|
vrijdag 30 september 2005 15:46
|
nieuws
|
Kabinetsplan voor de Publieke Omroep heeft geen draagvlak
Maurice de Hond onderzocht mening Nederlanders
Het kabinetsplan voor de toekomst van de publieke omroep wordt niet gedragen door de opvattingen van de bevolking. Dat blijkt uit een onderzoek van Maurice de Hond onder 1500 Nederlanders. Een grote meerderheid is tegen de belangrijkste regeringsvoorstellen.
ONDERZOEK NAAR DE REACTIE OP VERANDERINGSVOORSTELLEN VOOR DE PUBLIEKE OMROEP
0. Inleiding
In juni 2005 maakte de regering haar plannen voor de toekomst van de Publieke Omroep bekend. Diverse voorstellen voor verandering kwamen toen min of min voor het eerst terecht in het publieke debat.
Aan de vooravond van het debat in de Tweede Kamer over deze voorstellen is de VARA geïnteresseerd hoe de mening is van de Nederlanders over de publieke omroep en deze voorstellen. Aan View/Ture bv (drs. Maurice de Hond) is gevraagd om hier een onderzoek naar te doen. Half augustus 2005 zijn er ruim 1500 mensen ondervraagd via Peil.nl. Zij vormen samen een representatieve steekproef van de Nederlandse bevolking van 18 jaar en ouder.
In dit rapport treft u de belangrijkste bevindingen aan. Daarnaast is er een tabellenrapport met de resultaten. De vragen worden daarbij gepresenteerd in relatie tot het omroeplidmaatschap.
1. Samenwerking
49% Wil dat de omroepen meer gaan samenwerken dan op dit moment gebeurt en 40% geeft aan dat men de huidige situatie wil handhaven. 6% Is ervoor dat de samenwerking gestopt wordt. Hierbij zien we amper verschillen tussen degenen die lid zijn van een omroep of niet. Bij de leden van de omroeporganisaties zien we geen duidelijke patronen. Bij de leden van de KRO zijn de meeste mensen voor het handhaven van de huidige samenwerking (62%). Daar wil 30% meer samenwerking. Bij de leden van de AVRO en de NCRV is de grootste groep voorstanders van meer samenwerking te vinden (59%).
In het licht van deze beantwoording valt het dan ook niet te verbazen dat maar 13% aangeeft het een goed idee van het kabinet te vinden om de samenwerking van de omroepen op te laten houden en de omroepen onderling te laten concurreren. 78% Vindt het geen goed voorstel. Ook hier zien we geen verschil tussen leden en niet-leden van omroepen. Bij de leden van KRO en NCRV zien we de meeste mensen die het wel een goed voorstel vinden. Maar ook daar is het aandeel dat het geen goed voorstel vindt veel groter. Dit sluit aan bij ervaringen van andere onderzoeken. Als men aanhanger is van een partij die deel uitmaakt van de regering (en met name geldt dat voor het CDA) dan reageert men doorgaans wat positiever op voorstellen van die regering dan als men geen aanhanger is van die partijen.
63% Denkt dat de regeringspartijen in meerderheid uiteindelijk af willen van de omroepen. 19% Denkt dat dit niet zo is. Onder leden van omroeporganisaties zijn er meer mensen die denken dat de meerderheid van de regeringspartijen van omroepen af willen (69%) dan onder niet-leden (57%).
Leden van NCRV, TROS en VARA denken voor meer dan 75% dat de regeringspartijen erop uit zijn om van de omroeporganisaties af te komen. Bij leden van de KRO denkt ongeveer een kwart dat het niet het geval is.
2. Bestaansrecht en programmatische invulling
82% Vindt dat publieke omroepen wel amusement moeten blijven uitzenden en 14% niet. En ook hier zien we vrijwel geen verschil tussen leden en niet-leden van omroepen. Alleen bij leden van de VPRO zien we circa 25% die op deze vraag “niet” antwoorden.
Men vindt ook massaal dat de omroepen dat zelf zouden moeten kunnen bepalen (80%).
Ook daar zien we alleen bij de VPRO-leden een wat afwijkende mening. Maar ook zij vinden in grote mate (rond de 70%) dat de omroepen het zelf moeten kunnen bepalen.
10% Vindt zelf dat de publieke omroepen zouden moeten worden opgeheven, 86% vindt dat niet. Onder leden en niet leden van omroepen is er geen verschil in beantwoording. Alleen onder VPRO- leden is meer dan 15% voor de opheffing van de omroepen (19%).
73% Is voor het laten voortbestaan van de 3 publieke netten. 22% Vindt dat dit niet hoeft. Onder niet-leden van omroepen zijn er wat meer mensen, die vinden dat dit niet moet dan omroepleden (25% tegen 19%). Er zijn weinig verschillen in oordeel tussen de leden van de verschillende omroepen.
9% Van de Nederlanders is ervoor dat programmabeleid meer een zaak zou moeten worden van de politiek. En ook hier zijn de verschillen naar omroeporganisatie vrij klein.
3. Relatie tot commerciële omroepen
Als de publieke omroepen worden vergeleken met de commerciële omroepen dan is er nog duidelijk plaats voor de publieke omroep. 65% Denkt dat de normen en waarden in ons land beter tot uitdrukking komen bij de publieke omroepen dan bij de commerciële omroepen. 25% Geeft aan dat het bij beide in even grote mate geschiedt en 3% bij de commerciële omroepen.
Bij belangrijke gebeurtenissen is de publieke omroep het plek waar de meeste mensen het liefst naartoe gaan. 67% Is het met de stelling eens “bij belangrijke gebeurtenissen kijk ik liever naar de publieke omroep dan naar de commerciële omroepen”. 11% Is het hiermee oneens. Het verschil tussen leden en niet-leden van omroepen is miniem. Dit gevoel is het sterkst bij leden van KRO, NCRV, VARA en VPRO.
De cijfers en patronen zijn ongeveer hetzelfde bij de stelling “in het algemeen steek je meer op bij de publieke omroep dan bij de commerciële omroep”. 62% Is het hiermee eens en 14% oneens.
4. Vertrouwen in het mediabeleid kabinet
Het patroon dat voorkomt uit de vorige vragen wordt bevestigd bij de vraag of men vertrouwen heeft in het mediabeleid van het kabinet. 11% Zegt dan “ja” en 78% “nee”. De KRO-leden zeggen bijna voor een kwart “ja” en voor ongeveer tweederde “nee”. Dit geldt trouwens niet alleen voor het mediabeleid. Ook uit ander onderzoek (zie www.peil.nl) blijkt dat het beleid van de regering laag scoort. Hoewel doorgaans de cijfers wat hoger zijn dan deze 11% steun.
5. Omroepverkiezingen
23% Is voor het plan om de verdeling van de zendtijd te laten geschieden via omroepverkiezingen, 66% is er tegen. Niet-leden zijn voor 20% voor dit plan en leden van omroeporganisaties voor 26%. Er is wel een groot verschil naar leden van omroeporganisaties. Leden van de NCRV zijn voor 52% voor. Leden van AVRO, VARA en VPRO zijn het meest tegen (ruim 70%).
Als er echter wel een omroepverkiezing gehouden zou worden dan eindigt de VARA op de eerste plaats (33% als er 2 stemmen mogen uitgebracht worden). VPRO en BNN staan op de plaatsen 2 en 3. Van de grote omroepen staan NCRV, KRO, TROS en AVRO ieder op ongeveer 15%. De verschillen in uitslag naar lidmaatschap van omroeporganisaties is groot. (Hierbij dient natuurlijk wel aangetekend te worden dat dit uitslagen zijn zonder dat campagne is gevoerd of zo).
6. Slot
De resultaten van het onderzoek laten duidelijk zien dat de voorstellen van de regering niet gedragen worden door de opvattingen van de Nederlanders met betrekking tot de publieke omroep. Op de meeste in het oog lopende aspecten van deze voorstellen is er onder de Nederlandse bevolking een grote meerderheid tegen. Daarbij valt het op dat er vrijwel geen verschil in mening is tussen degenen die wel lid zijn van de omroeporganisaties en degenen die dat niet zijn.
Drs. Maurice de Hond
View/Ture bv
augustus 2005