|
Deel 4 - Codewoord Mercedes
Op zaterdagochtend 11 juni 1977 maakt de Nederlandse overheid plotseling en onverwacht hard een einde aan de Molukse gijzelingsacties van de trein bij De Punt en de lagere school in Bovensmilde.
Bij deze grootste militaire operatie sinds de oorlog in Nederland uitgevoerd, waarbij 15.000 kogels op de trein worden afgevuurd, komen ruim 50 gegijzelden ongedeerd vrij. Maar er zijn ook doden te betreuren. Twee gegijzelden en zes kapers worden doodgeschoten. Met deze aanval brak de overheid resoluut met de tot dan toe gevolgde Dutch Approach – de benadering om door middel van praten en tijd rekken de actie te beëindigen.
De politiek zag destijds geen reden een onderzoek in te stellen naar de gang van zaken rond de aanval. Bijna 25 jaar later zoeken we met de direct betrokkenen antwoorden op de vele vragen die bestaan rond de ware toedracht ervan. Waarom werd de Dutch Approach verlaten? Waarom kregen verdere bemiddelingspogingen geen kans? Wat was het aanvalsplan? Hoe werd het politiek gepresenteerd en hoe werd het in de praktijk uitgevoerd? De motor achter de Dutch Approach was zonder twijfel minister-president Joop den Uyl. Na afloop van de aanval verklaart hij dan ook: “Dat geweld nodig was om een einde te maken aan de gijzeling ervaren wij als een nederlaag”. Hij wordt hiervoor zwaar bekritiseerd, omdat hij daarmee de militairen afvalt. Uniek is een niet eerder uitgezonden fragment uit 1987, tien jaar na de aanval, waarin Den Uyl nog iets verder gaat. Onomwonden, en met spijt zegt hij: “Het blijft een executie van mensen, in overtreding, maar het is een executie.” De schutters laten in de film geen misverstand bestaan over het doel van de beschieting van de trein van buitenaf: de kapers uit te schakelen. Maar zo duidelijk heeft een politicus dat nog niet eerder gezegd. Door middel van warmtefotografie en afluisterapparatuur weten de militairen vlak voor de aanval precies waar de kapers zich bevinden. Er worden er op het laatst extra mitrailleurs ingezet om die plaatsen te doorzeven. Minister van Justitie Van Agt spreekt in dit verband echter liever over ‘compartimenteren’: het beschieten van de portalen om te voorkomen dat de kapers bij de gegijzelden kunnen komen. De film laat zien dat beide plannen naast elkaar zijn uitgevoerd, én dat de uitvoering ervan niet feilloos verloopt. Bij het ‘compartimenteren’ wordt namelijk een passagier, Ansje Monsjou, op een van de balkons gedood. De kapers blijken na de beschieting nog in staat terug te schieten naar de oprukkende mariniers. Twee mariniers doen in de film uit de doeken hoe het tenslotte geheel op hun persoonlijke inschatting neerkwam om de kapers te doden dan wel te arresteren. Hansina, de enige vrouwelijke kaper, wordt hiervan het slachtoffer. Junus Ririmasse, die de aanval met 14 kogels in zijn lichaam overleeft, vertelt in de film hoe hij meer geluk heeft. De Dutch Approach mislukte door de impasse die ontstond nadat de kapers in de vorige aflevering een toezegging hebben gekregen dat ze naar het buitenland kunnen vertrekken, waarna de invloed van de onderhandelaar dokter Mulder tot nul daalde. Daarnaast speelde de Molukse onderhandelaar mevrouw Soumokil, die in 1975 nog zorgde voor de goede afloop, in 1977 een hoogst ongelukkige rol. Zij brengt enkele dagen voor de aanval een briefje de trein in waaruit blijkt dat de Afrikaanse staat Benin bereid is de kapers op te nemen. Het is de vraag of nieuwe onderhandelingen daarna nog wel zin zouden hebben gehad. De overheid had de vrije aftocht teruggedraaid. Door het voortduren van de kaping meent ze nu dat de gezondheid van de gegijzelden ernstig in gevaar komt. Dokter Tutuhatunewa verklaart in de film echter dat hij bij zijn bezoek aan de trein hiervoor geen aanwijzigen kan vinden. Het belangrijkste voor de afloop is het feit dat er politiek en militair een consensus groeide om het aanvalsplan, dat na de voorbereidingen van 1975 verder was geperfectioneerd, ditmaal daadwerkelijk toe te passen.
De hoofdpersonen in deze aflevering zijn: Molukse actievoerders Junus Ririmasse, actievoerder trein De Punt ’77; Gustaaf Tehupuring, bezetter school Bovensmilde ’77 Haagse authoriteiten Mr. A.A.M. van Agt, minister van Justitie; W.F.K.J.F. Frackers, hoofd Politie, ministerie van Justitie; Mr. M. van der Stoel, Minister van Buitenlandse Zaken; Dr. J.A. van Kemenade, minister van Onderwijs Mr. A. Stemerdink, minister van Defensie Beleidscentrum Assen Mr.T. Faber–de Heer, voorlichter ministerie van Justitie; Mr. R. A. Gonsalves, landelijk terreurofficier; H. Havinga, BBE-psychiater; Dr. D. Mulder, rijkspsychiater; Mr. A.P. Schilthuis, commissaris van de Koningin Drenthe; J.A.H. Stokreef, coördinator BBE’s Gegijzelden J.W.A.M. Fakkert, gijzelaar De Punt; K.H.M. Monsjou, vader gijzelaar De Punt; R.M.C. Oostveen, gijzelaar De Punt; E.J. van der Vliet, hoofdonderwijzer en gijzelaar Bovensmilde Operatiën J. Boekelmans, precisieschutter BBE; B.C. Bouman, precisieschutter BBE; H.W. Helmantel, Rechercheur Rijkspolitie Groningen; G. Huijsse, rechercheur terreurbestrijding; D. de Jong, politierechercheur en Leider Plaatselijk Delict 1977; C. Kommer, commandant BBE- schutters; D.A. Scholing, rechercheur Rijkspolitie Assen; BBE-ers Korps Mariniers Molukse autoriteiten Z. Pessireron, bemiddelaar Wijster ’75; E. F. Souhuwat – Tomasoa, assistent Manusama lid Moluks Crisiscentrum; J. Soumokil – Taniwel, bemiddelaar; Mr. H. W. J. Droesen, advocaat voor de RMS; H. J. Owel, bankier en RMS-zaakgelastigde; F.L.J. Tutuhatunewa, bemiddelaar Overigen K. Buurman, chef NOS-radio; D.F. van Geel, warmtefotografie; G.F. Nelck, kinderarts
|