|
Paul Auster
Oracle night
Een verhaal in een verhaal in een verhaal. Paul Auster schrijft in zijn nieuwe roman niet alleen over bekende thema's als lot en tijd, maar past in Orakelnacht ook verschillende verteltechnieken en andere foefjes toe. Het lijkt een onderzoek naar het schrijven.
De vierendertigjarige schrijver Sidney Orr is herstellende van een ziekte die hem bijna fataal werd, wanneer hij op een dag een kantoorboekhandel binnenloopt in Cobble Hill, Brooklyn. Hij koopt een blauw schriftje. Negen dagen lang zal zijn leven beheerst worden door de vreemde werking van dit lege schriftje; hij wordt gevangen in een web van griezelige voorgevoelens en verwarrende gebeurtenissen. Zijn huwelijk lijkt te zullen stranden en zijn geloof in de werkelijkheid wordt ondermijnd. Waarom begint zijn vrouw plots te snikken achter in een taxi, slechts enkele uren nadat Sidney zijn eerste aantekeningen in het schrift heeft gemaakt? Waarom haast M.R. Chang, eigenaar van de kantoorboekhandel, zich om zijn winkel de volgende dag te sluiten? Wat is het verband tussen het telefoonboek van Warschau van 1938 en een verdwenen roman over een man die de toekomst kan voorspellen? Paul Auster (1947, Newark, V.S.) verhuisde na zijn studie voor vier jaren naar Frankrijk. Toen hij in 1974 terugkeerde begon hij met het publiceren van gedichten, essays, romans en vertalingen. Auster debuteerde officiel in 1974 met de dichtbundel 'Unearth', die in de herdruk 'Disappearances' heette. 'The Invention of Solitude' uit 1982 was Austers eerste prozawerk. Paul Auster maakte naam met de 'New York Trilogy' die bestaat uit City of Glass, Ghosts en The Locked Room (1985-1987). De drie romans (vertaald onder de titels Broze stad, Schimmen en De gesloten kamer) vertonen kenmerken van conventionele detectives (Auster werd tot zijn schrik bijna genomineerd voor de Edgar Allan Poe Award), maar zijn in feite filosofische verhandelingen over vragen rond taal en schrijven en tevens zoektochten naar de eigen identiteit.
|