|
Sigiswald Kuijken
FOTO'S SANNE SCHOUWINK Sigiswald Kuijken – viola of violoncello da Spalla - J.S. Bach/Uit: Suite nr. 1 - BWV 1007 - Prelude (2’38) - J.S. Bach/ uit: Suite nr. 1 - BWV 1007 - Courante (2'38)
(Dilbeek, 16 februari 1944) is een Vlaams violist en dirigent. Hij is de broer van cellist Wieland Kuijken en fluitist Barthold Kuijken. Kuijken studeerde viool aan de Conservatoria te Brugge en Brussel, waar hij bij Maurice Raskin afstudeerde in 1964. Hij kwam op zeer jonge leeftijd in contact met de oude muziek, samen met zijn broer Wieland; door zelfstudie maakte hij zich vertrouwd met de specifieke 17de- en 18de-eeuwse speeltechnieken en interpretatieconventies op de viool en viola da gamba. Zo introduceerde hij vanaf 1969 de meer authentieke barokvioolspeelwijze waarbij het instrument niet meer onder de kin geklemd wordt, maar vrij op de schouder ligt; dit heeft een beslissende invloed op de benadering van de vioolmuziek, en die techniek werd dan ook sinds de vroege jaren zeventig door velen overgenomen. Van 1964 tot 1972 was Sigiswald Kuijken lid van het Brusselse Alarius-Ensemble (met Wieland Kuijken, Robert Kohnen en Janine Rubinlicht) dat over geheel Europa en de V.S.A. concerteerde; nadien werkte hij in los kamermuziekverband met diverse barokspecialisten: vooral zijn broers Wieland en Barthold en Robert Kohnen, en verder ook met o.a. Gustav Leonhardt, Frans Brüggen, Anner Bylsma, René Jacobs. In 1972 richtte hij, onder impuls van Deutsche Harmonia Mundi en Gustav Leonhardt, het barokorkest La Petite Bande op waarmee sindsdien talloze concerten doorheen Europa, Australië, Zuid-Amerika, China en Japan werden gemaakt, en een groot aantal opnames werden gerealiseerd voor verschillende firma’s (Deutsche Harmonia Mundi, Seon, Virgin Accent, Challenge Classics, Denon en Hyperion). Sinds enkele jaren introduceert Sigiswald Kuijken vanuit een doorgedreven onderzoek belangrijke vernieuwingen in de uitvoering van de (religieuze) muziek van Bach: géén koor, maar een solistisch vocaal kwartet (soms door Bach zelf uitgebreid tot acht zangers), een even slanke instrumentale bezetting, een uitgesproken aandacht voor de juiste tekstdeclamatie. Het resultaat wordt vastgelegd in een 20-delige CD-reeks met Cantata’s van J.S. Bach (bij Accent, 2005-2012). In 1986 richtte hij het Kuijken Strijkkwartet op (met François Fernandez, Marleen Thiers en Wieland Kuijken), dat zich toelegt op de kwartetten van de Klassieke periode, alsook kwintetten (met Ryo Terakado als eerste altviool). Opnames van kwartetten en kwintetten van Haydn en Mozart verschenen bij Denon en Challenge Records. Vanaf 1998 brengt Sigiswald nu en dan leden van 2 generaties Kuijken bij elkaar, zijn dochters Sara en Veronica en zijn broer Wieland, om strijkkwartetten van latere periodes te vertolken (Debussy, Schumann, Beethoven, Schubert) - vaak in combinatie met Lieder door Marie Kuijken, sopraan en eveneens dochter van Sigiswald, en Veronica Kuijken aan de piano. Van de twee generaties werden opnames gemaakt door Arcana en Challenge Records. In 2004 liet Sigiswald Kuijken een violoncello da spalla bouwen, d.i. een vergeten solistisch basinstrument, waarvoor Bach zijn beroemde cello-suites geschreven heeft. Ook dit initiatief brengt een nieuwe evolutie teweeg in de uitvoering van de muziek van ca. 1675/1725. Van 1971 tot 1996 was Sigiswald Kuijken leraar barokviool aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag (Nederland); sinds 1993 bekleedt hij deze functie aan het Koninklijk Muziekconservatorium te Brussel. Daarbuiten is hij sinds vele jaren een veelgevraagd gastdocent (o.a. London Royal College of Music, Salamanca Universiteit, Siena Accademia Chigiana, Conservatoire de Genève, Musikhochschule Leipzig). Sinds 1998 dirigeert Sigiswald Kuijken bij gelegenheid ook “moderne” symfonie-orkesten in een romantisch repertoire (Beethoven, Schumann, Brahms, Mendelssohn). Op 2 februari 2007 ontving Sigiswald Kuijken een eredoctoraat van de K.U. Leuven. DE SCHOUDERCELLO De violoncello (piccolo) da spalla (‘schouder’), ook wel viola pomposa genoemd, lijkt uiterlijk sterk op een uitvergrote altviool en is naar wordt aangenomen in 1723 door Bach ‘uitgevonden’ en vervolgens gebouwd door Johann Christian Hoffmann (1683-1750) in Leipzig. Het instrument had de toonomvang van de cello en steunde – evenals de viool en de altviool – op de schouder. Het was uitermate geschikt voor beweeglijke passages in het tenor- en basbereik. Dat Bach een bijzondere voorliefde koesterde voor de warme middenstemmen blijkt niet alleen uit deze schoudercello maar ook uit de warme en kleurrijke toon van de oboe da caccia. Sigiswald Kuijken, die met zijn ensemble zich heeft toegelegd op de historiserende uitvoeringspraktijk, bespeelde vorig jaar een replica van het instrument en merkte daarbij op dat het hem was opgevallen dat in de Bach-cantates die rond 1720 waren ontstaan, daarin bij uitzondering een solistische violoncellopartij voorkwam én dat deze in de partij van de eerste violist stond genoteerd. Soms ook op een apart blaadje, maar nooit in de partij van de basspelers. Voor Kuijken was dit een sterke aanwijzing dat het bedoelde instrument niet – zoals de violone - tussen de benen werd bespeeld maar zoals viool en altviool op de schouder. Het is overigens niet zo dat de da spalla de barokcello vervangt. De schoudercello is alleen bestemd voor bepaald solorepertoire (cellosuites) of voor gebruik in bijvoorbeeld de Brandenburgse concerten en enige cantates door zijn bijzondere lenigheid in het tenor- en basbereik. De componist en muzikale geschiedschrijver Johann Mattheson (1681-1764) roemde het instrument al in de vroege achttiende eeuw om zijn bijzonder rijke resonantie en geschiktheid om hoge melodie-instrumenten zoals de viool en de viool te begeleiden. Kuijken liet de vioolbouwer Dmitri Badiarov een replica vervaardigen aan de hand van nog bestaande originele modellen, waarvan er zich een in het instrumentenmuseum in Brussel bevindt. Begin deze maand ontving barokmusicus Sigiswald Kuijken uit handen van de Vlaamse minister van Cultuur Bert Anciaux de prijs voor Algemene Culturele Verdienste. Hij eerde Sigiswald Kuijken als ‘een ambassadeur van Vlaamse topkunst’. Kuijken mocht 20.000 euro in ontvangst nemen. Tegelijkertijd maakte de Belgische beoordelingscommissie voor muziek haar advies bekend. Voor de periode 2010-2012 zou de subsidiekraan dichtgaan voor La Petite Bande het internationaal bekende barokensemble van oprichter violist, dirigent Sigiswald Kuijken. Volgens het advies “teert het gezelschap op het succes van de beginjaren en vernieuwt het zichzelf onvoldoende”. Concerten: 27 maart concert St Pieterskerk Leut, België 29 maart concert St Geertruikerk te Leuven, België 31 maart concert Concertgebouw Amsterdam 19.30 uur
|
Sigiswald Kuijken aan tafel bij Hans
Viola da Spalla
|