REGIEVISIE
door: Michiel van Jaarsveld
Wat mij als regisseur vanaf het begin voor ogen heeft gestaan met Stellenbosch, heb ik het afgelopen jaar met het voltooien van de serie steeds duidelijker vorm zien krijgen: een groots familiedrama van epische proporties. Mijn ambitie met deze serie is altijd geweest om optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden van de serie als vertelvorm. Wat gelauwerde voorbeelden als Heimat of La Meglio Gioventù in het verleden wel hebben bewezen, is dat de personages in een serie heel dicht bij ons kunnen komen te staan, op een manier die bij speelfilm niet mogelijk is, als ware het je eigen familie. In Stellenbosch leven we zeven afleveringen mee met de lotgevallen van de familie Keppel, midden in de stormachtige ontwikkelingen in Zuid-Afrika na de afschaffing van apartheid. Die veranderingen hebben een grote uitwerking op hun leven; al hun keuzes worden erdoor beïnvloed, en met elke keuze leren we hen beter kennen.
Voor mij heeft Stellenbosch altijd de omtrekken vertoond van een klassieke Griekse tragedie, waarbij de goden ontstemd zijn geraakt omdat een gruwelijke misdaad uit het verleden onopgehelderd is gebleven en de slachtoffers nooit de begrafenis hebben gekregen die hen toekomt. Sinds die tijd wordt de familie, generatie op generatie, achtervolgd door een soort vloek, die behalve onderlinge ruzies en tegenslagen van het lot, vooral inhoudt dat niemand in deze familie meer in staat is tot liefde, niet om die te geven, noch om die te ontvangen. De naam van het landgoed ‘Arkadia’ verwijst overigens ook naar de Griekse oudheid, waar het symbool staat voor onbedorvenheid, de onschuld die in deze serie herwonnen moet worden.
Henk Keppel jr is op dit ‘mythische’ niveau de held, die de taak heeft om de verloren onschuld terug te winnen en de vloek op de familie op te heffen door de misdaad uit het verleden op te helderen. Op psychologisch niveau wordt hij gedreven door de persoonlijke noodzaak om zijn vetroebelde geweten rust te geven, en ook door zijn liefde voor Shelley en de strijd die hij moet leveren om de obstakels tussen hen uit de weg te ruimen. Maar ergens stijgt zijn motivatie ook uit boven puur eigen belang. Voor mij levert hij deze strijd ook voor zijn dochter Marie, voor zijn zus Betty en voor zijn moeder Anneke. Dat blijkt op een paar ‘magische’ momenten in de serie, bijvoorbeeld in aflevering 4, wanneer Henk jr. in een redeloze opwelling een waardevol stuk wijnland ondersteboven spit om de botten van Jean-Luc naar boven te halen, en dat op wonderlijke wijze samenvalt met het ontwaken van zijn dochter Marie uit haar coma. Op dit soort momenten blijkt hoezeer Henks persoonlijke strijd op een mythische wijze verweven is met de vloek op zijn hele familie, waardoor Stellenbosch dieper reikt dan een geheel van intriges rond een stuk familiegrond, eindigend met winnaars en verliezers.
Het draait in Stellenbosch altijd om het geweten, en niet alleen dat van Henk jr. Het is het geweten van de familie, van de grond en zelfs dat van heel blank Zuid-Afrika. Velen zullen zich de tranen van bisschop Tutu herinneren na de eerste hoorzittingen van de Waarheids- en Verzoeningscommissie, in het leven geroepen om recht te spreken over de verzwegen misdaden uit het verleden. Die misdaden zijn talrijk en gruwelijk. Zuid-Afrika zal nog lang blijven worstelen met dat verleden voordat de weg naar de toekomst openligt. Stellenbosch vertelt in het klein dat verhaal, in al zijn complexiteit, omdat het niet alleen de moord op een zwart jongetje betreft, maar er ook een blank slachtoffer was.
Het karakter Betty, de zus van Henk jr, raakt het dichtst aan die maatschappelijke verhoudingen in Zuid-Afrika en hoe die getekend zijn door het systeem van apartheid. Zo gedreven als haar broer is in het maken van zijn topwijn, zo gedreven is zij als ANC-lid om de rechtvaardigheid in de verhoudingen tussen blank en zwart terug te brengen op het landgoed Arkadia. Daarmee komen zij vanaf het begin lijnrecht tegenover elkaar te staan. Beiden verdienen evenveel sympathie voor hun doel, maar voor Betty geldt hetzelfde als voor haar broer, nl. dat zij door haar hardnekkige strijd de liefde uit het oog is verloren. De kern van het persoonlijke drama van broer en zus vallen daar dus op een opvallende manier samen.
De rol van Marie, de dochter van Henk jr, bouwt dat thema nog verder uit. Haar leven is op het eerste gezicht minder sterk verbonden met Zuid-Afrika, maar het gerommel in haar privé-leven in Nederland met een vriendje dat misschien niet zo erg goed bij haar past, weerspiegelt evengoed haar onmacht om de liefde in haar leven op zijn plek te krijgen. Hoe sterk zij met haar vader verweven is, ook in lotsbestemming, blijkt in dit verhaal steeds meer. Aan het einde zal zij haar thuis vinden op een plek die meer met haar vader te maken heeft dan ze zelf ooit had kunnen denken.
Het duidelijkste voorbeeld hoe desastreus de misdaad uit het verleden voor de liefde is geweest, vinden we bij de ouders van Henk jr. Sinds die ene fatale dag heeft Henk sr zijn vrouw Anneke met geen vinger meer aangeraakt. De tijdelijke opleving bij Henk sr, veroorzaakt door zijn voortschrijdende dementie, maakt dat alleen maar pijnlijker. Maar net als bij alle andere karakters, is er ook voor Anneke nog hoop. Nergens in het verhaal wordt duidelijker hoe de harten van alle familieleden sinds die ene dag zijn verkild. En nergens wordt duidelijker dat Henk jr aan het einde blijkbaar datgene heeft gedaan wat nodig was om de draad weer op te pakken, daar waar ze op die noodlottige dag in 1963 gebleven waren.
Michiel van Jaarsveld