Een station is vaak het decor van heftige emoties. Van afscheid - denk maar aan de beroemde scene uit 'Casablanca' waarin Humphrey Bogart en Ingrid Bergman elkaar vaarwel zeggen terwijl op de achtergrond het mortiervuur roffelt - of van de ander weer in de armen sluiten.
Niet voor niets is het repertoire waarin een trein voorkomt schier eindeloos. Of het nu de dramatiek is van de 'Midnight Train' van Bill Ramsey of het zwerversleed van de hobo's, de treinzwervers die zich in het Amerika van de Depressie clandestien per trein door het land verplaatsen - zoals Goebel Reeves, die z'n bestaan als brave middenklassser opgaf, zwerver werd en daar hartstochtelijk over zong en jodelde in 'H.O.B.O. calling'. Verder het kleine meisje met de doorleefde stem Little Esther in 'Mainliner', The Four Freshmen met 'Whistle me some blues', het rijke vibrato van Betty Miller en klassiekers onder de treinsongs als 'On the Atcheson, Topeka and Santa Fe' door Tommy Dorsey en 'Take the A train'. En fluffy onzin als een lied over een trein die dwars door de huiskamer dendert van de operateske bandleider Vaughn Monroe.