Aflevering Nr. 24 
 
Co Westerik
en de schoonheid van het onopgemerkte detail
Tröckener Kecks
Nieuwe cd >tk
Bevat audio
De Salon: Co Westerik
Afgeleid
Bevat audio
De Plantage
zondag 27 februari 2000
terug naar de aflevering
Co Westerik
en de schoonheid van het onopgemerkte detail
De tentoonstelling vindt plaats n.a.v. de aan Westerik toegekende Rotterdamse Chabotprijs 1999. Deze prijs van het Prins Bernhard Cultuurfonds Rotterdam, voorheen Anjerfonds Rotterdam, wordt sinds 1965 tweejaarlijks toegekend aan een kunstenaar die woont en werkt in het Rijnmondgebied. Vrijwel tegelijkertijd verschijnt een omvattende oeuvrecatalogus van het schilderwerk dat samengesteld is door Fenna de Vries, Westeriks vrouw. Hierin zijn teksten opgenomen van Rutger Kopland en Cor Blok.
Co Westerik houdt zich, als kunstenaar, al zijn hele leven bezig met het menselijk lichaam en de eigenschappen van de menselijke natuur. Je kunt hem een scherpe en strenge observator van de mens noemen. Hieruit ontstaan realistische voorstellingen waarin hij op alledaagse dingen en mensenvlees inzoomt. En hierdoor ontstaat een rare mengeling van figuratieve schilderkunst en de opzettelijke, expressionistische vertekening van de werkelijkheid. Op zijn beroemdste schilderij - 'Snijden aan gras' uit 1971 - snijdt een vinger zich aan een grasspriet. Een gebeurtenis die Westerik zelf overkwam toen hij op een lentemorgen in het gras lag. Als studieobject gebruikt hij vaak zichzelf. Het zelfportret is dan ook goed vertegenwoordigd in Westeriks oeuvre, vooral in schetsen, krabbels en kortdurende studies. De getekende zelfportretten uit de schetsboeken zijn meer dan vijftig jaar lang vingeroefeningen geweest. Je kunt het proces zien van Westeriks ouder wordende gezicht en huid. Naast zichzelf plukt hij zijn onderwerpen direct uit zijn eigen omgeving. 'Ik schilder zogenaamde 'facts of life'. Het lijkt mij dat ik gewone schilderijen over gewone situaties maak en alledaagse taferelen schilder. Juist die herkenbare, gewone dingen, een soort momentopnamen uit het dagelijks doen, maken mijn verwondering los. Die verwondering is er eigenlijk altijd. Het is misschien wel de belangrijkste drijfveer achter mijn werk.' Het 'boven op de huid zitten' is het wezenskenmerk van Westeriks oeuvre. Hij zit overigens ook letterlijk 'dicht op de huid'. Hij is geobsedeerd door het menselijk lichaam. De huid met aders, poriën, rimpels, puistjes en beharing vormt een landschap waarop hij niet uitgekeken raakt.
Westerik wordt wel een 'realist' genoemd, maar de werkelijkheid van Westerik is een andere dan die welke het fototoestel vastlegt. De motieven zijn herkenbaar, maar je kunt niet spreken van een exact realisme. 'Ik probeer de werkelijkheid een kwartslag te draaien.', zegt hij er zelf van. Het gaat Westerik in de eerste plaats om een beeld dat een innerlijke werkelijkheid, het onderhuidse (letterlijk) zichtbaar of voelbaar maakt.