• vpro
  • NPS
  • VARA
vorige    
woensdag 29 juni 2005 16:31 nieuws
Publieke omroep: vernieuwing is geen verbetering
Beleid / 28 Juni 2005
De publieke omroep gaat op de schop. Voor de VPRO en de VARA is dan de hoofdvraag: leidt dit tot betere TV, radio, internet en digitale themakanalen? Het antwoord is: nee. De Nederlandse kijker staat een versnipperd en steeds minder geïnspireerd aanbod te wachten. Dat ligt niet aan de intenties van het plan - die zijn prima. Er zijn ook duidelijke stappen vooruit gezet, bijvoorbeeld door ‘platformonafhankelijk’ te redeneren. De uitwerking zal echter het tegenovergestelde opleveren van wat het plan beoogt.
De eerste reden ligt in het organisatiemodel. Het kabinet kiest voor een hybride model. Ergens tussen 4 uur ’s middags en 12 uur ’s avonds worden er opiniërende programma’s gebracht. Die programma’s hoeven niet ingepast te worden in een duidelijk netprofiel en de omroepverenigingen zijn autonoom in hun inhoud. Daarnaast zullen maatschappelijke en culturele programma’s worden geplaatst die onder centrale regie elders worden ingekocht. Een combinatie van een staatsomroep met doelgroepentelevisie zal op termijn de publieke omroep opbreken. Het verhindert consistente programmering en heldere zenderprofielen. En leidt dus tot een verlies aan kijkers. Het was verstandiger geweest om een consequente keuze te maken uit twee modellen: een centraal programmeringsmodel, zoals de BBC dat kent, of een model dat investeert in maatschappelijke pluriformiteit en dat onder duidelijke randvoorwaarden de uitvoering overlaat aan samenwerkende omroepen die gemeenschappelijk de verantwoordelijk voor een net krijgen.
 
Het nu gekozen model biedt vlees noch vis. Het zal bovendien (blijven) leiden tot veel bestuurlijke drukte, een uitdijende bureaucratie, onproductieve concurrentiedwang binnen elk net en permanente grensgevechten. Wie bepaalt immers wat onder welke rubriek valt? Juist nu we op weg zijn om per net tot een heldere profilering te komen moeten de omroepen met elkaar gaan concurreren. Concludeerde de commissie Rinnooy Kan, die het publieke bestel visiteerde, niet dat omroepen het op zichzelf goed deden maar beter moesten gaan samenwerken? Op het derde net leidde samenwerking tot programma’s als Andere Tijden, Buitenhof, NOVA en Zembla. Veel geprezen, ook door critici. Bovendien waren NPS, VARA en VPRO al overeen aan het komen om voortaan op het derde net middelen en programmering van een centrale regie te voorzien. En om samen nog meer spraakmakende programma’s te gaan maken. Het kabinetsplan frustreert deze samenwerking in plaats van die te faciliteren.
 
Er is nog een reden dat het plan van het kabinet haar doel van een betere publieke omroep niet haalt: het financieringsmodel. De inkomsten van de Publieke Omroep zijn ook in de toekomst gekoppeld aan de STER-inkomsten, en die zijn weer gekoppeld aan de kijkdichtheid. Op dit moment lopen de STER-inkomsten al terug, en met de komst van nieuwe zenders zal dat verder gaan. Bovendien zal met het vrijgeven van de omroepgegevens nog een inkomstenbron opdrogen. Substantieel minder geld voor de Publieke Omroep zal het gevolg zijn. Dat betekent dat de Raad van Bestuur, die in het nieuwe model programma’s moet gaan contracteren, gedwongen wordt alleen te mikken op brede programma’s met een lichte inhoud. Voor smallere of toegankelijke kwaliteitsprogramma’s zal in de nieuwe structuur geen plaats meer zijn. Een lichtere programmering zal de budgettaire problemen maar beperkt oplossen en bovendien steeds meer op gespannen voet komen te staan met de opdracht van publieke omroep. Op termijn van enkele jaren betekent het gekozen financieringsmodel dan ook: terug naar twee netten, aangevuld met een enkel digitaal kanaal.
 
De prijs van het nu gekozen organisatie- en financieringsmodel is een neergaande spiraal. Iedereen, inclusief de staatssecretaris, onderschrijft de noodzaak om stevig in te zetten op innovatie, zowel inhoudelijk als technologisch. Dat veronderstelt een voldoende stimulerende en veilige omgeving. Het plan resulteert in het tegenovergestelde. Omdat omroepverenigingen maar 37,5% van hun huidige budget gegarandeerd krijgen, zullen er omvangrijke ontslagrondes plaats gaan vinden. Veel medewerkers zullen daar niet op wachten en voor die tijd hun heil elders gaan zoeken. De totale afkoopkosten zullen, ook met natuurlijk verloop en handig manoeuvreren, zeker meer dan 100 miljoen euro bedragen - geld dat beter in programma’s gestopt had kunnen worden. Innovatie, zoals digitale themakanalen, is de afgelopen jaren door de omroepverenigingen, zij het met moeite, uit eigen middelen gefinancierd. In een afbouwscenario zal de aandacht hiervoor minimaal worden.
 
Niet alleen gaat op korte termijn het klimaat voor technische innovatie verloren, op lange termijn geldt dit ook voor het klimaat voor inhoudelijke innovatie. Als het merendeel van de programma’s via aanbesteding tot stand moet komen, is er immers geen ruimte meer voor de kraamkamerfunctie die de omroepverenigingen nu vervullen: een stimulerende omgeving bieden waarin programmamakers concepten kunnen uitproberen. Nu gaat er op bestelling gewerkt worden - een ernstige miskenning van het professionele proces - nog afgezien van het feit dat het vraagt om het optuigen van een heel nieuw bureaucratisch.apparaat. Het marketing-denken gaat domineren boven het inhoudelijk denken.
 
Het door de staatssecretaris bepleite ondernemerschap, waarbij omroepen voor iedereen mogen produceren, klinkt goed, maar zal in de praktijk waarschijnlijk meer ongewenst dan gewenst gedrag uitlokken. Door de systematiek van aanbesteding zal er namelijk een strijd ontstaan rond de best bekeken programma’s. Nu omroepen straks niet meer hun eigen logo mogen voeren voor hun maatschappelijke en culturele programma’s, maar als onzichtbare productiemaatschappij moeten gaan optreden, worden ze in de positie gebracht om hun beste programma’s aan te bieden aan de hoogste bieder - en dat zal maar zelden de publieke omroep zijn. Individuele omroepverenigingen zullen in deze nieuwe situatie ongetwijfeld kansen zien, het publieke domein als geheel verschraalt.
 
Tot slot is het de vraag wat de Nederlandse kijkers hiervan zullen vinden. Zij zien de hoeveelheid tijd van hun ‘eigen’ omroep tot een derde gereduceerd. Daardoor zal die eigen omroep nauwelijks meer zichtbaar zijn. Tegelijk echter mogen die kijkers daar dan wel € 24 voor betalen, exclusief de kosten van de programmagids. Ook dat zal tot een verdere implosie van het systeem leiden. Het zal bovendien niet brengen wat ermee beoogd wordt: een betere afspiegeling van de Nederlandse bevolking in de organisaties die gezamenlijk TV, radio en internet maken en een betere maatschappelijke verankering van de publieke omroep.
 
Wat nodig is voor de dringende vernieuwing van de publieke opinie, is een expliciete kwaliteitsimpuls, ook in termen van geld, en een consistente uitvoeringsstructuur, niet een halfbakken politiek compromis. Nederland geeft per inwoner € 45 uit aan zijn publieke omroep, de Belgen € 56, de Scandinaviërs € 67 en de Duitsers en Engelsen € 100. Gemeten naar die maat doet de Nederlandse Publieke Omroep het uitstekend: wat betreft het bereik is het een Europese middenmoter, terwijl het qua uitgaven vergelijkbaar is met een land als Portugal. Het ambitieniveau moet zijn om op dit vlak een duidelijke stap vooruit te zetten, om extra te investeren in Nederlandse (culturele) producties en om een voorbeeld te nemen aan de Belgen, die al een tijd geleden 60 miljoen euro staken in de ontwikkeling van interactieve televisie, en die nu praten over een plan om 200 miljoen te besteden aan de ontwikkeling van digitale themakanalen.
 
Het plan dat nu voorligt, gaat te veel uit van machtsvraagstukken en voorziet op zichzelf goede ambities van foute instrumenten. Problemen die op korte termijn opgelost moeten worden - een betere afspiegeling van de Nederlandse bevolking, betere samenhang op de netten, snellere innovatie - pakt het plan niet voldoende aan, terwijl er een klimaat ontstaat waarin de publieke omroep tot 2012 vooral in het teken van afbouw en verlies van inspiratie zal staan. De NPS is wat het Kabinet betreft al weggeschreven uit Net 3, voor de VARA en de VPRO is de publieke omroep straks ook geen aanlokkelijk perspectief meer.
 
Peter van Lieshout (voorzitter VPRO)
 
Vera Keur (voorzitter VARA)