|
Column Arnon Grunberg
Schaamte
Het belangrijkste wat over dit bestaan kan worden gezegd is dat het een beschamende aangelegenheid is. De rest vloeit daaruit voort. Wat mensen doen, doen ze om aan deze toestand te ontkomen, om te excuseren wat in feite niet te excuseren valt: leven. Zijn. Het idee dat wij doen wat wij doen om de wereld, of onszelf te verbeteren, is een leugentje om bestwil. Een rationalisatie.
Alle schaamte hangt aan de gedachte dat het zijnde niet mag zijn. Dat het per vergissing is, of een parasiet is die zich voedt met de lijken van anderen. Het meest ethische universium is een universum zonder leven, misschien met wat regenwormen en ander kruipend ongedierte dat wij geen bewustzijn toeschrijven en dat dus niet in staat is zich te schamen. Alle schaamte verwijst naar de dood. Zouden mensen als mollen onder de grond kunnen leven zou schaamte misschien naar de mol verwijzen, maar bij gebrek aan die mogelijkheid doen we het met doodsdrift. Een paar decennia geleden ontstond het idee dat schaamte iets negatiefs was, een mechanisme dat in leven was geroepen door de heersende machten, of de machten nu het kapitaal of het patriarchaat vertegenwoordigde deed er nauwelijks toe, het ging erom dat schaamte was uitgevonden om ons te onderdrukken. Dat wij de schaamte voorbij moesten zien te komen. Dit heeft tot veel ellende geleid. Een aanzienlijk gedeelte van die ellende is nog dagelijks op tv en op straat te bezichtigen. Het gebrek aan schaamte voor het eigen lichaam dat ertoe leidde dat mensen meer van het eigen lichaam tonen dan goed is vooor hen en de buitenwereld. Het gebrek aan schaamte voor domheid waardoor onwetendheid veranderde in een kenmerk van authenticiteit. Gebrek aan schaamte voor onbeschoftheid waardoor het idee ontstond dat alle bruutheid waarheid zou zijn. Aan dit alles ligt de misvatting ten grondslag dat onderdrukking per definitie iets slechts is. Integeneel, de mens moet een beetje onderdrukt worden, daar knapt hij van op. Er zijn allerlei mechanismen om deze onderdrukking gestand te doen. Bijvoorbeeld het toestal waarnaar u nu kijkt. Om te beginnen moet worden vastgesteld dat u naar het toestel luistert en het toestel niet naar u. Aan deze toestand zal voorlopig geen eind komen. Het toestal is goed afgesteld, u bent een toestel dat nog niet helemaal goed is afgesteld. Daarom spreekt het eerste toestel tot het tweede toestel, om dat tweede toestel beter, exacter af te stellen. Het huiswerk dat u voor deze week maakte was eigenlijk voor volgende week. Daarom nu het huis werk dat u had moeten maken om deze uitzending te begrijpen. Wie zou u graag willen onderdrukken? Zoek deze persoon of en onderdruk hem of haar zonder gebruik te maken van fysieke aangelegenheid. Onderdrukking moet tot nader orde, volgens onze spelregels, wel een verbale aangelegenheid blijven. Elke dag een kwartiertje langer graag. Huiswerk: Schaf de verhalenbundel Het varken Morin aan van Guy de Maupassant. Lees het verhaal Huwelijksreis dat op bladzijde 202 begint en op bladzijde 206 eindigt. Hooguit een kwartiertje werk. Mevrouw Rivoil vertelt daarin over een huwelijksreis en zij besluit met de verzuchting: “Toen, nadat ik een maand in de zevende hemel had doorgebracht, bekroop me een onverklaarbaar verdriet. Ik wist ergens dat het voorbij was, dat ik het geluk van alle kanten had bekeken...” Bekijk nu zelf het geluk van alle kanten. Probeer uit te rekenen hoe lang het duurde, één maand, zoals mevrouw Rivoil denkt? Korter? Langer? Onderbouw met argumenten. U kunt uw huiswerk per e-mail opsturen aan de vpro, maar dat is niet verplicht.
|