• vpro
Aflevering Nr. 19 
 
Frits Gierstberg
curator Biënnale Rotterdam
Gummbah
tekenaar
Herman Franke
schrijver
Fawzi Rasoul
kunstenaar
Aki Kaurismäki
regisseur
Beeldcultuur & de kracht van het woord
dinsdag 18 maart 2003
terug naar de aflevering
Herman Franke
schrijver
Herman Franke bespeelt veel literaire registers. Romans, verhalen, essays, columns, wetenschappelijke beschouwingen en historische studies, hij schreef ze allemaal. Hij verscheen in de literaire wereld niet als een donderslag bij heldere hemel. De contouren van zijn schrijversschap zijn de afgelopen twee decennia van jaar tot jaar gestaag zichtbaarder geworden.
Hij werd geboren op 13 oktober 1948 in Groningen als jongste in een gezin van vijf kinderen. Als zoon van een meubelverkoper groeide hij op aan de Zuiderkuipen, vlakbij de rosse buurt. Zijn moeder Marie Franke-Luiken was bekend in regionale toneelwereld en schreef toneelstukken, verhalen en gedichten, meestal in het Gronings. Franke kreeg zijn middelbare school opleiding (HBS-A) aan het Sint Maartenscollege in Haren. In die cultureel roemruchtige periode speelde hij als basgitarist in diverse popgroepen met namen als The Rabbits en Saint James Incredible. Hij begon, als zoveel schrijvers, zijn schrijverscarrière als hoofdredacteur van de schoolkrant.
In de jaren zeventig was hij enkele jaren stadsverslaggever bij het Nieuwsblad van het Noorden. Die carrière brak hij af om sociologie te gaan studeren, eerst aan de Rijksuniversiteit Groningen, daarna criminologie aan de Universiteit van Amsterdam. Al kort na zijn afstuderen, begon hij in dag- en weekbladen te publiceren over tal van onderwerpen waarbij hij vaak onbevreesd het felle debat zocht. Wie zijn recente beschouwingen over bijvoorbeeld de dood van Diana, Pim Fortuyn, de literaire ethiek, moderne decadentie en de culturele verloedering in medialand heeft gelezen, weet dat hij zijn polemische talent niet heeft laten verdrogen.
In het begin van de jaren tachtig schreef hij De dood in het leven alledag, zijn eerste non-fictie boek, een analyse van de veranderende houding tegenover de dood in onze samenleving. Hierna ontpopte hij zich tot criminoloog. Hij verwierf bekendheid met opiniestukken in de dagbladen, televisiedebatten en boeken over de geschiedenis van misdaad en straf. In 1995 werd de Engelse vertaling van zijn (cum laude) proefschrift Twee eeuwen gevangen door de American Society of Criminology bekroond als de beste buitenlandse studie. Van dit boek verscheen tevens een verkorte versie in het Nederlands (De macht van het lijden).
Halverwege de jaren negentig besluit Franke zich geheel aan de literatuur te wijden en de universiteit vaarwel te zeggen. Hij had inmiddels twee romans (Weg van loze dromen en Nieuws van de nacht) geschreven die hem wel erkenning maar nauwelijks een bron van inkomsten opleverden. De verbeelding, zijn derde roman waarin de romantische obsessies van diverse personages in een uniek historisch verband worden geplaatst, zorgde in 1998 voor zijn doorbraak. De roman werd door een unanieme jury bekroond met de Generale Bank Literatuurprijs (nu de AKO-literatuurprijs) en bereikte een groot publiek.
Franke publiceerde in dagbladen, weekbladen en literaire bladen als Het oog in 't Zeil, Maatstaf en Optima. Een aantal daarvan werd opgenomen in zijn bundel met 'verhalende beschouwingen' De tuinman en de dood van Diana (1999). In 2000 hield hij de achtste Kellendonk-lezing (De ironie van de romantiek). Inmiddels is hij een vaste auteur van De Revisor. Voor Cicero, de boekenbijlage van de Volkskrant, schrijft hij tweewekelijks een spraakmakende column en literaire essays. Van een bekend criminoloog werd hij een nog bekendere schrijver, die de hartstochtelijk gekoesterde eenzaamheid van de schrijfkamer regelmatig afwisselt met publieke optredens en literaire beklimmingen van de culturele barricades.
In 2003 verscheen zijn nieuwste omvangrijke roman Wolfstonen. Hij werkt nu aan een 'dik verhalenboek'.
 
Wolfstonen, de grote nieuwe roman van AKO-prijswinnaar Herman Franke, beschrijft op spannende en invoelende wijze de lotgevallen van de bewoners, steeds vanuit hun eigen perspectief. Het zijn prachtige geschiedenissen van mannen en vrouwen met ieder hun eigen verleden. Daarnaast worden, soms liefdevol, soms ontluisterend, de omwonenden beschreven, eenvoudige mensen die grote moeite hebben met de komst van deze gegoede burgers. Een jongen en een meisje kijken engelachtig toe. Gaandeweg loopt de spanning tussen beide groepen op en werkt de roman toe naar een ontlading die de lezer verbijsterd achterlaat.