|
Interviews met “bekende Nederlanders” die in hun jeugd mishandeld zijn, met het doel het taboe rondom dit vaak verzwegen en verborgen fenomeen te doorbreken. Schrijver Arthur Japin, cabaretier Hans Dorrestijn, tv -journalist Catherine Keijl, actrice/zangeres Tatjana Simic en politica Karina Schaapman spreken bijzonder openhartig over hun jeugdervaringen, het effect hiervan op hun verdere leven, de wil om zich aan het verleden te ontworstelen en iets bijzonders van hun leven te maken
Zij geven getuigenissen met een sterke mogelijkheid tot identificatie met de intentie de onwetendheid en machteloosheid rondom kindermishandeling te verminderen: Tatjana Simic: Eigenlijk mocht ik geen meisje of vrouw zijn; mijn vrouwelijkheid werd mij verboden. Onbewust ben ik daarom later juist die kant opgegaan. Ja, ik ben gewoon een pin-upmeisje geworden en dacht: "oke, dit is van mij". Hier heeft mijn vader niets over te vertellen en als ik met mijn naakte lichaam op de foto wil, dan bepaal ik dat zelf. Arthur Japin: Als ik nu terug kijk, denk ik: ja, het is een gebrek geweest die jeugd, maar ik heb het nu over een schitterend gebrek. Als je jong bent is, denk je: hier kom ik nooit meer over heen, hoe moet ik leven met deze achterstand, deze mismaaktheid zoals je het voelt, maar nu is het een onderdeel van wie ik ben. Het is een bouwsteen, misschien wel een rare puntige rots, maar het is wel een bouwsteen waarop ik de rest van mijn leven heb gebouwd. Hans Dorrestijn: Ik ging verhalen vertellen over de idiote dingen die mijn stiefvader deed aan mijn vrienden, ik ging zorgen dat mensen er om moesten lachen. Je moest niet met tranen in je ogen vertellen hoe erg het allemaal was en ook niet zo dat ze na de derde keer riepen "ja, nu weten we het wel". Maar je moet het zo doen dat ze moeten lachen. En ik was het verhaal kwijt. Daar heb ik geluk mee gehad en later heb ik er mijn beroep van gemaakt. Karina Schaapman: Ik heb een colafles gepakt en toen kwam hij thuis en ging ik achter hem staan. Ik zie nog die kale plek op zijn achterhoofd, ik zie nog elke porie waar ik hem zou treffen. Maar ik krijg mijn arm niet omhoog om te slaan en toen ben ik naar mijn kamer gelopen en heb ik de hele avond trillend op mijn bed gezeten. Toen wist ik: "dit is niet goed". Het is een soort besef, een soort inzicht. De dag daarna ging ik naar school en waarschijnlijk zag de directeur het aan mijn gezicht. Hij kwam naast me zitten en het enige wat hij zei was :"wil jij misschien ergens anders wonen?" Catherine Keyl: Ik was elf en wist niets van sex. Ik wist geloof ik niet eens hoe je kinderen moest krijgen, o nee, dat wist ik wel, maar ik was er totaal niet mee bezig. Maar die hoofdonderwijzer, die heeft mij gewoon behandeld alsof ik zijn echtgenote was. In die tijd was een hoofdonderwijzer een soort God. Dus het was iets van: soms moest je hinkelen, soms moest je knikkeren en soms moest je dat doen. Ik vond hinkelen en knikkeren ook vervelend, dus ja.
|
Extra Getuigenissen
Meer BN-ers werden in hun jeugd mishandelt
|