|
De Nederlandse tekst van deel 1
De mensen die ik om me heen nodig heb, zijn geen kunstenaars. Wat mij betreft zijn kunstenaars net de apen op de Rots van Gibraltar: Ze klimmen steeds hoger en zoeken steeds hogere lagen. Ze zijn ook heel beperkend. Ze gebruiken hun verbeelding zo dat ze een heel groot deel van de wereld buitensluiten. De boeiendste mensen zijn zij die synoptisch kunnen oordelen. Diplomaten, mensen die bij BZ werken, mensen uit de media en soms ook journalisten, als ze maar niet te cliché denken. Maar geen kunstenaars. Dat zijn Gibraltenaren.
Een dag beslaat 1440 minuten wat neerkomt op 86.400 seconden. Een maand van gemiddeld 30 dagen heeft dan 2.592.000 seconden. Een jaar van 12 maanden van 30 dagen bestaat dus uit 31.104.000 seconden. Aangezien ik bijna 36 ben leef ik nu dus al 1.088.640.000 seconden. Als u nu bedenkt dat ik die heb gecomprimeerd tot 43 seconden dan heb ik u dus een weergave van mijn leven gegeven die neerkomt op een 1/2.531.729ste deel van mijn ervaringen. Stel u dat voor. Beseft u hoeveel u voor zo weinig hebt gekregen? Voor niks? TITELS: met Glenn Gould: de pianist van elders Lia-Melytta Barbara: een Italiaanse pelgrim Bruno Monsaingeon: de bemiddelaar Natalie Flood: de jonge vrouw met een geheim Natalia Gugina: de propagandiste uit Moskou Junichi Miyazawa: boodschapper Jörg Scheuvens: actief luisteraar Monoloog: Ik kon me geen leven voorstellen zonder muziek om me heen. Dat bedoel ik op zijn McLuhans: een soort muzikaal behang om me heen. Dat je in je auto rijdt met een bandje op dat je afschermt van de wereld, je beschermt voor de wereld. Ik zou doodongelukkig zijn geweest in de 19de eeuw. Lia-Melytta: Ongelooflijk. Ha, die Glenn. Ongelooflijk. Emotioneel. De handschoenen, die sjaal de jas... Alles is zo levensecht. Ik kom uit Bologna. De stad van Marconi, de man die de radio heeft uitgevonden. Waar hij zo van hield. Ik heb Glenn voor het eerst horen spelen in 1993. De dag daarop zei ik tegen vrienden: Help me alsjeblieft want ik ben verliefd geworden op een dode. Studio: Geweldige <take.> Bruno? Hoor je me? - Daar ben je. Dat was een fantastische <take.> - Zeker weten. Wat jou betreft, ik bedoel voor de TV, was hij prima. Er was één cadens die mij niet beviel en die ik nog wil bijwerken maar hij was goed. Gaan we 'm bekijken? Ja, en we doen waarschijnlijk het eerste deel over, puur visueel maar dat is verder geen probleem. Je weet dat ik mijn benen de eerste acht maten expres over elkaar had. Of niet? Lette je er niet op? Dan heb ik het voor niks gedaan. Het leek me lekker ontspannen en... Zullen we de beelden terugkijken? - Natuurlijk. Heel goed. Ik kan nog proberen om je twee eerste maten zonder bijgeluiden te geven maar de synchronisatie blijft een probleem. 't Is vast onmogelijk. Het is vrijwel onmogelijk. Misschien vinden we wel 'n filter dat dat kan oplossen. Mogelijk weet u dat hij en ik 'n film hebben gemaakt: <De> <Goldberg Variaties.> Soms namen we op een dag wel 26< takes >op. Er waren momenten van echt intense inspiratie tijdens de opnames. Herinnert u zich de 25ste variatie? Terwijl hij speelde stak hij een hand in de lucht en deed alsof hij de cello's dirigeerde. Alsof hij aan wilde geven 'Nog zachter, zachter.' Zo ging het met Gould nou altijd. Het was nooit iets kunstmatigs. Wat zo origineel was aan zijn stijl van spelen was dat hij licht wierp op de muziek alsof hij die van binnenuit speelde zodat wij, musici en gewone luisteraars naar de muziek luisterden alsof we hem mee konden lezen. Ik kende de 'Gould-geschiedenis' niet toen ik werd betoverd. Ik hoorde de opname van 1982. Ik heb meer met de somberder kant van de muziek en ook van het leven. De opname uit 1982, die zo heel bespiegelend overkomt. Die heeft ie op latere leeftijd gemaakt en de traagheid van sommige canons, de schoonheid ervan zijn echt schitterend. Je hoort de traagheid die pas later kwam, in de latere Gould. Je hoort hem zelf ook op de platen. Mijn toenmalige pianoleraar zei dat veel mensen dat vervelend vonden. Die wilden dat geneurie niet. Maar voor hem had 't iets geruststellends: Er zit dus 'n mens achter. Natalia: Ik heb een aantal keren pech gehad in het leven. Zo heb ik twee beroertes gehad. Daarom praat ik zo moeilijk. Al 't mooie in het leven had ik verloren. Maar opeens in maart 2001 toen ik me weer eens volslagen onbewust was van de buitenwereld en stil in mijn bed lag belde mijn man me vanuit de auto: Zet nu meteen de radio aan, want daar is iets uitzonderlijks op te horen. Ik zette de radio aan en hoorde <Das Wohltemperierte> <Klavier...> gespeeld door Gould.Ik wist niet eens hoe hij er uitzag. Ik kwam weer helemaal tot leven. Gould speelt dat stuk als was het een gebed. Hij lijkt een soort oecumenisch priester die ons het evangelie van Bach voordraagt. Hij had een directe band met God. Hij was door God gekust. Voor het eerst van mijn leven geloofde ik dat er mensen bestonden van 'n buitenaardse oorsprong. Interview: Hoe oud was je toen je begon met pianospelen? Ik was drie, geloof ik. Ik weet het niet meer, omdat ik nooit echt ben gepusht. Het ging eigenlijk vanzelf. Het was net of ik in 'n zwembad viel en kon zwemmen. Ik was duidelijk niet echt een wonderkind. Ik maakt m'n debuut zo rond m'n 14de. Dat is laat voor je debuut. Het Vierde Pianoconcert van Beethoven met het Toronto Symphony Orchestra. Dat was een hele belevenis. Ik wou iets met muziek. Ik hoefde niet per se concertpianist te worden. Ik heb lange tijd niet eens geweten wat dat inhield, concertpianist zijn. Dat geldt voor meer mensen. Als je 't van tevoren weet, begin je er niet aan. Dit concert gaat verder met Beethovens 4de pianoconcert in G, opus 58. Met als solist Glenn Gould. Op de dag van mijn debuut, 't was begin mei, ging de zon rond acht uur onder. De bewolking loste op en de lucht kreeg die oranje gloed die Walt Kelly gebruikte in zijn strip <Pogo.> Ik vond het tijd voor mijn visie op deze muziek. Er was een journalist van de <Toronto> <Globe and Mail >in het publiek. Hij schreef iets in de trant van: Beethovens 4de pianoconcert werd gebracht door een kind. Hij sloot af met: Wie denkt hij wel dat hij is? Schnabel? In die tijd had ik 'n Engelse setter, Nick. Hij had 'n schitterende zwartwitte vacht. Toen ik m'n beste donkere pak aantrok voor 't concert zei vader: Blijf uit de buurt van Nick. Gemakkelijker gezegd dan gedaan. Nick was heel aanhankelijk. Hij liet een goede vriend niet zomaar vertrekken zonder 'm succes te wensen. Maar goed, op het concert, aan het eind van het andante keek ik omlaag en zag ik op beide broekspijpen het nodige wit. Tientallen setterharen vormden een smet op mijn concertpak. Ik had daar modetechnisch geen probleem mee maar aangezien 't toch sporen van Nick waren leek het me beter om ze uit te wissen voor ik mijn ouders zou treffen. De lange orkestrale tutti aan het eind leken mij daarvoor ideaal. Zo gezegd, zo gedaan. Na één, twee, misschien wel drie grote tutti was ik 'n heel eind met 't karwei. Maar toch zat ik nog met één vraag: Hoe ver waren we in het concert? Die vraag kwam pas op tegen het eind van een van de orkestpassages. Ik dacht wanhopig na over wat ik had gedaan behalve setterharen verwijderen. M'n eerste waardevolle les in m'n samenwerking met 't Toronto Symphonic: Let altijd op. Of neem 'n kortharige hond. Dit hebt u vast al 's gezien. Na Glenns eerste betaalde recital schreef z'n vader: 'Wij hebben altijd gehoopt dat Glenns spel mensen diepgaand zal beroeren.' 'Onze gebeden zijn deels verhoord.' 'Een moeder belde ons nadat d'r zoon Glenn had horen spelen.' Dit was in '47. 'Haar zoon zei na het concert tegen haar: U zegt altijd dat er 'n hiernamaals is.' 'Nu ik Glenn Gould heb horen spelen, geloof ik u.' Toen Bert dit schreef, was Glenn 15. - Ongelooflijk. Ik kende die brief niet. Dit is de zuiverste beschrijving van wat ik en vele anderen hebben ervaren. Ik kwam erachter dat Gould meerdere Japanse mensen had geschreven. Hij beantwoordde fanmail. Ik heb de mensen achterhaald die hem hebben geschreven. Van de vijf mensen die Gould terugschreef hebben er twee nooit hun brief ontvangen. In Japan: B: Hier is de brief. Dit is de brief waarover ik u heb verteld. V: Dit is dus de brief van Mr Gould? Niet te geloven dat ik na 30 jaar toch 'n reactie krijg. B: Ik neem aan dat hij gewoon is vergeten uw brief op de post te doen. Wat had u geschreven? V: Ik vroeg hem of hij me pianoles zou willen geven. Omdat ik Mr Goulds adres niet kende had ik op de envelop geschreven: Mr Gould, Toronto, Canada.
Naam: Glenn Gould. Adres: Southwood Drive 32. Telefoonnummer: HO-9422 Lengte: 1 meter 78. Gewicht: 68 kilo. Huidskleur: blank. Haar: bruin. Ogen: blauw. Geboortedatum: 25 september 1932. Geboorteplaats: Toronto. Ouders: Florence en Russell Gould. Hebben je ouders muzikaal of toneeltalent? Jawel, maar niet beroepsmatig. Mijn moeder, Florence Greig Gould, was mijn eerste pianolerares. Zij kwam uit een christelijk gezin en gebruikte haar talent in de eredienst als organiste in de Toronto Central Presbyterian Church. Op m'n vijfde overtuigde ik m'n ouders ervan dat mijn ziel heel gevoelig was en niet mocht worden blootgesteld aan 't vandalisme van m'n leeftijdsgenoten. Mijn schooljaar 1938-1939 werd veel plezieriger dankzij een fantasievolle privé-lerares. Maar in 1939 voelde iedereen bij wie Brits bloed door de aderen vloeide de plicht roepen. Het was tijd om offers te brengen. Zo kwam er op die ochtend in september een eind aan de idylle van mijn onschuld. En ik, die was geboren voor het fijne leven, moest me naar school begeven. God bescherme de koning. Hoe moest ik me beschutten tegen de zinloze manipulatie van de buitenwereld? Ik werd in de maalstroom gesmeten en viel duizelig in de draaikolk van de kinderwereld. Groepsgeest bleek te ontbreken in mijn karakter. Waar ik het meest van gruwde, was niet de tijd dat we werkten maar de tijd van georganiseerde ontspanning. In die tijd zwoeren leraren die van zingen hielden bij 'n tweewekelijks uur van muzikaal vermaak dat specimen van oertijdse meerstemmigheid: de canon. Aangezien elke rij in de klas een regel zong en de anderen in mijn rij ook zonder mij konden, voelde ik me onbelangrijk. Als snel besloot ik om voortaan alleen iets origineels bij te dragen. Ik werd de enige in de klas die altijd verkeerd inviel. Ik dacht dat onze canon zo iets chromatisch zou krijgen. Tot de lerares, Miss Winchester, de canon abrupt onderbrak door 'n krijtje stuk te slaan op mijn hoofd. Ironisch dat het vak waarin ik in negatieve zin uitblonk uitgerekend muziek was. Ik kon niet overweg met m'n kameraden wat me noopte me terug te trekken in de bescherming van mijn verbeelding. Mijn liefde voor de muziek kwam voort uit mijn onmin met mijn klasgenoten. Hoe dan ook, op m'n tiende leerde ik niet alleen piano en orgel spelen maar verdiepte me ook in contrapunt op 'n manier die Miss Winchester de mond gesnoerd zou hebben. Niet gek, al ging 't hier en daar wat stroef. Wat zijn uw hobby's? - Het klinkt erg pretentieus maar muziek is voor mij zowel een hobby als een roeping. Uw lievelingssport? Wat doet u ter ontspanning? - Lezen. Alles wat ik in handen kan krijgen van Thomas Mann, Kafka, alle Russen. Moderne lievelingsauteurs? - T.S. Eliot en Christopher Fry. Woont u in de stad of buiten? - In de stad, behalve 's zomers. Waar woont u liever? - Buiten. Ik heb slechte herinneringen aan 'n vistochtje met onze buren. We voeren uit met 'n bootje. Ik had als eerste beet. Toen die baars kronkelend uit 't water kwam zag ik de situatie opeens vanuit zijn gezichtspunt. Ik zei: Ik wil m'n vis weer teruggooien. Ze lachten me uit. En hoe meer ze lachten, hoe harder ik ging schreeuwen. Ik schopte 't hele vistochtje in de war met m'n woede-uitbarsting. De buurman duwde me op m'n plaats, want ik deed de boot erg schommelen. Sindsdien ben ik 'n fel anti-visser. Ik zou eigenlijk vegetariër moeten worden. Later had ik 'n motorbootje, de Arnold S., vernoemd naar Arnold Schönberg. Als ik tijdens 't varen een stel vissers zag voer ik zo dicht mogelijk langszij. In 't kader van mijn anti-visserscampagne. Beroepsmatige achtergrond? Concertoptredens met 't Toronto Symphony in januari en december '47, en in januari, december en maart '51. Solist bij 't Vancouver Symphony in oktober '51. Talrijke radio-opnamen en solorecitals. Concerttournee door west-Canada in oktober en november '51. Binnenkort op tournee door oost-Canada in april, maart en november '52. Ik houd me vooral bezig met concertuitvoeringen en niet zozeer met radio-opnamen. Wie zijn uw lievelingscomponisten? De kans om iets te zeggen over m'n muzikale voor- en afkeuren is 'n verleiding die ik niet kan weerstaan. En al helemaal omdat 't hierbij om hedendaagse muziek gaat. Ik hou van de radicaalste ontwikkeling binnen de westerse muziek: De 20ste-eeuwse Weense School. Bij deze componisten zien we 'n eerherstel van 't contrapunt in 'n mate die ongekend is sinds Johann Sebastian Bach. De grootste moderne componisten: Arnold Schönberg, Anton Webern. De meest overschatte componisten: Béla Bartók en Igor Stravinsky. Mijn lievelingscomponist? De liefde voor Bach heeft me tot de muziek gebracht. Die heeft al m'n activiteiten tot op zekere hoogte beïnvloed. Een van de opmerkelijkste dingen van deze unieke musicus is 't feit dat de muziek van deze man, die ons nog steeds zo fascineert. en die twee eeuwen lang de maatstaf voor nieuwe composities is geweest geen enkele invloed gehad heeft op de musici of het publiek uit zijn eigen tijd. Het vreemde van Bach is dat hij niet voldoet aan 't beeld van 't onbegrepen genie dat z'n tijd vooruit is. Het klopt dat hij niet begrepen werd, maar niet omdat hij z'n tijd vooruit was. Eerder omdat hij, in de ogen van zijn tijdgenoten, generaties achterliep. Een fuga componeren was in de tijd van Bach even ouderwets als het nu is om 'n symfonie te componeren in de stijl van Max Reger. Bach probeerde niet eens z'n denktrant aan te passen aan de tijdgeest maar trok zich terug in wat men toen beschouwde als een gekmakende nostalgie naar vervlogen tijden. Bach was de grootste non-conformist uit de muziekgeschiedenis. Een fraai voorbeeld van het onafhankelijke artistieke geweten dat zichzelf buiten de historische ontwikkeling plaatst. De tijd van Bach noemen we tegenwoordig het tijdperk van de rede. Of één van de tijdperken van de rede. Een tijd waarin de mens vocht tegen zijn angst en de idee van voorbestemming en de wetenschap en de menselijke ondernemingsdrang opgang maakten. Bij tijd en wijle 'n periode van hoogmoed, van uitdaging van de goden. Maar op z'n meest poëtisch was 't nog steeds een tijd waarin 't nut van de wetenschap en de trots van de mens kon coëxisteren met de magische rituelen van 't geloof. Ik correspondeer met mensen in Leningrad en Oekraïne en in Israël. Ik hou me bezig met iets wat ik zelf omschrijf als het gouldianiseren van mijn vrienden. De mensen in mijn omgeving worden blootgesteld aan gouldianisering. Ik laat ze muziek horen en foto's zien. En aangezien de meesten van hen mijn opvattingen delen zijn ze gemakkelijk te gouldianiseren. Ik ben erin geslaagd m'n schoondochter in Warschau te gouldianiseren en een vriendin in Parijs ook. Ze hadden geen enkele informatie over Gould. In Moskou was helemaal geen informatie over hem te vinden. Toen ik ontdekte over 't bestaan van Glenn Gould, in 2001 raakte ik meteen gefascineerd. Er deden allerlei vreemde geruchten over hem de ronde. Sommige mensen beweerden dat hij ongelukkig was. Er werd ook wel gezegd dat hij polio had gehad. Anderen zeiden weer dat hij 'n bochel had of dat hij zelfmoord had gepleegd. Hij groeide uit tot 'n mythische, mystieke figuur. Ik besloot op zoek te gaan naar de waarheid. Ik heb drie dromen over hem gehad. De ene was nog mooier dan de andere. Alsof het drie films waren. Ik ga je niet vertellen wat erin gebeurde. Maar in alle drie mijn dromen was dit 't belangrijkste: 'Stuur al die mensen weg.' 'Ga weg. Ik wil met niemand praten.' Toen ik dat droomde, wist ik eigenlijk nog maar weinig van hem en z'n karakter. Ik wil je niet in katzwijm laten vallen, maar mag er 'n raampje open? Het linkerraampje. - Voelt u zich niet goed? Op 'n zondagochtend in 1950 liep ik voor 't eerst 'n radiostudio binnen. Ik bood mijn diensten aan aan één enkele microfoon en speelde, live in de uitzending, twee sonates: Eén van Mozart, en één van Hindemith. Een gedenkwaardige gebeurtenis. Ik kreeg voor 't eerst 'n flauw vermoeden van de richting die 't op zou gaan toen mijn liefdesrelatie met de microfoon aanvang nam. Soms wilden de CBS-directeuren mij iets laten opnemen dat me niet zinde. Ze wilden 'n tijd lang dat ik 'n Chopin-plaat opnam, om een duistere reden. Maar ik zei gewoon 'nee'. Er viel geen onvertogen woord. Het is maar één keer gebeurd dat ze op beschaafde wijze bezwaar maakten tegen 'n plaat die ik wou maken. Door 'n directeur die daar allang weg is. Hij zei: Wat moet je eerste plaat worden? De Goldberg-variaties, zei ik. 'Zijn voor 'n jongeman als jij de <Inventionen > niet meer geschikt om mee te beginnen?' 'Daar ben ik 't helemaal niet mee eens.' 'Niet mee eens, hè?' 'Vooruit, dan wagen we 't erop.' Dat is de ergste tegenwerking die ik van CBS gehad heb.
|
|