. Een gesprek over zijn leven, zijn werk en het theater.
Documentaireregisseur Michiel van Erp (1963) profileert zich als chroniqueur van Nederland, een waardig opvolger van Bert Haanstra, die zich daarbij bedient van een behoorlijke portie ironie en een klein vleugje venijn. In films en televisieprogramma’s als Lang Leve, Op Avontuur, en Pretpark Nederland houdt hij de kijker als het ware een lachspiegel voor. In de film Angst (2009) toonde Van Erp zich van een andere kant. Hij registreert daarin, vol mededogen, het dagelijks bestaan van een zestal mensen met een angststoornis. Lotje IJzermans spreekt drie uur met documentairemaker Michiel van Erp over zijn leven, zijn werk en het theater. EERSTE UUR Het begint over de film die hij nu aan het maken is en die al over twee weken op televisie moet, over Rotterdam en de Tour de France. TV Rijnmond wilde graag zien hoe Rotterdam het zou houden onder de komst van de tourorganisatie die de stad voor een paar dagen overnam. Hij maakte er een groter verhaal van: van oude wielrenners die hun helden van nu en vroeger zien. Meteen ging het over het werk van een documentairemaker. Van Erp ziet zijn hoofdpersonen pas op het moment dat hij gaat filmen – voor die tijd zijn alleen de researchers langs geweest, die het voorbereidende werk doen, er is al bedacht welke handelingen de mensen zullen doen, wat ze zullen vertellen. Maar toch zorgt Van Erp ervoor dat er ook weer juist andere dingen gebeuren, het onverwachte, spontane. Hij haalt mensen uit de handeling die ze aan het doen zijn, en vraagt naar iets heel anders. Dan kan je de echte emotie te pakken krijgen, dat zijn de momenten die in de film komen. "Het is een trukendoos," zegt hij, "maar het is sowieso nooit de werkelijkheid. Er is een camera, er is licht, en ik laat mijn werkelijkheid van die mensen zien." Er zijn documentairemakers die acteurs inhuren – dat zou hij nooit doen. "Ik heb daar niks mee," zegt hij. Hij vindt het al vervelend als mensen een stukje naar links moeten van de cameraman vanwege het licht. Hij laat mensen ook nooit iets over doen. Wat is de functie van ironie, is de vraag. Dat is zelfspot, komt er als beslist antwoord. "Je herkent als kijker ook jezelf. Je houdt mensen een spiegel voor." Ik ben een goedaardige parasiet, zo omschrijft Van Erp het. "Ik maak gebruik van mensen en situaties, maar goedaardig." Al krijgt hij soms complimenten van buiten op zijn werk juist vanwege zijn geslepenheid, zijn valsigheid – dat hij zo meedogenloos juist de grappige mensen en hun strijd in het leven laat zien. TWEEDE UUR Zijn eerste droom in zijn werkzaam leven was om acteur te worden – maar hij werd afgewezen voor de theaterschool en toen ging hij maar studeren aan de TU. Hij werd productontwerper. Na die studie werd hij alsnog acteur, bij een jeugdtheater in Den Haag. Na vier jaar acteren besloot hij dat hij middelmatig was als acteur, en er dus zijn geld niet mee kon verdienen. En toen kwam hij bij de jeugdprogramma’s van de VPRO TV terecht en merkte hij meteen dat hij veel gelukkiger was achter een camera, dan als acteur. Hij wilde zijn werkelijkheid laten zien. Met de Hollandse volksaard als specialiteit. De kleine man, wie hij ook maatschappelijk is. En het filmen van die werkelijkheid is een gevoelsmatig proces, niet zo bedacht, geconstrueerd, wil hij nog even toevoegen, het is niet alleen een trukendoos. Neem die serie 'Welkom in Nederland', die gaat over Nederlanders die zich inzetten voor de Nieuwe Nederlanders. Waarbij het hem vooral opviel hoeveel mensen doen. Zo werd hij geraakt door twee vrouwen in het Gooi die zich hebben ontfermd over het gezin van een Iraanse vluchteling van wie de vrouw weggevallen was. Dat grenzeloze helpen, dat raakte hem. Van Erp heeft inmiddels ook een flink aantal films gemaakt rond het koningshuis. Wat er achter de schermen gebeurde bij de uitvaart van Prins Claus. Een film over de voorbereidingen op Koninginnedag in Katwijk, die voor de grote dag werd uitgezonden en die de Koningin zelf gezien bleek te hebben. En waarover ze zei: eens maar nooit meer, want Koninginnedag moet een sprookje blijven. Van Erp is ervan overtuigd dat Beatrix bewust niet uit haar eigen glazen doos stapt. Zij denkt echt dat er een sprookjeswerkelijkheid bestaat omdat wij met z’n allen die facade blijven ophouden. Zou jij jezelf door jou zelf laten portretteren, is de vraag. "Néé." Zegt hij meteen - zonder nadenken. Van Erp noemt zichzelf een gelukkig man, gelukkig in zijn werk, twee jaar geleden getrouwd met de man waar hij al 25 jaar mee is, en vader van een pleegzoon Joey, die op zijn 14-de bij hen kwam wonen, en die zelf een moeder had die niet voor het geluk in de wieg gelegd was.
|
|