|
Arnons column
Geld
Geld drukt niet uit wat mensen bezitten, maar waarin ze van elkaar verschillen. Geld is hét instrument om te meten waarin het ene individu zich onderscheidt van het andere. Het verlangen naar geld is niet anders dan distinctiedrift. Wie zegt, “ik heb vijf miljoen euro op mijn rekening staan,” of, “ik bezit een vier huizen in het centrum van Londen,” zegt vooral, “ik heb meer dan jij.” Het kan ook zijn dat hij zegt, “ik heb minder dan jij.” Daarom moet hij uitkijken waar hij het zegt. Waar geld is bestaat geen gelijkheid. En waar geen geld is zal altijd iets opduiken wat op geld lijkt. Dat mag een open deur lijken, want wie zegt, “waar twee mensen bestaan, bestaan geen gelijkheid,” heeft in principe ook gelijk. Maar geld verschilt in principe niets van monpolygeld op één onderdeel na: een afspraak waaraan iedereen gehoorzaamt. Geld is de enige illusie die je bijna overal ter wereld kunt inruilen voor twintig koeien en zes hectare grond. Maar daarmee zijn niet alle problemen opgelost. Wie geld heeft, moet nog laten zien dat hij het heeft. En wie geen geld heeft kan doen alsof. Anders gezegd, de symbolen waarmee iemand aantoont tot een bepaalde klasse te horen kunnen worden gekopieerd door mensen die eigenlijk in een lagere klasse thuishoren. Elke samenleving die geen pure kastemaatschappij is zal worden gekenmerkt door imitatiedrift. Wie meer heeft dan vele anderen gaat op een gegeven moment aan verveling leiden. Hij wil wat hij meer heeft verliezen. Maar omdat mindere goden het gedrag van de ware goden imiteren gaan al snel mensen geld verliezen die zich helemaal niet kunnen permitteren iets te verliezen. Met geld smijten is geen vertrouwen hebben in de toekomst. Maar wie het minimumloon verdient kan het zich niet permitteren geen vertrouwen te hebben in de toekomst. Optimisme is een ziekte van arme mensen. Wie zich een beetje kritisch uitlaat over het kapitalisme en de uitwassen ervan lijkt al snel aan cuktuurkritiek te doen en cultuurkritiek gaat in sommige kringen door voor het allerhoogste. Maar de kritiek op het kapitalisme is onderdeel ervan en versterkt het kapitalisme alleen. Ware cultuurkritiek anno 2005 is een radicale omhelzing van het kapitalisme inclusief al zijn uitwassen. De cultuurcriticus zegt: ik accepteer de wetten van het geld. Nu jullie nog, slaafjes van de vrije markt. Ware cultuurkritiek kan worden samengevat in drie woorden: weg met mij.
|