• vpro
Aflevering Nr. 53 
 
De Prijswinnaars der prijsvragen
Atongo Zimba
uit Noord Ghana, geboren 1967
Ingo Metzmacher
Dirigent van De Nederlandse Opera
de Mozart Trilogie
Guus Janssen en David Kweksilber
Bevat audio
Sergio Morabito
regissueur en dramaturg
Cora Burggraaf en Pietro Spagnoli
Atongo Zimba, Ingo Metzmacher over de Mozart Trilogie en Guus Janssen met David Kweksilber
zondag 12 november 2006
terug naar de aflevering
Atongo Zimba
uit Noord Ghana, geboren 1967
Atongo Zimba uit de savannen van Noord Ghana: markante bluesy stem met strakke begeleiding van de ‘molo’, een tweesnarige luit. Hier samen met zijn achtman orkest: Atongo Zimba - leadvocals, molo; Kweku Mensah - guitar; Alex Bapulah - percussion;
Leon Coejaarts - bass; Jina Sumedi - keyboards; Luis Diaz - drums; Maureen Fernandes - backing vocals; Farida Merville - backing vocals
 
ER ZIJN NOG CONCERTEN:
Woensdag 15 november Chassé Theater Breda (Trio)
Vrijdag 17 november KIT Tropentheater Amsterdam
Zaterdag 18 november Zuiderpershuis Antwerpen
Dit is de vertaling van het verhaal dat Atongo aan tafel vertelt:
 

V: Je komt uit het noorden van Ghana. Wanneer ben je geboren?
A: Ik ben geboren in 't noorden van Ghana.
V: In welk jaar?
A: In 1967.
V: Dat is toch geen geheim?
A: Het is niet altijd een geheim. Maar het was 1967.
V: In wat voor milieu ben je geboren? Wat voor familie?
A: Ik kom uit een familie van koeienhoeders. We woonden op het platteland. Daar was het heel droog en koud. We bewerkten het land en gingen met de koeien mee.
V: Dus als jongen...
A: Als jongen op het platteland moet je met de koeien mee. De meisjes blijven bij hun moeder en de mannen gaan op pad. Met de koeien mee. Zo heb ik muziek leren maken. Als je bij de koeien bent moet je jezelf vermaken. In elk huis is een ander instrument. Wij hadden thuis dit instrument. Mijn opa gaf me wat lessen zodat ik me in de bossen met muziek kon ontspannen.
V: Dan oefende je.
A: Het was niet zozeer oefenen. Je leert het van hem en je krijgt er gevoel voor. En als je weer het land op gaat waar de koeien grazen moet je jezelf vermaken. Anders zit je maar alleen in het bos. Met een instrument kun je tenminste spelen, waardoor je je lekker voelt. Dat deed ik met dit instrument, maar ik heb er meer mee gedaan. Ik heb mijn eigen creativiteit erin gestopt. Ik ging van huis en leerde veel van andere landen.
V: Hoe klinkt het als je een van je traditionele liedjes zingt, onder 'n boom? Kun je iets voor me spelen?
A: Ja, natuurlijk.
V: Je hebt een heel aparte stem. Dat hoorden we al in het begin. Je zingt op verschillende manieren. Waar komt dat vandaan?
A: In het bos heb je veel verschillende vogels. En in het bos leven ook allerlei andere stemmen. Op het platteland, in de jungle, heb je veel verschillende vogels en geluiden. Wij maakten nooit muziek in de kou. We luisterden naar de vogels en verzonnen 'n ritme. Dan krijg je soms vreemde geluiden. Als je een vogel nadoet, pak je iets uit de natuur.
V: Dus je imiteert de vogels.
A: Dat zijn de beste zangers. Als je een vogel nadoet, kun je met ze samenspelen.
V: Doe 's een vogel na.
A: Als koeienhoeders begonnen we vaak zo. En dan geeft de vogel antwoord. Een andere vogel. Verschillende geluiden.
V: Dus je herkent ook alle vogels?
A: Je herkent ze. Soms willen ze met je communiceren. Als zij dit doen, doe jij dat. Dan denken ze dat je met ze praat.
V: Kan 't ook met je stem?
A: Soms doe je dat.
V: Doe 't eens met je stem.
A: En je leert steeds bij.
V: Die stem die je opzet als je zingt, is donker, bijna metaalachtig.
A: Het is niet mogelijk om alles van de vogels af te kijken. Als een vogel 'koekoek' zegt, ademt hij in. Als je zingt, communiceert, gebruik je allerlei vogelgeluiden. Maar met je stem kun je alleen de toon pakken. Dan gebruik ik de toon van de vogel. Dan krijg je een zangtoon. Als je dan naar je gevoel luistert voel je of een toon geschikt is voor een lied. Zo doe ik dat meestal, soms ook met 't basgeluid.
V: Je ging thuis weg om koeien te gaan hoeden. Hoe oud was je?
A: Tien jaar.
V: Toen vertrok je naar...
A: Eerst ging ik naar Burkina Faso. En daarna ging ik via Sankasi naar Lagos.
V: In Nigeria.
A: Daar zong ik op straat.
V: Je speelde...
A: Meestal speelde ik op de markt. In Nigeria speelde ik meestal op de markt. Zo leerde ik Nigeria kennen. Als je op straat speelt, maak je vrienden. Mensen vinden je aardig. Ze zeggen: 'Ga daar spelen. Daar vinden ze 't prachtig.' Zo kreeg ik vrienden. Dus speelde ik meestal op vrijdag en zaterdag in The Shrine.
V: The Shrine is een beroemde bar waar Fela Kuti vaak speelde. Hij staat bekend om z'n <afro beat.>
A: Hij speelde twee keer per week, en 't zat altijd vol.
V: Die <afro beat> is een mix van Afrikaanse jazz, popmuziek...
A: Daarom was het goed dat ik naar Nigeria ging. Want daar heb ik heel veel van Fela geleerd. Daarna keek men in Ghana anders tegen me aan. Ik was in Europa geweest. Ik kon op hele goede locaties op mijn instrument spelen. De mensen nodigden me uit, dus ik maakte langzaam naam.
V: En nu ga je de wereld veroveren met je muziek.
A: Maar het was niet makkelijk. Ik heb zo'n 21 jaar op straat, op de markt gespeeld. Maar ik gaf niet op.
V: Mag ik je uitnodigen om naar de band te gaan en nog een dansnummer te spelen?
A: Dat ga ik doen.