|
donderdag 10 maart 2005 18:23
|
interview
|
Theorie versus Praktijk
een gesprek met Wenja Heusdens
Beleidsmakers voor het onderwijs hebben vaak een gedegen theoretische opleiding, maar geen ervaring in de praktijk. Wenja Heusdens heeft eerst orthopedagogiek gestudeerd aan de UVA en staat nu voor de klas. Om haar bevoegdheid om les te geven te behalen volgt ze nu de PABO variant zij-instroom in beroep. Een gesprek over het verschil tussen theoretische kennis over het onderwijs en de praktijk van het lesgeven.
Was je opleiding orthopedagogiek ook enigszins gericht op de praktijk in het onderwijs?
‘Ik heb de variant integratieve jeugdzorg gedaan en niet de variant integratieve leerling-zorg. En die variant sluit natuurlijk niet aan bij de praktijk van het onderwijs, omdat die daar niet op is gericht. Maar de variant leerling-zorg schijnt dit ook niet echt te doen. De richting is heel theoretisch en er is amper aansluiting op de praktijk. Als je afgestudeerd bent in de orthopedagogiek moet je bovendien eerst je BIG-registratie nog halen. Daarna ben je pas bevoegd om zelfstandig testresultaten te analyseren en handelingsplannen op te stellen.’
Zijn er nog dingen die je tijdens je studie hebt geleerd waar je nu je voor de klas staat nog wat aan hebt?
‘Ik merk dat ik gemakkelijker bepaalde gedragsstoornissen bij kinderen kan herkennen. Als een kind ADHD heeft, weet ik welke kenmerken typerend zijn voor dit gedrag. Ik heb kennis van de stoornis en kan gemakkelijker bedenken waar bepaalde gedragsproblemen mogelijk vandaan komen en hoe je er het beste mee om kunt gaan.’
Maar voor het daadwerkelijke lesgeven heb je dus weinig tot niets aan die opleiding gehad?
‘Aan pedagogiek niet nee. Ik heb hiervoor wel ook SPH (Sociaal Pedagogische Hulpverlening) gedaan. Toen heb ik stage gelopen op een afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie. Zodoende had ik al ervaring met het omgaan met deze kinderen. Ik geef nu les aan een VMBO-klas speciaal onderwijs. Zeker bij dit soort groepen is leraar zijn meer dan alleen lesgeven. De omgang met de kinderen is minstens net zo belangrijk. En daar had ik dus al ervaring mee.’
En het daadwerkelijke lesgeven, dat leer je nu op de PABO?
‘Ik had verwacht veel meer over didactiek te leren. Dingen als: Hoe bereid je een les voor? Hoeveel tijd besteed je aan de uitleg van iets? Wat zijn de leerlijnen en hoe zet je en les in elkaar? Maar er worden bijvoorbeeld proefjes voorgedaan die je kunt gebruiken in de les natuurkunde. Die staan echter ook in het boek, dus die kun je net zo goed zelf lezen. Het enige waar ik tot nu toe wat aan heb zijn de tips over welke boeken je kunt gebruiken. En de coaching-bijeenkomsten. Daarbij bespreek je met andere leerkrachten waar je tegenaan liep tijdens het lesgeven.’
Maar theorie en praktijk zijn dus twee heel verschillende dingen als het gaat om lesgeven?
‘Ja, maar ik denk dat dat voor heel veel beroepen geldt. Bij elk beroep kom je dingen tegen die niet uit boeken te leren vallen. De reden dat ik zelf voor de klas wil staan is omdat ik verder wil als orthopedagoog en dan wil ik weten waar ik het over heb als ik advies geef. Puur op basis van theoretische kennis kun je dat volgens mij niet. Hoewel dat in de praktijk wel heel veel gebeurt.’