Zijn tentoonstelling Guerrilla Tactics vorig jaar in het Stedelijk Museum leverde ceramist Grayson Perry (1960, Chelmsford) de prestigieuze Britse Turner Prize op.
De titel Guerrilla Tactics duidt op de onverwachte aanval van Perry op de gemoedstoestand van de toeschouwer. Van een afstand ben je in eerste instantie licht verbaasd door de klassiek-ogende vazen met sierlijke decoratieve patronen in bonte kleuren, maar als je dichterbij komt openbaart zich het meedogenloze onderwerp van zijn valselijk onschuldig ogende werk. Bloemen blijken geslachtsdelen, vrouwen in gouden jurken hebben stijve penissen, pornografische scènes en afbeeldingen van kindermishandeling en drugsgebruikende jongeren gaan vergezeld van teksten als “Cry baby”, “Never have kids” en “You fucking little slut”. Gruwelijke scenes die hij er door middel van gegrifte tekeningen, fototransfers en andere technieken op heeft aangebracht.
‘A lot of my work has always had a guerrilla tactic, a stealth tactic. I want to make something that lives with the eye as a beautiful piece of art, but on closer inspection, a polemic or an ideology will come out of it’.
Die teksten zijn vaak letterlijk afkomstig uit de mond van Perry’s moeder. Zij scheidde van Perry’s vader toen hij nog een klein kind was en hertrouwde. De komst van de nieuwe, zeer autoritaire man in het gezin, dat leefde in de mistroostige provincie Essex, zorgde voor grote conflicten. Ondanks vijf jaar therapie, is Perry nog steeds gebrouilleerd met zijn moeder en zit zijn kunst vol glasharde verwijzingen naar een getraumatiseerde jeugd.
Zo leveren zijn vazen op sublieme wijze commentaar op de burgerlijkheid en de hypocrisie van de Britse middle-class. Achter de gordijnen van de brave rijtjeshuizen spelen zich drama’s af die het daglicht niet kunnen velen. De vaas ‘Sunset through Net Curtains’ (1996) vertelt bijvoorbeeld het verhaal van een man die op internet contact zoekt met een seksslavin, die hij vervolgens in zijn doorzonwoning martelt. Het keurmerk waarmee Perry sinds 1992 zijn vazen bedrukt, is een subtiel maar venijnig woordgrapje: de letter W met daaronder een anker. Na ontcijfering van de rebus klinkt het ‘wanker’, oftewel ‘rukker’.
Rond zijn 13e ontdekte Perry dat hij travestiet was. In meisjeskleren kon hij gevoelens uiten, waarvan enkel vrouwen geacht waren ze te hebben. De puberteit zorgde voor de seksuele lading van zijn ‘verkleedpartijen’ die later erotische fetisjen voor hem werden. Inmiddels is zijn vrouwelijke alterego Claire een wezenlijk onderdeel van zijn leven en van zijn kunst. In 2000 trad Grayson Perry voor het eerst als Claire naar buiten tijdens een performance die ‘Claire’s Coming Out’ heette. Hij presenteerde Claire aan de kunstwereld in een door hem zelf genaaide kinderlijke jurk met bloemetjes, roesjes en pofmouwtjes. Tentoonstellingen van Grayson Perry tonen nu ook vaak jurken van Claire en quilts die zij borduurde.
Bij een solotentoonstelling van Grayson Perry in een Britse galerie in 2000 kocht Young British Artists mecenas Charles Saatchi alle geëxposeerde vazen. Zijn werk is terug te vinden in alle bekende Britse kunstcollecties. Perry is echter in alle opzichten anders dan de hippe jonge Britse kunstenaars als Hirst en Emin. Hij studeerde niet in Londen maar aan de academie in Portsmouth en leerde pottenbakken op een avondopleiding voor amateurs. De keuze voor deze truttige kunstvorm was een bewuste. De tweederangs status van zijn vazen is zijn commentaar op de gevestigde kunstwereld en haar do’s and don’ts. Op de vaas ‘Boring cool people’ schildert hij zijn collega-kunstenaars af als champagne drinkende leeghoofden met Prada schoenen en Gucci tasjes. Tegelijkertijd zegt Perry de kunstwereld enorm dankbaar te zijn “because there aren’t many other worlds that would be so accepting of a tranvestite potter from Essex.”