• vpro
Aflevering Nr. 7 
 
De algemene kennisronde
De eerste vakkennisronde
Liesbeth Smit (Fysiologie van de voeding) en Rolf Bremmer (Nanotechnologie)
De retoricaronde
Ellis Vyth (Voeding en Gezondheid) en Victor van Kleef (Bestuurskunde)
De tweede vakkennisronde
Maarten Voors (Rurale en ontwikkelingseconomie) en Anne Hoogveld (Gezinspedagogiek)
De doe-denkronde
Verboden boeken
UQ2006 afl. 7: Wageningen vs. Leiden
maandag 22 mei 2006
terug naar de aflevering
De tweede vakkennisronde
Maarten Voors (Rurale en ontwikkelingseconomie) en Anne Hoogveld (Gezinspedagogiek)
Wageningen Universiteit
Maarten Voors
Specialisatie: rurale en ontwikkelingseconomie
 
Vakspecialist:Hoofddocent Dr. Clemens Lutz verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, Faculteit Bedrijfskunde
 

Vraag 1:
Je interesse ligt bij ontwikkelingseconomie en in het bijzonder een analyse van de transactiekosten in de landbouw. In de wetenschappelijke literatuur wordt wel beweerd dat hoge transactiekosten leiden tot “missing markets”.
Wat wordt hier bedoeld en wat betekent dit voor boeren in ontwikkelingslanden?
 
Antwoord:
Door hoge transactiekosten wordt de markt minder aantrekkelijk voor producenten. Dit leidt in ontwikkelingslanden tot een grotere mate van zelfvoorziening (minder specialisatie, lagere prijzen voor producenten).
 

Vraag 2:
Een belangrijk concept in de transactiekostentheorie is het begrip “asset specific investments”. Kan je in het kort weergeven wat de kenmerken van deze specifieke investeringen zijn en hoe deze investeringen de transactiekosten beïnvloeden?
 
Antwoord:
Dit zijn investeringen die specifiek voor een handelsrelatie worden gedaan. Een deel van de waarde van de “asset specific investments” gaat verloren als de handelsrelatie wordt beëindigd (‘sunk cost’). Dit leidt tot hoge transactiekosten (‘hold up’, onzekerheid).
 

Vraag 3:
Voor je scriptie doe je onderzoek naar de schapenhouderij in Macedonië. Je analyseert de transactiekosten.
A) Geef drie praktische voorbeelden van transactiekosten die in deze markt van toepassing zijn.
B) Geef twee voorbeelden van kosten verbonden aan het verkopen van schapenvlees op de markt die niet vallen onder het begrip transactiekosten
 
Antwoord:
A) informatiekosten, onderhandelingskosten, kosten van uitvoering van het contract
B) transport en opslagkosten
 

---
 

Universiteit Leiden
Student: Anne Hoogveld
Specialisatie: Kindermishandeling
 
Vakspecialist: Professor Herman Baartman
 
Vraag 1:
In 1962 verscheen er in het Journal of the American Medical Association een inmiddels klassiek artikel van de hand van de kinderarts Henry Kempe en enkele collega's (röntgenologen en kinderpsychiaters) dat de aanzet heeft gevormd voor de moderne aandacht voor kindermishandeling. Wat was de titel van dat klassieke artikel en wat was volgens diverse artsen in die tijd de oorzaak van de gebroken ledenmaten van jonge kinderen?
 
Antwoord:
Artikel: The battered child syndrome.
Oorzaak: bone fragility syndrome (of broze botten)
 
In de jaren 40-50 waren er artsen die 'onverklaarbare' botbreuken van heel kleine kinderen toeschreven aan een te grote broosheid van hun beenderstelsel en spraken van het ‘bone fragility syndrome’. Kempe c.s. hebben onderzoek gedaan naar die vreemde letsels en hun bevindingen dat deze het gevolg waren van geweld van de kant van ouders beschreven in dit beroemde artikel dat de aanzet heeft gevormd voor een intense aandacht in de samenleving en de wetenschap voor het verschijnsel kindermishandeling.
 

Vraag 2:
Dit artikel was ook de aanzet voor de aandacht voor kindermishandeling in ons land. Dat leidde in 1972 tot de oprichting van het Bureau Vertrouwensarts inzake Kindermishandeling. Dat was op zich vreemd, want ook toen was er een Raad voor de Kinderbescherming, de aangewezen instantie zou je zeggen voor meldingen van kindermishandeling. Om welke reden werd er toch gekozen voor een apart instituut voor het melden van (vermoedens van) kindermishandeling naast de Raad voor de Kinderbescherming? En hoeveel meldingen kwamen er in het eerste jaar binnen?
 
Antwoord:
Reden(en): (een van deze twee redenen is voldoende)
• Men dacht hiermee tegemoet te komen aan het probleem van artsen met hun beroepsgeheim (wat in feite onjuist is: een arts die een vermoeden van kindermishandeling meldt, schendt altijd zijn beroepsgeheim, waar hij ook meldt, maar hij gaat daarin vrijuit mits de melding plaatsvindt op basis van een zorgvuldige afweging)
• Men wilde in de aanpak van het probleem zoveel mogelijk buiten het justitiele circuit blijven
 
Aantal:
Er kwamen dat jaar 432 meldingen binnen
 

Vraag 3:
Er zijn ouders, meestal moeders, die hun kind opzettelijk ziek maken of met zelf verzonnen medische klachten hun kind ter behandeling aanbieden aan artsen. Soms heeft dit als gevolg dat een kind de ene nodeloze medische behandeling na de andere ondergaat. Hoe noemt met het gedrag van deze ouders? En door wie is het in 1977 voor het eerst beschreven?
 
Antwoord:
Syndroom van Münchhausen by Proxy
Voor het eerst beschreven in 1977 door de Britse kinderarts Meadow. Proxy is Engels voor gevolmachtigde - vreemde term overigens, want zo'n moeder is uiteraard niet gevolmachtigd.
 
En Münchhausen is natuurlijk ontleend aan de Duitse cavalerie officier Baron Karl Friedrich Hieronymous von Münchhausen, de bekende fantast. Bij moeders die dit doen is er, naar verondersteld wordt, sprake van een mengeling van behoefte aan aandacht, die men krijgt via de aandacht die men vraagt voor het kind, en agressie jegens het kind - ze laten de mishandeling in de vorm van een behandeling over aan artsen.