• vpro
Aflevering Nr. 1 
 
Zeven wetten van het medium televisie
begintekst van Arnon Grunberg
In de richting van de waarheid
R.A.Manifest van Arnon Grunberg
Zeger Reyers
Paul McCarthy
shock artist
John Oswald
Geluidskunstenaar
Zeger Reyers, Paul McCarthy en John Oswald.
zondag 3 oktober 2004
terug naar de aflevering
Paul McCarthy
shock artist
NRC-journalist Hans den Hartog Jager omschreef de Amerikaanse beeldend kunstenaar Paul McCarthy ooit als volgt: ‘Paul McCarthy is vies en voos, seksueel verknipt en houdt van ketchup.’ Met deze typering slaat hij de spijker op zijn kop.
 
Paul McCarthy is met zijn directe en confronterende aanpak een voorbeeld voor een jonge generatie kunstenaars. Zijn werk herbergt een wonderlijke tegenstelling: Enerzijds een formele, intellectuele inhoud, anderzijds een anarchistische en heftige vorm. Zijn succes kwam pas op latere leeftijd. Pas op zijn vijftigste, midden jaren negentig, werd hij opeens een held in de kunstwereld, en door sommigen zelfs aangemerkt als één van de invloedrijke pioniers van de twintigste-eeuwse kunst.
In het Van Abbemuseum in Eindhoven is op dit moment een tentoonstelling te zien van het werk van Paul McCarthy: Paul McCarthy. Brain Box Dream Box. (t/m 24 oktober 2005).
 
Brain Box Dream Box verwijst naar het stadium van de droom. Het geeft aan dat hier een psychologische dimensie wordt gezocht waarin driften ongebreideld kunnen worden geuit. De apotheose van de tentoonstelling vormt de performance / video-installatie Piccadilly Circus uit 2003. De performance werd vorig jaar in Londen live uitgevoerd. In het Van Abbemuseum is het een video-installatie. Op de wanden in het museum worden de met acht camera’s vastgelegde video’s van de performance geprojecteerd. De hoofdpersonen dragen pompoenkoppen en zijn verkleed. Soms is de Engelse Queen-Mum te herkennen of George Bush en Osama Bin Laden. De figuren rennen in het rond, ze botsen, vallen om en schuiven over tafels. Ze proppen eten door trechters in hun mond. Piccadilly Circus is het spectaculairste onderdeel van de tentoonstelling in het Van Abbe. De personages maken hoge gillende geluiden, kliederen en kladderen een eind weg. Bush zaagt de tulband weg van Bin Laden - een tulband die overigens de vorm heeft van het Guggenheim museum in New York - en zet vervolgens het broodmes in zijn eigen hoofd. De Queen-Mum is in de weer met fallusachtige instrumenten die ze in haar schaamstreek heen en weer beweegt. Typisch McCarthy dus, provocerend, (seksueel) gewelddadig, smerig en wanordelijk.
 
Hoewel McCarthy installaties, sculpturen, tekeningen en video’s maakt, is hij in wezen een performancekunstenaar. McCarthy brak pas op latere leeftijd door. Niet toevallig op het moment dat hij zijn performances ging vastleggen met verschillende camera’s, en dat die video’s werden geëxposeerd in museumzalen.
Paul McCarthy is een kunstenaar die grenzen niet verlegt, maar er ver overheen gaat. Hij is de man van video’s als Bossy Burger (1991). In Bossy Burger komt een kok met een grotesk grijnzend masker een tv-decor binnen. In een uur tijd volgt de complete afbraak. Eerst is dat grappig, als hij een stoel met ketchup insmeert. Dan begint het te wringen. Hij knipt met een schaar stukken van zijn handschoen af, het voelt als amputatie. Het loopt uit op een weerzinwekkend inferno, waarin de bossy burger steeds obsessiever ketchup spuit en monomaan wauwelend rondstapt. In Sailors meat (1975) draagt hij een blonde pruik en zwarte dameslingerie, en neukt een stuk rauw vlees op het bed, volgespoten met ketchup en mayonaise, drie kwartier lang. In Hot dog (1974) stopt hij rauwe worsten in zijn mond en tapet die dicht. Mocht hij overgeven, zal hij stikken. In Tokyo Santa (1996-2004) is McCarthy mompelend en kliederend als een schilderende kerstman in de weer.
Een van McCarthy’s vroegste werken is Ma Bell, een ruim zeven minuten durend zwartwitfilmpje waarin McCarthy een telefoonboek bedruipt met een mengsel van meel, afgewerkte olie en veren. De concentratie waarmee dit proces wordt uitgevoerd is aanstekelijk, de vieze, vettige ‘sculptuur’ appelleert aan een lekker, primair kliedergevoel.
Dat is ook waar het McCarthy om gaat. Aanvankelijk lijkt zijn gesmeer met ketchup en mayonaise bevrijdend. Maar dan merkt de toeschouwer dat het hem ernst is, obsessieve ernst.
 
Ook in Nederland zorgde McCarthy voor de nodige onrust. Voor Rotterdam maakte hij een groot beeld van de Kerstman dat naast De Doelen, ter hoogte van de Kruiskade, op het trottoir geplaatst zal worden. De ruim zes meter hoge, knalrode bronzen sculptuur is controversieel: hij houdt namelijk niet alleen een kerstklok omhoog, maar ook een reusachtig seksattribuut, een soort dildo voor anaal gebruik. Het beeld kreeg onmiddellijk de bijnaam ‘Kabouter Butt-plug’. Het kunstwerk is voorgedragen door de adviescommissie van de Internationale Beelden Collectie, waarin onder meer kunstverzamelaar Joop van Caldenborgh, kunsthistoricus Jan van Adrichem en de kunstenaars Joep van Lieshout en Ben Zegers zitting hebben. Er is gekozen voor McCarthy omdat hij als geen ander de hypocrisie van de moderne samenleving weet te verbeelden. ‘Zijn werk is een prachtige neerslag van de ontwikkelingen die in onze maatschappij spelen.’ Na veel protesten van met name Leefbaar Rotterdam is inmiddels besloten het beeld voor de Doelen te plaatsen. Leefbaar Rotterdam stelt zich op het standpunt dat het beeld nu het eenmaal gekocht is, het ‘maar gewoon op een zichtbare plek in de stad moet komen,’ meldt het raadslid Sjef Siemons. Siemons’ uitspraak is opmerkelijk omdat de Raad cultuurwethouder Hulman vorig jaar juist heeft gevraagd op zoek te gaan naar een andere plek. De drukke plek bij de Doelen zou niet geschikt zijn voor een beeld waar Rotterdammers wellicht aanstoot aan nemen. De vraag van de Raad heeft Hulman ernstig in verlegenheid gebracht: hij heeft tot op de dag van vandaag geen andere plaats kunnen vinden.