• vpro
Aflevering Nr. 9 
 
Mike Mills
Bevat video
De Bouroullec broers
Bevat video
Philippe Starck
Post-Freudiaanse Robin Hood spreekt over immateriële materie
R.A.M Compilatie: Vormgeving
zondag 8 augustus 2004
terug naar de aflevering
Philippe Starck
Post-Freudiaanse Robin Hood spreekt over immateriële materie
Filmmaker Bregtje van der Haak interviewde de beroemde Franse ontwerper ter gelegenheid van zijn tentoonstelling in het Groninger Museum afgelopen zomer. Het interview is in het frans, hierbij de nederlandse vertaling.
Bregtje van der Haak: We hebben verschillende mensen ontmoet die zich in hun huizen omringen met uw spullen. Denkt u aan hen bij het ontwerpen van uw objecten?
 
Philippe Starck: Denk ik aan de mensen die leven met mijn objecten of in de plekken die ik ontwerp? Uiteraard, ik denk alleen maar aan hen. Ik denk niet aan objecten als objecten of aan architectuur als architectuur, daar weet ik niks van, ik denk alleen aan mensen. Hoe kan ik geluk en plezier brengen, het leven van mijn vrienden verbeteren, van allen die met mij leven? Het ding zelf interesseert mij niet. Hoe kan men zich interesseren voor een stoel of een tafel? Het mooiste wat er is dat bent u, dat zijn wij allemaal. Er is geen object dat op zichzelf bewondering verdient, het object is per definitie vulgair.
Als ik aan een tandenborstel denk, denk ik aan de mond waar die tandenborstel in terecht komt. Ik denk aan die mond en daarna denk ik aan degene van wie die mond is. Ik denk na over wat voor persoon het is, en in wat voor samenleving hij leeft. Zeker als je op een dierlijk niveau naar de samenleving kijkt, kun je goed zien wat de ‘knooppunten’ van onze maatschappij zijn. Natuurlijk ben ik er niet om de grote problemen van de mensheid op te lossen. Maar vanuit die maatschappij denk ik aan een stad, een leven, een persoon, een lichaam, een mond en tenslotte aan een tandenborstel.
 
B vd H: Kunt u de personen voor wie u werkt omschrijven?
 
PS: Weet u ik werk niet voor een elite. Of eigenlijk werk ik wel voor een elite, maar niet voor een elite van rijke mensen. Ik werk voor mijn ‘stam’ en ik probeer te werken aan wat ik zou willen zijn. Ik probeer intelligent te zijn, geen genie, maar ook geen idioot; in het Engels zeggen ze 'smart'. Wat ik zou willen is dat mijn stam een slimme stam is, rebels en modern. Een groep mensen die de samenleving hervormt met nieuwe ideeën. En zo zou het best kunnen zijn. Want als ik zie hoe die groep mensen reageert als ik iets goed of fout heb gedaan, dan denk ik: ik ben trots om voor deze mensen te werken. Ik werk niet voor mensen die zomaar iets willen kopen om rijk en elegant over te komen, ik behoor ook niet tot degenen die er niets van begrijpen. Want werken voor mensen die er niets van begrijpen, is ook niet eenvoudig! Nee, ze passen bij me, de mensen voor wie ik werk, mijn vrienden, ik ben trots op ze.
 
B vd H: Wie is nou bijvoorbeeld degene die de Starck motor koopt?
 
PS: Als we het voorbeeld van de Starck motor nemen, dan is het duidelijk dat de persoon die voor deze motor kiest niet door de marketingmachine tot clown gemaakt wil worden. De mensen die de marketingmachine besturen, hebben op hun cynische manier besloten dat we er idioot uit moeten zien als motorrijder; alsof een Paris Dakar coureur, of als een Hells Angel, of een soort snelheidsduivel met leren pak en supersonische helm. Iemand die kiest voor een Starck motor zegt in feite: voor mij is een motor een object met twee wielen en een zitvlak, dat een verlengstuk is van mijn lichaam, waarmee ik me sneller kan verplaatsen, maar ook niet te snel. Zelfs door de aankoop van zoiets stoms als een motor kun je je dus al politiek positioneren en uitspreken, een statement maken. Het is een daad van intelligentie en evenwicht en vrijheid. Iemand die deze motor koopt is geen macho. De motor is geen mannenmotor die op een wapen lijkt, het is gewoon een slim apparaat dat de mens een dienst wil verlenen. Alle objecten roepen associaties op. Met een object neem je in feite stelling ten aanzien van de toekomst, zowel in sociale als in politieke, in economische en in seksuele zin. Onderscheid in verschillende posities aanbrengen is mijn werk. Er zijn 10.000 verschillende uitspraken aan ieder object te verbinden die maken dat een motor of een tandenborstel niet alleen maar dat is wat het is, maar ook de drager van een gedachtegoed van een bepaalde groep mensen die met elkaar praten, zoals op deze expositie of in een winkel. Deze vorm van consumptie brengt uiteindelijk een andere manier van denken met zich mee.
B vd H: Ik heb de indruk dat in deze moderne samenleving met haar ‘global economy’ objecten steeds belangrijker worden, en niet alleen als motor van de economie maar vooral door de mogelijkheid voor de mens zich ermee op een bepaalde manier uit te drukken. Objecten lijken de mens een identiteit te verlenen die vroeger veel meer bepaald werd door afkomst, familie, geloof en politieke voorkeur.
 
PS: Het is zeker dat het object een enorm belangrijke plaats is gaan innemen in ons leven, het is waar dat het nu ook een drager is van wie wij zijn, het is de vlag van wie wij zijn en ik kan niet zeggen dat ik dat goed vind. Want ik geef er de voorkeur aan u te plaatsen zoals u zelf bent, als vrouw, als menselijk wezen, eerder dan door de schoenen, de jurk of de bril die u draagt, dat laatste vind ik afschuwelijk. Tegenwoordig verbergen veel mensen zich achter de handtekening van de dingen waar ze zich mee omringen. Die objecten worden belangrijke sociale symbolen. Ik geloof: hoe meer voorwerp, hoe minder mens. We moeten absoluut afleren om te consumeren, we moeten leren om te weigeren en opnieuw leren om dat wat we nodig hebben op intelligente wijze te kopen. Want de materie heeft nog nooit gelukkig gemaakt, ik geef er de voorkeur aan om arm te zijn met de liefde van mijn leven dan rijk zonder die persoon. Voor alles zijn het menselijke relaties, blikken, tederheid en liefde die belangrijk zijn en niet het hebben van drie auto's en twee ijskasten.
 
B vd H: Maar dat is in uw positie nogal gemakkelijk om te zeggen.
 
PS: Ik neem inderdaad een paradoxale positie in, althans zo kan het lijken, maar dat is niet zo. Tenzij men een genie is, kan men niet alles zomaar ineens weten. Je moet ook geleefd hebben en fouten gemaakt hebben om daarvan te leren en te kunnen zeggen; doe het niet! Ik heb het gedaan, maar doe het niet! Ik ben nog steeds een grote medeplichtige van de consumptiemaatschappij, in de eerste plaats omdat het mijn werk is en ik ervan moet eten, ten tweede omdat ik nieuwsgierig was en ten slotte ook omdat ik wil deelnemen aan mijn samenleving. Maar beetje bij beetje heb ik een ethisch en moreel proces doorgemaakt. Steeds vaker zijn mijn objecten er alleen nog om iets duidelijk te maken; meestal wijzen ze op de negatieve aspecten van deze samenleving. Dus ik heb een functionele manier van werken geleidelijk getransformeerd tot een politiek instrument dat echt functioneel is en redelijk subversief. Dat is dus een ingewikkelde positie die niet zo eenvoudig te begrijpen is, maar die gelukkig wel bestaat.
 
B vd H: Wanneer is dat moment van verandering opgetreden?
 
PS: Er is geen veranderingsmoment geweest. Er is slechts het leven; je doet dit, dan dat, je doet iets goed, dan iets slecht, je leert, je maakt vergissingen en beetje bij beetje creëer je in gedachten een soort ethiek, een moraal, een weg die je wilt volgen en die in mijn geval altijd in de diepste zin van het woord modern is en creatief en constructief. Ik behoor niet tot de mensen die zich terugtrekken en zeggen: we moeten niks meer doen maar blijven zitten in de wei met stro in onze schoenen om de koeien te hoeden. Nee! Dat in geen geval. We moeten de moderniteit uitvinden, absoluut, maar het gaat om de manier waarop.
 
B vd H: U spreekt over fouten. Kunt u zeggen of twee heel succesvolle ontwerpen van uw hand, de citruspers en het vergiet (Max le Chinois), in het licht van eerder genoemde ethiek vergissingen zijn geweest?
 
PS: U vraagt me of de citruspers een vergissing was vanuit dit perspectief. Ik zou daar 'nee' op zeggen, eerder dan 'ja'. Je zou kunnen zeggen dat het een nutteloos object is want er zijn 10.000 citruspersen die beter citroenen persen dan deze, maar het feit dat dit object een enorm succes heeft, dat kan geen toeval zijn. Het gaat dus om iets anders. Blijkbaar toont dit aan dat een functioneel object een microsculptuur kan worden in het huis, een droom in de context van de keuken en een gespreksonderwerp. De waarde van de citruspers omvat meer dan de mogelijkheid tot het uitpersen van citroenen. Waarom niet?
 

Het functionalisme van nu moet anders bekeken worden. Dat van de jaren 20, Bauhaus, ging om puur gewicht, comfort, constructie. Toen hebben we Freud gehad en ik wil mezelf een, hopelijk klinkt het niet te pretentieus, post-freudiaanse functionalist noemen. Dat wil zeggen dat ik een functionalist ben, net zoals in de jaren 20, maar dat ik ook rekening houd met de dromen, de lafheid, de gevoelens, de tederheid, al die dingen, die ook deel uitmaken van het leven. De citruspers is dus een post-freudiaans functioneel object.
 
B vd H: En hoe zit het met Max le chinois?
 
PS: Max le Chinois, een vergiet, is een object dat wat minder geslaagd is maar volgens hetzelfde scenario is ontwikkeld. Een vergiet is een zeer nederig object, namelijk bedoeld voor het uitlekken van de spaghetti, en zo lelijk dat we het meestal verbergen. Mijn uitgangspunt is: waarom dingen verbergen die ook grappig en mooi zouden kunnen zijn? Een vergiet kan een sculptuur worden waar je trots op bent en die je graag in een doorzichtige kast zet. Dus ik heb van een ding om sla en pasta in te laten uitlekken iets gemaakt dat flamboyant is. Het is de veredeling van een alledaags object.
 
B vd H: U zegt dat er in de samenleving een elite van consumenten ontstaat die goede objecten koopt en zich wat duurdere, betere spullen kan veroorloven; laten we zeggen: kritische consumenten. En aan de andere kant zijn er de slachtoffers van de massaproductie, overgeleverd aan steeds slimmere marketingtechnieken.
 
PS: Helaas, dat is waar, er zijn heel slimme mensen die heel cynisch zijn en mensen als dieren beschouwen die we met rommel mogen volstoppen. Aan de andere kant vraag ik me wel af of er inderdaad een elite ontstaat die zich onafhankelijker en kritisch kan opstellen. Omdat deze elite ook weer het slachtoffer lijkt te zijn van ander snobisme en van reclamecampagnes, die precies op hen zijn gericht, zodat ze dezelfde onzinnige dingen kopen, alleen lijkt het intelligenter consumentisme en betalen ze meer geld voor hun spullen. In mijn catalogus Good Goods heb ik geschreven over non-producten voor non-consumenten, die een ‘moral market’ kunnen laten ontstaan. Daarmee bedoel ik een kritisch, wel doordacht consumentisme. Ze zijn nog vrij onzichtbaar op dit moment, maar zij zijn het die de nieuwe samenleving moeten gaan maken want je moet nu rebels zijn, constructief en creatief. Men moet ophouden te geloven in dit vreselijke systeem van consumptie en overconsumptie, dat door onverantwoordelijke reclame op gang wordt gehouden. De nieuwe samenleving waar ik van droom, wat ik de moral market noem, betreft een eerlijke uitwisseling. Hopelijk zal het er ooit komen, maar ik zie er helaas nog niet veel van.
 
B vd H: Wat is de rol van een ontwerper in zo'n samenleving?
 
PS: Die rol betreft niet persé produceren maar in de eerste plaats dienst verlenen. Bijvoorbeeld; als u me zegt: “ik heb het koud”, zal de designer uit het verleden daarop zeggen: “ik ga een kachel voor u maken”. Maar is de kachel wel het juiste moderne antwoord op deze vraag? Een kachel is 80% onzin en 20% nuttig. U zegt dat u het koud hebt, dus het eerste wat ik kan doen is u in mijn armen nemen om u op te warmen. Ik kan u mijn jasje geven. Als het ingewikkelder moet worden ga ik in nieuwe technieken en methodes op zoek naar warmtebronnen. Ik hoef u niet meteen een kachel te verkopen, het gaat erom te zoeken naar een manier om u de dienst te verlenen waar u om vraagt. Als u zegt dat u het koud hebt, zegt u misschien eigenlijk wel dat u behoefte hebt aan tederheid en liefde en aan een omhelzing. Dus de rol van de designer is om precies te ontcijferen wat nu de werkelijke behoefte is en daarop te antwoorden met een minimum aan materie, een maximum aan ethiek en respect en eerlijkheid. En als hij goed zijn werk doet zal dat weinig materie opleveren omdat we in feite maar weinig materiële behoeften hebben.
 
Wat u zegt doet me denken aan de filosofie van de Italiaan Antonio Negri. Bent u bekend met zijn gedachtengoed?
PS: Nee. Ik ben zo dom, ik ken niets, alleen wat er in mijn eigen kop ontstaat.
 
B vd H: Die houding die u schets heeft een enorm politiek potentieel.
 
PS: Het is ook uitsluitend politiek, mijn werk is uitsluitend politiek. Als ik design zou doen om tandenborstels te maken was ik er al lang geleden mee opgehouden. Ik heb genoeg verdiend, mijn ego is rustig, al heel lang. Als ik doorga met het maken van dingen is dat alleen maar omdat ik geloof dat het mogelijk is om ondanks alles subversief te zijn en het instrument van design te gebruiken, ten eerste omdat ik niks anders kan en ten tweede omdat het zo in de samenleving is verankerd dat het een prachtig verborgen wapen is. Als ik zou zeggen: “kom op, laten we een revolutie beginnen!”, dan zou u zeggen: “val me niet lastig.” Maar als ik u beetje bij beetje boodschappen stuur, in de trant van: misschien kan het ook anders en denk daar eens over na, dan heb ik al heel wat bereikt.
 
B vd H: Heel mooi, maar dat klinkt mij nogal naïef in de oren. Zo vertelde een vrouw me gisteren dat uw spullen haar in staat stellen een droomwereld in haar eigen huis te creëren.

PS: Als iemand zegt: “Starck heeft mij in staat gesteld om een droomwereld te creëren”, dan is dat niet waar want het zijn nooit objecten die iemand in staat stellen om een droomleven te leiden. Het bewijst alleen maar dat deze vrouw gelukkig is. Zij heeft in mijn werk tekens ontdekt die haar gelukkig maken, tekens die haar geholpen hebben om gelukkig te zijn, dat is mogelijk. Trouwens, om te doen wat ik doe moet je wel vreselijk naïef zijn, want als je niet naïef bent, heeft het geen zin en dan doe je het niet.
 
B vd H: Uw objecten zijn vaak grote successen. U sprak echter over een afkeer, bijna een wlaging voor materie?
 
PS: De walging die ik voel met betrekking tot materie, we hadden het er net al over, is de gewaarwording van het feit dat teveel hebben niet tot geluk leidt. Toen heb ik de beslissing genomen die ertoe leidt dat mijn werk steeds minder materieel is en ik hoop dat ik over een paar maanden of een paar jaar helemaal geen materie meer zal produceren, om op die manier u beter te kunnen dienen, en veel directer, duidelijker en agressiever te kunnen zijn met mijn boodschap. Maar ik weet nu nog niet hoe dat moet. Ik ben op zoek naar nieuwe wapens en ik weet nog niet wat die zullen zijn. Als de politiek een mooi beroep was zou ik politicus willen zijn, maar zoals politiek nu bedreven wordt, is het geen mooi beroep. Als televisie een echt voertuig zou kunnen zijn voor dit verhaal zou ik dat willen doen. Ik heb het overigens geprobeerd met Peter Gabriel. We hebben aan een nieuw tv station gewerkt en bijna een satelliet gekocht, maar uiteindelijk was het zo gecompliceerd dat onze droom in al die complexiteit zou verwateren en daarom hebben we het niet gedaan, maar ik ben wel op zoek naar mijn volgende 'satelliet'.
 
B vd H: Waarom geeft u uw voorwerpen namen?
 
PS: Ik geef namen aan objecten om duidelijk te maken dat mensen altijd beter zijn dan objecten en om te proberen de objecten leven te geven zodat we ze kunnen verdragen. Want wanneer je Ms Fric zet naast Mr Blic en Dr. No zijn het geen spullen meer maar een familie die met elkaar in gesprek is, elkaar liefheeft en ruzie met elkaar maakt.
 
B vd H: Deze methode verklaart wellicht uw succes in tijdperk?
 
PS: Ik weet echt niet waarom u het over succes heeft met betrekking tot mijn persoon, want het is alleen maar zo dat na 25 jaar werken de ‘stam’ tot de ontdekking is gekomen dat wij dezelfde problemen hebben, hetzelfde leven. Mensen zien dat ik probeer te werken en dat ik af en toe lui en laf kan zijn, maar dat ik toch vrij eerlijk ben en dat ik hun vriend ben die iets afweet van de kwaliteit van leven en dat ook kan doorgeven via dingetjes die meedraaien in het dagelijkse leven. Op dat niveau hebben ze vertrouwen in mij. En dat is een vriendschappelijke verhouding, soms zelfs liefdevol en zelfs wel eens gepassioneerd. Dus ik geloof dat het geheim van het succes is dat ik nooit over design of over dingen spreek, maar over ons gedeelde leven.
 
B vd H: Wat is voor u het belang van het voor de massa kunnen produceren tegen een redelijke prijs?
 
PS: Voor mij is het essentieel om het beste aan zoveel mogelijk mensen te geven, dat is mijn echte bijdrage geweest. Er zijn veel mensen die veel beter dingen ontwerpen dan ik, maar iemand die stom genoeg is om goed design heel toegankelijk te maken, dat ben ik alleen. Mijn eerste succes op design gebied, 15 jaar geleden, was een stoel van 1000 euro. Iedereen was tevreden, maar ik dacht: wat heb je aan een stoel van 1000 euro, wie kan dat betalen? Dus ik heb heel hard gestreden en gevochten met mijn producenten om de prijs omlaag te krijgen, eerst naar 600 euro, later naar 400, 300, 100 euro, vorig jaar in Milaan kostte ‘ie 60 euro, 40 euro en in Amerika vorig jaar was ie gezakt tot 9 euro, dus als je drie nullen kunt laten verdwijnen van een concept dan heb je iets bereikt. Je hebt het design niet vernietigd, maar de elitaire uitstraling ervan. Ik vind dat je als je iets moois maakt dat echt goed is, ook de plicht hebt om het voor zoveel mogelijk mensen beschikbaar te maken. Mensen die iets onbereikbaar en exclusief willen houden omdat het chiquer is vind ik echt vreselijk afkeurenswaardig. Als ik een zuigfles maak van 2 dollar, zoals ik net in de Verenigde Staten heb gedaan, dan kunnen zowel rijke als arme mensen die kopen. Maar het gaat nog verder: er zijn dingen die per definitie duur zijn, dus ik maak die fles van 2 dollar maar tegelijk ook een boot van 200 miljoen dollar, want met die 200 miljoen dollar van deze rijke persoon kan ik geweldige experimenten uitvoeren waar de gebruikers van die zuigfles van 2 dollar uiteindelijk bij gebaat zijn. Dus ik laat de rijke mensen mijn onderzoeksbureau betalen, dat ik vervolgens voor alle producten kan toepassen. Je kunt het vergelijken met Formule 1: de technologieën die door Formule 1 auto’s worden ontwikkeld, zijn later vaak ook voor gewone auto’s beschikbaar.
 
B vd H: Denkt u dat het woord design zal verdwijnen?
 
PS: Ik geloof dat het woord design zal verdwijnen omdat het bedoeld is om onderscheid te maken tussen degenen die het zich kunnen veroorloven en degenen die het zich niet kunnen veroorloven. Nu stoelen van 9 euro en flessen van 2 euro mogelijk zijn, van een veel hogere kwaliteit dan die stoel van 1000 euro van twintig jaar geleden, hoeven we design niet meer op die manier te benoemen. Het is er gewoon. En aangezien ik niet de enige ben die dat mogelijk maakt, kunnen we zeggen dat die strijd geleverd is. Nu verplaatst de strijd zich naar elders.