• vpro
Aflevering Nr. 15 
 
Het pleidooi
Politieke partijen pleiten voor lekenrechtspraak
Ceci n'est pas un terroriste
Ten onrechte aangezien voor een terrorist
De kloof tussen burger en rechter
Drie hoogleraren over de toekomst van de Nederlandse rechtstaat
De Terroriste
maandag 17 april 2006
terug naar de aflevering
De kloof tussen burger en rechter
Drie hoogleraren over de toekomst van de Nederlandse rechtstaat
Is lekenrechtspraak een goede manier om het vertrouwen van de burger in de rechterlijke macht te herstellen? Draagt lekeninbreng bij aan de democratisering van het juridisch apparaat of is de "kloof" tussen burger en rechter waar men in de politiek over spreekt slechts een mythe? Drie hoogleraren spreken zich over deze vraagstukken uit.
Freek Bruinsma, hoogleraar rechtstheorie aan de Universiteit van Utrecht noemt drie argumenten die pleiten voor lekenrechtspraak: "Nederland heeft op dat gebied een achterstand op het buitenland. Wanneer je naar de ons omringende landen kijkt zie je dat de meeste toch een vorm van juryrechtspraak kennen. Zo worden in Denemarken en Duitsland civiele zaken door lekenrechters afgehandeld. En in Engeland heb je de zogenaamde "justices of the peace" die 80% van alle strafzaken voor de rekening nemen. Deze mensen doen dit vrijwillig en genieten veel aanzien binnen de plaatselijke gemeenschap. Het is in dat opzicht een aardige burgerdienst."
 
"Op de tweede plaats is het een ontlasting van de rechterlijke macht. Kleine zaken worden afgehandeld door burgers. De rechterlijke macht houdt zich dan bezig met de zwaardere zaken. Een misvatting is echter dat het inzetten van burgers in de rechtspraak tot meer democratie leidt. Wat wel groeit is de kennis en herkenbaarheid van de rechterlijke macht zodat ze dichterbij komt."
 
"Alleen de derde stap zou in mijn ogen tot een democratischer rechtssysteem kunnen leiden. Als je naar de zaak Dutroux kijkt zie je dat de Belgen een andere vorm van juryrechtspraak hebben dan Amerikanen. De zaak Dutroux is wat dat betreft te vergelijken met Fortuyn en Van Gogh hier. Als leken deze zaken hadden berecht was er meer over gesproken wat uiteindelijk had geleid tot een meer democratische behandeling. Het is dan ook dit derde punt waarop lekenrechtspraak iets fundamenteels zou kunnen bijdragen aan een democratisering van de Nederlandse rechtsstaat."
 
Ook Theo de Roos, hoogleraar strafrecht aan de Universiteit van Tilburg, ziet dat Nederland "uit de pas" loopt ten opzichte van het buitenland als het gaat om lekenrechtspraak: "In Nederland hebben we in de Franse Tijd twee jaar juryrechtspraak gekend. Toen de Fransen in 1814 vertrokken hebben we het meteen weer afgeschaft. De Belgen voerden het in 1830 na de onafhankelijkheid van Nederland direct weer in. In de EU kennen bijna alle landen lekenrechtspraak. Dat wij dat niet hebben is een symptoom van de Hollandse koopmansgeest: we willen goedkope strafrechtspleging."
 
"Ik twijfel of de lekenrechtspraak hier echt gaat komen. Lekenrechtspraak zal niet leiden tot hogere straffen of een hogere kwaliteit van het juridisch apparaat, maar wel tot meer begrip en betrokkenheid, dat is de sleutel. In dat opzicht is Nederland het meest gebaat bij het Duitse model, waarin leken worden voorgedragen door gemeenten en maatschappelijke organisaties. Op deze manier betrek je "the people" bij de rechtspraak. Het Duitse model is wat dat betreft sympathiek."
 
John Griffiths is als hoogleraar rechtssociologie verbonden aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Volgens hem is "het gat" dat tussen de bevolking en rechters zou bestaan onzin: "De bezwaren in Nederland slaan nergens op. Ze zeggen meer over het Nederlandse politieke klimaat dan over juryrechtspraak. Jury's zijn een verschijnsel van een populistisch ingestelde politiek-cultuur. Het behelst een wantrouwen jegens deskundigen en professionals. Amerika is daar het toppunt van. Maar in Nederland is er helemaal geen sprake van een kloof. Ik hoor niks vanuit "het volk". Het zijn slechts kreten. De man in de straat denkt daar helemaal niet over na. Die kloof is slechts een kennisvoorsprong. De mening van een deskundige en Jan met de pet is inhoudelijk niet verschillend wanneer beide betrokkenen over dezelfde kennis en informatie bezitten. De oorsprong van de onvrede moet men zoeken op het materiële vlak: de NS, gezondheidszorg, politiek."
 
Is de democratie dan niet gebaat bij meer inmenging van de man in de straat?: "Het democratische ideaal als argument vóór juryrechtspraak heeft nauwelijks voeten in de aarde. Wanneer je kijkt naar het "one man, one vote" principe, het concreet participeren bij de besturing van het land, dan is het inzetten van een jury een manier om dat na te streven. Maar het blijft een ideologie. De Amerikaanse jury weerspiegelt ook een bepaalde ideologie, maar die verhoudt zich niet tot wat er in de praktijk gebeurt. Er is hier veel onderzoek naar geweest: er is geen verschil tussen de vonnissen van een jury of een rechter."