|
Alexander van Slobbe
Mode in het museum, een trend
In R.A.M aandacht voor modeontwerper Alexander van Slobbe, die op 30 oktober de oeuvreprijs (EU 50.000) van het Prins Bernhard Cultuurfonds ontvangt. Hij geldt, samen met Viktor & Rolf, wellicht als belangrijkste Nederlandse modeontwerper van het moment. De vilten creaties van de man achter het mannenmerk SO en het dames-merk Orson & Bodil, zijn slechts bij drie verkooppunten in Nederland verkrijgbaar. Ontwerpen van zijn hand zijn echter ook al verschillende keren in een museum te zien geweest. Onlangs nog bij de tentoonstelling Nu: Pastoe 90 jaar, van het Centraal Museum. In datzelfde museum stond Van Slobbe’s couture centraal tijdens de expositie Dutch Modernism, 2001.
De incorporatie van de wereld van design en mode door kunstinstellingen, geldt in Nederland in het bijzonder voor het Groninger Museum, het Gemeentemuseum in Den Haag, Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam en het Centraal Museum in Utrecht. Zo toonde het Centraal Museum in 2002 en 2003 een drieluikexpositie over mode en wijdde het Groninger Museum een tentoonstelling aan vormgever Philippe Starck. (Over deze laatste in een volgende R.A.M meer.) Maar de mode opmars beperkt zich niet tot ons land alleen. Ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van het ontwerpersduo Viktor & Rolf vindt van 7 oktober 2003 t/m 31 januari 2004 een overzichtstentoonstelling plaats in het Musée de la Mode et du Textile (onderdeel van het Louvre) in Parijs. De veelal schampere opmerking dat musea zelf onderdeel uit maken van de entertainmentcultuur, lijkt te simpel, hoewel de bouw van een nieuwe dependance van het fameuze Guggenheim Museum in een casino in Las Vegas, dergelijke uitspraken wel in de hand werken. Design en mode, en het geldt zeker ook voor modefotografie, begeven zich zelf steeds meer binnen het domein van de kunst. En dat heeft betrekking op de voorwerpen zelf, niet op de makers ervan. De nadruk ligt niet op de vertrouwde combinatie van functionaliteit en schoonheid maar op originaliteit of pure pracht. Soms dragen de voorwerpen zelfs politiek-maatschappelijke standpunten uit. De beroemde kurkentrekker van Alessandro Mendini (in opdracht van Alessi gemaakt) is naast gebruiksvoorwerp zeker ook een bezienswaardigheid op je aanrecht. Mode ontwerpers als Gucci, Van Beirendonck en Victor & Rolf omgeven hun kleding en accessoires met taal en tekens van de kunst. Die kleren lijken meer op sculpturen dan op draagbare broeken of jurken. Een voorbeeld daarvan zijn de ontwerpen van couturier Hussein Chalayan. Hij ontwerpt zijn kleding van glasvezel in samenwerking met een bouwtechnisch ingenieursbedrijf. Adam Thorpe en Joe Hunter van Vexed Generation beschrijven zichzelf als ‘sociaal verantwoordelijk. Voor hun nieuwe lijn kleding en accessoires gebruikten ze zakkenrol- en zelfs terroristenwerend materiaal. Dit alles heeft museale aandacht tot gevolg; exposities en collectievorming. En musea nemen zelf veelal het initiatief in deze tendens.
Waar kunst en mode elkaar wel heel dicht raken is bij het chique Italiaanse modehuis Prada. De Fondazione Prada organiseert tentoonstellingen van onder anderen Louise Bourgeois, Dan Flavin, Tom Friedman, geeft kunstboeken en -catalogi uit, en vroeg ’s Nederlands beroemdste architect Rem Koolhaas vorig jaar een Flagshipstore te ontwerpen in Soho, New York. De winkel met glazen liften en wanden die doorzichtig én ondoorzichtig kunnen zijn, met computers die uitleg geven over de kleding en over jouw maat en stijl, kan in een handomdraai omgetoverd worden tot filmhuis of expositiezaal. De trap wordt een bühne, de projectieschermen filmdoeken en de kleedkamers tentoonstellingsruimten. Het betreden van die paskamers is een waar avontuur. Zodra de elektronische etiketten van de te passen kledingstukken het oog van de scanner passeren, worden video’s afgespeeld die mannequins in diezelfde kleren op de catwalk tonen. Als de klant zichzelf vervolgens in de nieuwe outfit in de spiegel bekijkt, neemt een camera het op, en ziet deze zichzelf even later in de magische spiegel een pirouette maken. Wat kenmerkt de Nederlandse mode van dit moment? Aan de ene kant hebben we Alexander van Slobbe (SO en Orson & Bodil) die zich de laatste tien jaar geprofileerd heeft met zeer sobere, minimalistische, bijna abstracte ontwerpen. Aan de andere kant staan Viktor & Rolf die met hun barokke en expressieve outfits visueel het tegendeel lijken, maar qua concept, idee en radicaliteit even Hollands zijn. Tijdens de tentoonstelling “Woman by..” toonde Hussein Chalayan kleding in de vorm van meubilair en demonstreerde Viktor & Rolf hun wintercollectie 2003-2004 in een multimedia installatie. Mode, althans de haute couture waarin in dit verband sprake is, is meer. Meer dan gebruiksvoorwerp in de consumptiemaatschappij. Of het daarmee ook tot het heilige domein der kunsten verklaard kan worden, is een lastige en wellicht overbodige vraag. Het Centraal Museum, het Groninger Museum hebben in Nederland een trend gezet die juist door het incorporeren van elementen uit de massacultuur als jurken en kurkentrekkers, deze ‘werken’ toch weer van een museumeigen elitair karakter voorziet. Nu ook ‘museumkoningin’ Louvre haar magische deuren opent voor de couture, lijkt de omarming definitief. En gaat het zo niet altijd? Is hiermee niet de cirkel rond?
|