|
Gummbah
tekenaar
Gummbah’s cartoons zitten altijd vol absurdisme en extremiteiten. Onder invloed van het Franse humoristische Fluide Glacial publiceerde hij in 1994 zijn eerste blaadje God. Hij zorgde zelf voor de duistributie. Zijn talent werd direct herkend door uitgeverij de Harmonie die zijn strips datzelfde jaar nog uitgaf. Gummbah’s naam was gevestigd en hij begon te werken voor de Volkskrant, Nieuwe Revu, HUMO en Boekblad. Zijn cartoonverzameling De Tijd Vliegt Slecht, Het Geheim van het Verdwenen Mysterie en Hoe Eddie in Balbezit Kwam waren bestesellers en zijn al vele malen herdrukt.
De persoon die schuilgaat achter Gummbah heet Gertjan van Leeuwen. In een interview omschreef Gummbah zijn jeugd eens treffend als ‘een voorgekookte, kolkende soep van botsende eventualiteiten’. In het gehucht Nieuwaal, voelde Gummbah zich thuis alsof hij plompverloren in een warm bad geworpen was. Het tekenen zat hem van meet af aan in het bloed en hij ontwikkelde zich in razend tempo tot een poignante buitenstaander die nog slechts via zijn prentjes communiceerde met een allengs wanhopiger wordende, zwetende omgeving. Onderwerpen als de schaduwzijde van verveling, dood, ziekte (eczeem), tijdrovende obsessies, de inwendige mens en overbodige huisdieren eisten langzaam maar zeker een hoofdrol op, hoe jong de kleine ‘graficus’ in al zijn twijfelachtige onschuld ook was. Niet dat het veel om het lijf had, dat jeugdwerk, nee, dat niet, maar het rijpingsproces was in gang gezet, en dat is ook wat waard. Terwijl de ontwikkeling gewoon doorging, doorliep Gummbah met succes achtereenvolgens de School met de Bijbel, de MAVO en de HAVO. Op negentienjarige leeftijd verliet hij zijn geboortedorp en schreef zich in aan de Tilburgse Academie voor Journalistiek. Een periode vol weemoedig uit het raam staren met een glas absinth in de knuisten en een tekenblok op de knieën nam een aanvang, in 1993 resulterend in de oprichting van het eenmanstijdschrift God. Een blad dat al snel de aandacht trok van uitgeverij De Harmonie. In 1994 verscheen dan ook onvermijdelijk De verbaasde analfabeet, Gummbah’s eerste album, en debuteerde hij in HUMO met onnodig kritische cartoons over het wereldkampioenschap voetbal in de Verenigde Staten, op de voet gevolg door publicaties in de Volkskrant, Nieuwe Revu en een minuscuul aantal buitenlandse periodieken, waaronder Prospect en Titannic. Toen hij in 1998, halfdronken gelegen naast een Spaans zwembad, de Bond tegen Humor in het leven riep, moe van de overdaad aan humor op de wereld, stonden Nederland en België gebroederlijk op de achterste benen. Humor bleek een heilig huisje, maar in het gezelschap van een trosje believers trok hij zo wulps ten strijde dat de bond een jaar later reeds met een gerust hart ten grave kon worden gedragen. De vele Bond tegen Humor-lezingen in den lande smaakten echter naar meer en in 2000 beklom hij opnieuw de planken met een diapresentatie van onverschenen boeken. In 2000 besteeg hij tevens, geflankeerd door Hans Teeuwen en Pieter Bouwman, doodgemoedereerd het podium van Het Betty Asfalt Complex te Amsterdam. De optredens, steeds voor laaiend enthousiaste, half-gevulde zalen, trokken de aandacht van de VPRO, die de hele mikmak vanaf januari 2002 uitzond onder de alles-, maar tegelijk ook nietszeggende titel Poelmo, slaaf van het zuiden.
|