zondag
20
februari
2000
22:50
|
Je kunt er wel veel over praten, maar bij een goed doek houd je je bek. De man met de tulband, van Rembrandt, daar ga ik soms naar toe. Het hangt in New York. Als je daarnaar kijkt, dan raakt je aan het geheim van het leven...
Schilder en beeldhouwer Karel Appel staat niet bekend om zijn reflectie op beeldende kunst. "Ik rotzooi maar wat aan", is zijn beroemdste uitspraak. Maar hij schildert nou juist om niet te hoeven praten. En bovendien: Appel is, vooral in het combineren van kleuren, een heel nauwkeurig schilder. Alvorens Appels carrière in 1938 aanving, studeerde hij aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam. Vanaf die tijd had hij verschillende exposities in Europa, Amerika en Japan. Hij was in 1948 betrokken bij de oprichting van de Nederlandse Experimentele Groep in Amsterdam, die nog datzelfde jaar opging in de internationale Cobra- groep in Parijs, de stad waar Appel zich in 1950 vestigde. Vanaf zijn eerste lange reis naar de VS in 1957 ontwikkelden zich steeds nauwere contacten met de Amerikaanse kunstwereld. De toekenning van de Guggenheim International Award in 1960 betekende zijn doorbraak in Amerika. Appel wordt momenteel beschouwd als één van de belangrijkste vertegenwoordigers van het Abstract Expressionisme. De In 1987 maakte hij voor de Parijse Opera een dansvoorstelling in samenwerking met de Japanse danser/choreograaf Min Tanaka. Deze voorstelling, getiteld Peut-on danser le paysage? was inmiddels te zien bij de Brooklyn Academy of Music in New York en het Muziektheater te Amsterdam (1994) Verder maakte hij het scenisch concept voor de opera Noach (1994) en Die Zauberflote (1995). Ook in Van de schoonheid en de troost combineert Appel schilderkunst met muziek: acht doeken paart hij aan evenveel muziekstukken.
|
|