• vpro
vorige   volgende  
vrijdag 18 oktober 2002 20:30 verslag
1ste Globaliseringslezing: J.F. Rischard
Over de noodzaak van een mondiale overheid
De wereld lijdt aan een bestuurscrisis, dat stelde Jean Francois Rischard in de eerste Globaliseringslezing die op 18 oktober 2002 plaatsvond. Rischard is vice-president van de Wereldbank en auteur van het boek ‘Vijf voor Twaalf’. Volgens de Luxemburgse econoom schieten de afzonderlijke natiestaten hopeloos tekort in de aanpak van grote problemen als armoede, het broeikaseffect en het dreigende drinkwatertekort. De mondiale aard en omvang van deze problemen vragen om een verregaande samenwerking en grensoverschrijdende collectieve actie. Huidige internationale instituties als de VN en het IMF hebben veel te weinig macht om echte resultaten te boeken, en een ‘wereldregering’ is nog heel ver weg. En omdat de tijd dringt moeten we snel op zoek naar nieuwe manieren om de mondiale problemen op te lossen. Rischard stelt daarom voor om voor ieder nijpend wereldprobleem, hij onderscheidt er 20, een Global Issues Network op te richten. Een GIN is een mondiaal netwerk bestaande uit overheden, bedrijven en niet-gouvernementele organisaties. Zij moeten de problemen in kaart brengen en vervolgens richtlijnen uitvaardigen voor de aanpak ervan. Alleen op die manier kan de wereld voorkomen dat het probleem escaleert en kunnen we met een gerust hart de 21ste eeuw ingaan.
Hieronder een verkorte versie van de lezing die Rischard gaf. Via de links hiernaast vindt u de website van Jean Francois Rischard, een bespreking van zijn boek ‘Vijf voor Twaalf’ en een interview dat voorafgaand aan de lezing verscheen in De Volkskrant.
 
_________________
DE EERSTE GLOBALISERINGSLEZING - JEAN FRANCOIS RISCHARD.
 
Verkorte versie van de lezing op 18 oktober in Felix Meritis, Amsterdam. Deze tekst verscheen eerder in De Volkskrant.
 

"Vergeet de term globalisering. In plaats van een papperige, slecht gedefinieerde kracht, zijn er twee grote krachten die de komende twintig jaar dramatische veranderingen in elke hoek van de aardbol zullen veroorzaken.

De eerste is de demografische kracht. Op een reeds overbelaste planeet groeit de bevolking van 5 miljard mensen tien jaar geleden naar 8 miljard in 2025. Dat veroorzaakt een heel scala aan sociale en milieuproblemen. De tweede kracht is een totaal nieuwe wereldeconomie, die op haar beurt wordt gedreven door twee revoluties: een nog maar nauwelijks begonnen technologische revolutie, draaiend rond steeds goedkoper telecommunicatie- en computertechnologie, en een economische revolutie, veroorzaakt door het feit dat vrijwel alle landen ter wereld nu zijn overgeschakeld op een markteconomie. Die tweede kracht veroorzaakt zowel mogelijkheden als problemen die hun weerga niet kennen.
 
Deze twee krachten zijn exponentieel, niet lineair. Bij de demografische kracht is de schaarste - aan land, water, bodem, ruimte, diersoorten - exponentieel. Bij de economische kracht is de overvloed exponentieel - denk aan de wet van Moore: de kracht van computerchips verdubbelt elke 18 maanden. Tegelijkertijd ontwikkelen de menselijke instituties zich lineair: Regeringen, ministeries, internationale organisaties, alle grote hiërarchieën die nog doortrokken zijn van het industriële tijdperk. Daardoor dreigen de demografische en economische krachten de menselijke instituties te overweldigen.
 
Er ontstaat hierdoor een bestuurscrisis. Kiezers geloven niet meer dat hun politici de problemen kunnen oplossen. De politici denken nationaal en op korte termijn - de volgende verkiezingen - terwijl de problemen diepgeworteld en mondiaal zijn, en bovendien pas op langere termijn opgelost kunnen worden. Maar het grootste slachtoffer van de bestuurscrisis is het vermogen om de aandacht te richten op de meest urgente mondiale problemen.
 
Op onze planeet kunnen deze mondiale problemen niet opgelost worden door één natiestaat. Zij vragen om samenwerking en collectieve actie - iets waar de naties van de wereld nooit goed in zijn geweest. Er zijn ongeveer 20 van zulke mondiale problemen, en ze vallen uiteen in drie categorieën: hoe delen we onze leefruimte (bijvoorbeeld broeikaseffect, biodiversiteit), hoe delen we onze regelgeving (bijvoorbeeld regels voor biotechnologie en de strijd tegen drugs) en hoe delen we onze menselijkheid (bijvoorbeeld de strijd tegen armoede, preventie van conflicten). Ze moeten allemaal opgelost worden binnen 20 tot 50 jaar.
 
Het huidige internationale systeem is simpelweg niet effectief genoeg, of niet snel genoeg, om deze problemen op te lossen. Internationale verdragen werken langzaam en worden vaak niet gehandhaafd. Grote VN-conferenties zijn goed voor de de bewustwording, maar brengen geen oplossingen. En noch groepen zoals de G-8, noch andere internationale instituties (zoals IMF, Wereldbank of Unicef) zijn in staat om acute mondiale problemen op te lossen.
 
Toch kunnen we geen 'wereldregering' opzetten, en zelfs als we dat zouden kunnen, zou dat meer dan 20 jaar in beslagen nemen. Het beste alternatief daarvoor, naar mijn mening, is om voor elk probleem een Global Issues Network (GIN) op te zetten. Ze moeten permanent zijn en een van de internationale instituties moet ze een vliegende start geven, door te faciliteren, niet door het probleem op te lossen. Het lidmaatschap van de GIN's is weggelegd voor regeringen die zich zorgen maken over, en ervaring hebben met het onderhavige probleem, voor experts uit het bedrijfsleven (ongeacht de vraag of het bedrijfsleven deel uitmaakt van het probleem) en niet-gouvernementele organisaties (ngo's).
 
Deze GIN's zouden het probleem, bijvoorbeeld de uitputting van visgronden, onder handen nemen, naar wegen en oplossingen zoeken, en vervolgens gedetailleerde normen en standaarden uitvaardigen. Die worden gebruikt om de diverse spelers in de richting van een definitieve oplossing te dirigeren. Als deze standaarden eenmaal vastgesteld zijn, zouden de GIN's zich moeten ontwikkelen tot rating agencies, wier taak het is om de namen te onthullen van landen, bedrijven en andere spelers die zich er niet aan houden. Ze zouden bijvoorbeeld de naam kunnen noemen - naming and shaming - van regeringen die geen passende wetgeving hebben doorgevoerd of een nuttig verdrag niet hebben geratificeerd.
 
Het gevaar van reputatieverlies kan een tamelijk machtig wapen zijn. Van de 15 landen die ervan beschuldigd werden door de Financial Action Task Force dat zij het witwassen van geld toelieten, had de helft twee jaar later wettelijke maatregelen genomen, omdat zij van de lijst verwijderd wilden worden. Stelt u zich voor welk effect de twintig GIN's zouden kunnen hebben. Ook al zouden zij geen wetten kunnen uitvaardigen, hun morele gezag en systematische gebruik van het reputatiewapen zou naties in beweging kunnen zetten. Direct, of door middel van kiezers en publieke opinie. De GIN's kunnen ook bedrijven en andere spelers ertoe bewegen de mondiale standaarden te gehoorzamen.
 
Hoewel deze nieuwe netwerken machtig kunnen zijn, moeten ze geen nieuwe bureaucratische instituties worden. In plaats daarvan zouden ze flexibele scheppingen moeten zijn die in korte tijd op poten staan, en die nieuwe methoden zouden moeten gebruiken, zoals een electronische consultatie van een breder publiek. Ze zouden niet het bestaande internationale systeem moeten vervangen, laat staan de natiestaten, maar ze moeten internationale organisaties en natiestaten onder druk zetten om sneller en effectiever te presteren - met een groter gevoel voor mondiaal burgerschap dan nu het geval is. Dat is beter dan een compleet herontwerp van de complete internationale structuur, iets waarvoor we ook geen tijd hebben.
 
Zijn deze ideeën naïef? Ik ben de eerste om te erkennen dat ze, zoals elk nieuw idee, naïeve trekken hebben. Maar voor mij ligt de echte naïviteit in het geloof dat de huidige internationale bestuursstructuur ook maar de geringste kans heeft om de problemen op tijd op te lossen."
 
_______________
Boek:
J.F. Rischard
'Vijf voor twaalf, Twintig wereldproblemen, twintig jaar om ze op te lossen'
Lemniscaat, ISBN 90 5637 476 1