|
Over het water
H.M. van den Brink
'Ik heb niet eens de moeite genomen om te wachten of iemand het gehoord had en naar me toe zou komen, zo zeker wist ik dat ik alleen zal worden gelaten in deze nacht. Huizen kunnen alleen zijn, dacht ik, terwijl ik me door het gat in de poort wurmde. Schepen hebben mensen nodig. Maar er zijn geen schepen meer. De loods is leeg. Morgen, of anders overmorgen, zal het laatste stuk van het gebouw zijn afgebroken. Het is een gedachte die los in de lucht zweeft, een herinnering die al bijna nergens meer van bestaat.' Met Over het water schreef Hans Maarten van den Brink een novelle over roeien en geluk. Het decor is een lange warme zomer aan het eind van de jaren dertig in Amsterdam. Op de rivier die door de stad stroomt dromen twee jongens, Anton en David, dat er geen eind komt aan de beste zomer van hun leven zolang ze samen blijven roeien. Een van de twee (Anton) blikt vijf jaar later, terwijl de stad wacht op het eind van de oorlog, terug op die droom.
|