|
Eric-Emmanuel Schmitt
en zijn geloof in de mensheid
Eric-Emmanuel Schmitt (1960) is de meest gelezen, meest vertaalde en meest gespeelde Franse schrijver van dit moment. Binnenkort verschijnt Het kind van Noach, het laatste verhaal uit zijn romancyclus over religies. Eerder schreef hij de indrukwekkende boeken Meneer Ibrahim en de bloemen van de koran en Oscar en Oma Rozerood. Verhalen over de relatie van de ene mens tot de ander en tot de religie.
Schmitt is niet alleen romanschrijver, ook als toneelschrijver maakt hij furore. In zijn ‘Cyclus van het onzichtbare’, een viertal boeken over de grote wereldgodsdiensten: jodendom, christendom, islam en boeddhisme, beschrijft Schmitt op ontroerende en eenvoudige wijze de verschillende geloven. In weinig zinnen weet Schmitt veel te vertellen. Schmitt zelf is gelovig, maar hij gelooft in een God zonder religie. Zoals hij zegt in een interview in De Standaard: ‘Mijn geloof is geen vaststaande waarheid, geen rationele zekerheid. Ik besef dat het slechts een manier is om antwoord te geven op de vragen. Ik verzet me tegen een denken waaruit alle hoop verdwenen is en doet alsof religie ons niets meer te vertellen heeft.’ Het Kind van Noah (L’Enfant de Noé): Het is 1942. De zevenjarige Joseph moet onderduiken en komt terecht bij de katholieke vader Puym. Joseph moet vergeten dat hij joods is en waar hij vandaan komt. Hij ontdekt het katholieke geloof en raakt daardoor gefascineerd. Vader Puym probeert het joodse gedachtegoed en de cultuur levend te houden in zijn ondergrondse synagoge. Oscar en Oma Rozerood (Oscar et la dame Rose): De twaalfjarige Oscar begint met het schrijven van brieven aan God. Dit zal hem helpen zijn eenzaamheid te verdragen. Vanuit zijn ziekbed vertelt hij in die brieven over zijn leven, het ziekenhuisleven en over zijn levensvragen. In die brieven, die sprankelen van levenslust en onuitputtelijk optimisme, vertelt hij over oma Rozerood, een oudere dame die hem regelmatig bezoekt en met hem praat over allerlei kleine en grote levensvragen én over haar (verzonnen) carrière als worstelaar. Oscars brieven geven een prachtige en ontroerende beschrijving van wat wellicht de laatste twaalf dagen van zijn leven zijn. Ze noemen mij Eierschaal, ik zie eruit alsof ik zeven ben; omdat ik kanker heb, leef ik in het ziekenhuis en omdat ik niet eens geloof dat je bestaat, heb ik nog nooit met je gesproken. Aldus een zin uit de eerste brief aan God van Oscar. ‘Waarom zou ik aan iemand schrijven die niet bestaat?’ vraagt Oscar zich af. Oma Rozerood antwoordt hem dat, hoe meer hij in Hem gelooft, hoe meer Hij bestaat. Maar hij mag vooral niet verwachten om hapklare brokken te krijgen van God. ‘Van nu af aan’, zegt ze tegen Oscar, ‘spelen we een spelletje: iedere dag staat voor tien jaar, en dus word jij minstens honderd jaar oud.’ Meneer Ibrahim en de bloemen van de koran (Monsieur Ibrahim et les Fleurs du Coran): De twaalfjarige joodse jongen Momo steelt boodschappen van de Arabische kruidenier Ibrahim in Rue Bleue, de straat waar Momo woont en Ibrahim zijn winkel drijft. Om zijn schaamte te verdrijven zegt Momo tegen zichzelf: ‘hij is toch maar een arabier!’ Ibrahim is een wijze oude man en langzaam maar zeker ontwikkelt zich een gesprek tussen hen en uiteindelijk ontstaat er een diepe vriendschap tussen die twee. Ibrahim leert Momo glimlachen, citeert Rumi (Geef gestalte aan wat niet bestaat: dat is de intentie) maar bovenal steekt hij de opgroeiende jongen vanuit de wereld van de volwassenen een hand toe, waarbij hij de grenzen van de religie liefdevol overschrijdt. Het verhaal is succesvol verfilmd door Francois Dupeyron met Omar Sharif in de rol van Meneer Ibrahim. Milarepa: Simon droomt elke nacht dat hij de reïncarnatie is van de oom van Milarepa, een figuur uit de Tibetaanse geschiedenis. Toen Milarepa nog jong was en zijn vader stierf, beroofde zijn oom hem van de erfenis. Milarepa nam wraak en moordde het dorp van zijn oom uit. Maar hij kwam tot bezinning en ging in de leer bij een boeddhistische priester. Deze onderwierp hem aan zware beproevingen: hij liet hem met blote handen torens bouwen en weer afbreken. Tenslotte bereikte Milarepa een verlicht bestaan en vond rust en harmonie in zichzelf. Simon, in deze tijd, moet bepalen waar hij staat ten opzichte van het geweld in de samenleving dat via de media op hem afkomt.
|