|
Mallfunction
De mall als metafoor in de zombiefilm "Dawn of the Dead"
De mall is in films vereeuwigd als symbool van genadeloos consumentisme. Regisseur George Romero heeft zich in zijn zombiefilms laten inspireren door de blinde lust naar goederen. In zijn film "Dawn of the Dead" uit 1978 banen de "living dead" zich al moordend een weg door de lange gangen van het winkelwalhalla.
Eindeloze promenades vol verleidingen. Verdieping op verdieping, een opeenstapeling van assortimenten. Niets heb je verder nodig. Voedsel, slaap, recreatie, zuurstof: alles is te vinden in de megamall. Een mens kan er wonen, als het moet. Ook als het niet moet. Sterker nog, een vakantie naar de mall is al een feit, zoals “De Toekomst” laat zien. Leven in een overkoepeld, gecontroleerd kunstmatige bazaar. Voor de één een hel, voor de ander de definitie van hemel op aarde. Het gevolg: uitgestorven winkelstraten in de harten van de steden, ghost towns. Voor geluk moet men ergens anders zijn: in de mall, daar waar geluk per streepjescode over de toonbank vliegt. In de film Dawn of the Dead (1978) van George A. Romero sluiten de hoofdpersonages zich op in een winkelcentrum om te ontkomen aan een massa zombies die langzaam maar zeker het land overneemt. Francine Parker: "What are they doing? Why do they come here?" Stephen: "Some kind of instinct. Memory, of what they used to do. This was an important place in their lives." Zombies dus. Waar het in Romero’s film om gaat moge duidelijk zijn. De mens is niet meer dan een mateloos consumerend stuk vlees, dat uiteindelijk zichzelf verslindt. Van de film kwam twee jaar geleden zelfs een remake uit. Romero vond het kennelijk nodig zijn pessimistische toekomstvisie ook aan de ipod-generatie voor te schotelen. Romero toont in zijn satire de apathie van de zombies als ze uiteindelijk de mall zijn binnengedrongen. Ze schuifelen met open mond kwijlend door de winkels alsof Romero tegen de kijker wil zeggen: “wakker worden, dit ben jij!”. De hoofdpersonages zien het verschil tussen zombies, etalagepoppen en zichzelf niet meer. Ze zijn volledig afgestompt en niet meer in staat menselijkheid te herkennen. Maar Romero’s maatschappijkritiek vond blijkbaar geen weerklank. Het megamall concept lijkt zich mondiaal te verspreiden. In Noord-Amerika, waar de mall geboren werd, is er geen stad zonder een dergelijke tempel van verzadiging. Maar ook de ons omringende landen lijken de trend te volgen. Denk in Frankrijk aan de hypermarché’s, in Duitsland aan Centro bij Oberhausen waar men na de cocktails en stijldansoefening op zojuist aangeschafte Prada schoenen een piste kan pakken, alvorens te ontspannen in het pretpark. De mall is onontkoombaar. Net als de zombies in Romero’s film verslindt de mall alles dat op haar pad komt. De hoofdpersonen uit Romero’s film ondervinden dit aan den lijve: Francine Parker: "They're still here." Stephen: "They're after us. They know we're still in here." Peter: "They're after the place. They don't know why, they just remember. Remember that they want to be in here." Francine Parker: "What the hell are they?" Peter: "They're us, that's all, when there's no more room in hell."
|