|
Dichtersvreugde na historische zege Oranje
Dit onderwerp is g e e n onderdeel van het programma van vrijdag
Het was een grote dag in de geschiedenis van het Nederlandse voetbal: op 24 maart 1913 versloeg Oranje op het Haagse Houtrust de Engelse amateurs met 2-1. Zo'n 16.000 toeschouwers, waarvan een aantal in de bomen rond het terrein, zagen hoe Spartaan Henri 'Huug' de Groot beide treffers op zijn naam schreef.
De emoties na afloop bereikte een ongekende hoogte. Midden in het toen losgebarste feest bijvoorbeeld ontdek-te sportjournalist Leo Lauer op de officiele tribune een heer 'correct in het zwart, hoog gehoed, die stillekens voor zich uitkeek naar het woest gedans en golven der menig-te, telkens zijn ogen afwis-te, met niemand sprak, voor zichzelf bewaarde het zoete van het nieuwe geluk'. Deze correcte heer was sportpionier Pim Mulier, die zojuist getuige was geweest van het verslaan van de voetbal-lers uit de bakermat van deze sport. Voor dichter August Heyting was deze overwinning zelfs een inspiratiebron voor een 'modern sportief heldendicht' van maar liefst 2.600 versregels. De lezers vinden het hopelijk niet erg dat niet het hele gedicht wordt afgedrukt, omdat dat tachtig pagina's in beslag neemt. Om toch een indruk te krijgen zijn hier de eerste regels. Dat England is geslagen, dit's de mare, die juublend schalt langs Hollands lentevelden. 't Is Pasen en de stem van het blijde feest wordt dubbel hoog door dees victorieroep. Zon, daal omlaag, wij zullen met U ballen. Uw gouden bal zal onze roes behagen. Laat dan het vuur vrij uit uw kogel spatten als, met uw blinkend goud, we op 't doel afstormen. Ja, zulk een bal is Hollands geestdrift waardig. Hoera! Oranjetruien, luid hoera! Dit artikel staat in 'Uit het veld', nieuwsbrief over sportgeschiedenis. Een gratis abonnement kan via de startpagina van Sportpaleis De Jong.
|