Hellen van Meene (1972) fotografeert vrouwelijke adolescenten in al hun kwetsbaarheid én kracht. De beelden tonen aan de ene kant het zelfbewuste, aan de andere kant het onzekere gevoel over de eigen identiteit van de meisjes. De wonderlijke japonnen en hemdjes waar de meisjes door de fotografe in worden gehuld, dragen ertoe bij dat hun kwetsbaarheid wordt versterkt. Hierdoor ontstaat een vervreemdend effect, dat typerend is voor de levensfase van de gefotografeerde meisjes: wankelend tussen volwassenheid en kindertijd.
In haar foto's schuwt Hellen van Meene het gevoel en het sentiment niet. Maar er schuilt veel ongemakkelijks in haar foto´s van jonge meisjes, die zich op de denkbeeldige overgang van kind naar puber bevinden. Zij tonen zich in een wonderlijke mengeling van kinderlijke kwetsbaarheid en naïeve volwassenheid. Striemen, blauwe plekken, ribbels en rollen maken op en welhaast pijnlijke manier duidelijk dat groter worden niet een vreugde zonder meer is.
In fotografische zin valt er veel te genieten: de lichtval, de stofuitdrukking van de kledingstukken, de pose van het model. De foto´s raken hier de schilderkunst en het is alsof de werken van ingres, Delacroix, Tintoretto of Bellini er doorheen schemeren.
In 1999 won hellen van meene met haar foto´s de Charlotte Köhlerprijs voor jonge kunstenaars.