• vpro
Aflevering Nr. 1 
 
Zeven wetten van het medium televisie
begintekst van Arnon Grunberg
In de richting van de waarheid
R.A.Manifest van Arnon Grunberg
Zeger Reyers
Paul McCarthy
shock artist
John Oswald
Geluidskunstenaar
Zeger Reyers, Paul McCarthy en John Oswald.
zondag 3 oktober 2004
terug naar de aflevering
In de richting van de waarheid
R.A.Manifest van Arnon Grunberg
Uit VPRO-gids nr. 40
Het kunstprogramma op tv bestaat uit een tafel, wat stoelen en mensen die op die stoelen gaan zitten om hun kunstwerk in drie minuten en tweeënvijftig seconden aan de man te brengen. Bij sommige omroepen mogen de kunstenaars hun werk in veertien minuten en vijfendertig seconden promoten. (Daar zijn wel vaak voorgesprekken aan voorafgegaan van ruim vijf uur.) Dat heet dan diepzinnigheid, of althans een poging daartoe. Een gesprek van veertien minuten op tv, dat moet wel een diepzinnig gesprek zijn.
 
Recentelijk ontstond lichte opschudding toen bekend werd dat de uitreiking van de AKO-prijs door het programma RTL Boulevard zal worden uitgezonden. Een programma dat normaal gesproken vooral aandacht schijnt te besteden aan het leven van de koningin en soapsterretjes in opkomst.
Her en der sprak men schande van het huwelijk tussen AKO-prijs en RTL Boulevard. Inhoudelijke aandacht voor de genomineerde boeken kon nu wel vergeten worden.
Alsof er in de voorgaande jaren wezenlijke inhoudelijke aandacht voor de genomineerde boeken was geweest. Er waren wellicht hier en daar pogingen van een halve minuut die bij de kijker vooral opluchting teweeg brachten als de presentator zich weer concentreerde op de kwaliteit van de geserveerde hapjes, de feestjurk van een jurylid of de reclame waarvoor de uitzending moest worden onderbroken.
Ik juich de beslissing om de uitreiking van de AKO-prijs te laten uitzenden door RTL Boulevard toe. Niet vanwege de kijkcijfers van RTL Boulevard. Leesbevordering is ongewenst. Maar omdat de schaamlap van inhoudelijke aandacht voor de boeken eindelijk komt te vervallen.
Men vergeet dat het met die inhoudelijke aandacht in de geschreven pers ook wel losloopt. In kunst- en boekenbijlagen van gerespecteerde kranten staan regelmatig stukken die diepzinniger lijken dan een uitzending van RTL Boulevard, maar dat niet zijn.
Ik hoop dat de presentatoren zich zullen concentreren op de favoriete vakantiebestemming van de genomineerden, en geen enkele boektitel zullen noemen. Vergeet niet dat voor de meeste kijkers boektitels zoiets zijn als gironummers van stichtingen die abortusboten voor de kust van Portugal ondersteunen. Je geeft er geld aan uit, maar je krijgt er niet meer voor terug dan het vage gevoel dat je iets goeds hebt gedaan, en ondertussen blijft de angst knagen dat je stiekem bedrogen bent door een malafide stichting.
 
Nu naar R.A.M.
 
Aan het eind van het voorjaar van 2004 kreeg ik een mail van Cherry Duyns of ik R.A.M wilde gaan presenteren. Uit nieuwsgierigheid mailde ik terug: ‘Hoe moet dat? Ik woon in New York en ik ga niet verhuizen.’
Daarna bleef Cherry Duyns lange tijd stil.
Afdoende was mijn antwoord kennelijk niet geweest, want het contact werd hernieuwd en ik kan nu mededelen dat ik R.A.M níet zal gaan presenteren.
Een presentator is iemand die aan een tafel zit en zegt: ‘Naast mij zit de heer Koek, beroemd gitarist die internationale bekendheid geniet, mag ik dat zo zeggen, meneer Koek?’
Dat zal ik niet doen. Er is geen tafel, er zijn geen stoelen, en ik ben van plan er ook nauwelijks te zijn.
 
Een interview is een gesprek tussen twee mensen, in zijn meest overzichtelijke vorm althans, waarbij de een alle vragen stelt en de ander alle vragen beantwoordt. Degene die de vragen stelt krijgt, afhankelijk van zijn status als interviewer, daar veel of weinig geld voor. Degene die de vragen beantwoordt mag blij zijn dat hij de kans krijgt vragen te beantwoorden, omdat hij zo in de gelegenheid wordt gesteld aandacht te genereren voor zijn product. De ware vragende partij bij het interview is dus niet degene die de vragen stelt, maar degene die ze beantwoordt.
Sommige interviewers hebben een theorie over leven en werk van de geïnterviewde (ze hebben een kwartiertje in de knipselmap gerommeld) en proberen door middel van allerlei insinuaties te bewerkstelligen dat de geïnterviewde die theorie bevestigt. Dit wordt interviewtechniek genoemd.
Andere interviewers spreken bij voorkeur over zaken waar kijkers thuis zich makkelijk mee kunnen identificeren. De verbouwing van een badkamer bijvoorbeeld. Huisdieren. Aan de andere kant mag men niet bij voorbaat uitsluiten dat een huisdier een groot thema is.
Bij de gemiddelde beschouwer van allerlei kunstuitingen komen vrijwel alle vragen neer op: wat betekent het?
Ze zijn er nog altijd, steeds meer lijkt het wel, mensen die menen dat de betekenis van Dostojevski schuilt in de boodschap dat het beter is een oude weduwe niet met een bijl te bewerken. Je zou aan dergelijke mensen eens moeten vragen wat ze zelf betekenen.
 
Hoe dan ook, de geïnterviewde krijgt de gelegenheid zichzelf te verraden. Hij wordt in staat gesteld in de openbaarheid iets over zichzelf te vertellen waarvan hij jaren later nog spijt heeft. Acht delen reclame, één deel psychoanalyse, één deel pretentie, dat zijn ongeveer de bestanddelen waarvan het vraaggesprek is gemaakt.
Het gesprek suggereert dat er inzicht zal worden verschaft in leven en werk van de artiest, terwijl het in feite gaat om een godsdienstoefening, een ritueel. Men denkt iemand beter te leren kennen. Men zou net zo goed kunnen geloven dat men de tandarts beter leert kennen door naar zijn boor te kijken.
 
Als in voorgaande jaren zal R.A.M gedeeltelijk bestaan uit filmpjes, zeg maar mini-documentaires, maar anders dan voorgaande jaren zal niet meer de suggestie worden gewekt dat het verbindend element, ik dus, iets met die filmpjes te maken heb. We zijn een beetje in de richting van de waarheid opgeschoven.
Men schrijft een roman, bijvoorbeeld een streekroman, in de hoop een einde te maken aan dat specifieke genre, dat genre te vergiftigen, het van binnenuit langzaam uit te hollen. Het uithollen van, zie ik als mijn belangrijkste taak.
 
Naast de al eerder genoemde nieuwsgierighied om mij aan deze licht masochistische exercitie te onderwerpen, spelen ijdelheid, verveling, haat en de behoefte om haat te genereren een rol. De weg naar liefde loopt immers via haat. Wat niet betekent dat ik onbeleefdheid zal zijn. Beleefdheid is mijn favoriete gemoedsaandoening.
Een schrijver ziet in alles materiaal. Ik zie in R.A.M ook een poging materiaal te verzamelen op afgelegen plekken waar ik zelden kom.
En natuurlijk wil ik onderzoeken of er verschil bestaat tussen R.A.M en RTL Boulevard. En als, waar dat verschil precies in zit, of het verschil met het blote oog kan worden opgemerkt.
 
Daarbij zal ik niet vergeten dat men in Nederland en omstreken alleen die zaken serieus neemt waarvoor men niet bang hoeft te zijn. Terrorisme is de uitzondering op deze regel. Men is er bang voor en men wil het toch wel serieus nemen.