|
Pierre Audi
over Wagner en Der Ring des Nibelungen
Arnon Grunberg praat met Pierre Audi, artistiek directeur van De Nederlandse Opera en dit jaar voor het eerst artistiek directeur van het Holland Festival. Audi regisseert voor DNO Das Rheingold van Richard Wagner, het eerste deel van de Ring des Nibelungen. Al eerder opgevoerd in 1997 en nu in reprise. Komend najaar zal de hele cyclus van de Ring bij DNO te zien en te horen zijn.
Naar aanleiding van de reprise van Das Rheingold (1869) door De Nederlandse Opera spreekt Arnon Grunberg met Artistiek directeur van DNO Pierre Audi over Richard Wagner (1813-1883) en opera in het algemeen. Audi, een bankierszoon uit Beiroet, is inmiddels al weer 17 jaar artistiek directeur van De Nederlandse Opera. Hij kwam vanuit het Engelse Almeida Theatre in Islington naar Amsterdam vanwege de open, niet benauwende sfeer. Het feit dat er in Nederland geen operatraditie was, en daardoor het experiment op de voorgrond stond, was voor hem een pré. Audi had geen zin in grote operahuizen, die steeds maar weer betrekkelijk veilige prestigeproducties maken. Van meet af aan drukt Audi zijn eigen, tegendraadse stempel op DNO. Als regisseur van de allereerste Nederlandse productie van Wagners vierdelige Der Ring des Nibelungen schreef hij in 1998 geschiedenis: een hele ‘Ring’ in acht dagen was een bijna onmenselijke prestatie. En dat terwijl Audi eigenlijk helemaal niet van plan was om de ‘Amsterdamse Ring’ zelf te regisseren. Aanvankelijk had hij Klaus Michael Grüber benaderd, omdat Audi diens Parsival zo ongelooflijk mooi vond. Grüber leek een beetje bang te zijn van de ‘Ring’, iets wat Audi wel kon begrijpen, omdat de cyclus veel vragen stelt en de regisseur ertoe dwingt om tot in het diepst van zijn ziel na te denken over theater en kunst. Wagner kleedt een regisseur helemaal uit, en daar kan niet iedereen tegen. In zijn biografie schrijft Richard Wagner, dat hij het idee voor de openingsmaten van Das Rheingold kreeg toen hij, herstellend van een zeeziekte en half slapend, een visioen kreeg. Toen hij wakker schrok, had hij het gevoel dat hij door golven werd overspoeld. Wagners Das Rheingold gaat over een goudschat in de Rijn. Wie een ring van dat goud laat maken, zal almachtig zijn. Maar er is één voorwaarde: degene die dat doet, zal de liefde moeten afzweren. Wagner gaf Der Ring des Nibelungen de ondertitel ‘Ein Bühnenfestspiel’ mee. Pierre Audi maakte er meer een ‘Orchesterfestspiel’ van. Hij vond dat het publiek diep bij het verhaal moest worden betrokken. Om dat te bereiken promoveerde hij het orkest tot een hoofdpersoon. In Audi’s enscenering van Das Rheingold komt het orkest, conform Wagners visioen, als een verklankte personificatie van de Rijn de zaal binnen stromen. Door deze muzikaal-scenische aanpak wordt de voorstelling opgebouwd vanuit de kracht van de muziek. De Trauermarsch uit Götterdämmrung is volgens Audi het sterkste deel in de hele cyclus. Hij noemt de mars een groots emotioneel statement, de ontmoeting in de dood. Het centrale thema van de Ring is volgens hem de onrechtvaardigheid van de dood van een beminde. De politiek, het surrealisme en de mythe zijn voor Audi uiteindelijk allemaal van secundaire betekenis. Wagner zelf beschouwde Das Rheingold als ‘de geboorte van de kunst’ en ‘de belangrijkste gebeurtenis in de geschiedenis van de menselijke beschaving.’ Door in te zoomen op de meeslepende muziek en het menselijk lijden, brengt Pierre Audi ‘het goddelijke meesterwerk’ van Richard Wagner weer terug tot herkenbare menselijke proporties. De Nederlandse Opera: Das Rheingold 11-5 20:00, 15-2 14:00, 18-5 20:00.
|