|
De acceptatie van een robotkat
Philips wil met Icat mens-machine-interactie onderzoeken
Ze snort als ze wordt aangehaald en kijkt verdrietig als je haar vertelt weg te gaan. Maar als je het haar aardig vraagt wil ze de dvd-recorder voor je programmeren. Of je favoriete muziek opzetten, je mail voorlezen en de laatste weersvoorspellingen doorgeven. De robotkat Icat van Philips verkeert nog in een teststadium, maar wordt al gebruikt voor onderzoek met ouderen en werd door Time Magazine gekozen tot één van de beste uitvindingen van 2005. De meertalige robotkat, voorzien van gezichts- en stemherkenning wordt vooral geprezen omdat ze emoties kan tonen en daarom in staat is de gebruiker een emotionele band met het robodier te laten ontwikkelen.
Philips lanceerde de sprekende robotkat in 2004 als een researchproject om meer inzicht te krijgen in de interactie tussen mens en robot. Door samen te werken met universiteiten moet duidelijker worden hoe de Icat model kan staan voor een nieuw type robotsysteem, dat verschillende apparatuur moet integreren en dat op verschillende terreinen kan worden ingezet. Daarbij kan gedacht worden aan ingebouwde waarschuwingssystemen in vrachtwagens, maar ook aan de inzet in de ouderenzorg. Zo zou het denkbaar zijn dat verzorgingshuizen robotdieren inzetten om ouderen aan het innemen van medicijnen te herinneren, of bij een val contact te maken met de hulpdiensten. Voordat het zover is moeten ouderen het robodier wel accepteren. Marcel Heerink is als onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Information Engineering van de Hogeschool van Amsterdam en kijkt in hoeverre de Icat als hulpmiddel geaccepteerd wordt door ouderen. “In mijn onderzoek maak ik gebruik van een ‘neutrale’ en een ‘socialere’ versie van de Icat. De socialere versie is expressiever, heeft meer gezichtsuitddrukkingen, en complimenteert de gebruiker door attente opmerkingen te maken. In een verzorgingshuis in Lelystad testte Heerink welke van de twee robotkatten het makkelijkst geaccepteerd werd. De sociale versie bleek iets populairder te zijn dan de neutrale versie. “Toen we vroegen of mensen de Icat thuis zouden willen hebben, was lang niet iedereen enthousiast. De meeste mensen zien Icat als een leuk speeltje, maar lijken toch een beetje bang hun onafhankelijkheid te verliezen als ze zo’n hulpmiddel in huis zouden halen.” Heerink denkt dat de acceptatie van de Icat misschien hoger zou liggen wanneer ouderen het robotkatje voor langere tijd zouden testen: in zijn onderzoek werd de Icat 5 minuten voor een grotere groep ouderen gepresenteerd en kregen de ouderen 5 minuten tijd om een-op-een met het robotkatje te communiceren. Het onderzoek van Heerink is slechts een van de voorbeelden van de samenwerkingsverbanden die Philips met de Icat probeert te stimuleren. Philips heeft zo'n 50 Icats ontwikkeld, waarmee universiteiten in Nederland en elders aan de slag kunnen gaan. Samen met Belgische en Franse partners werken de universiteiten van Groningen en Utrecht samen aan andere sociale toepassingen van de Icat. Ook de EU heeft inmiddels interesse getoond in het stimuleren van de Europese robotindustrie, door in 2005 het samenwerkingsplatform Europ op te richten. Naast universiteiten zal nu ook de industrie geld ontvangen voor de ontwikkeling van Europese tegenhangers voor de Aziatische robots en hun toepassingen.
|