• vpro
  volgende  
dinsdag 9 november 2010 16:07 interview
Conversatie met de Goden
Door: ARMAND SERPENTI
Het is een gezellige boel in huize Goldwasser in North Bergen, New Jersey, recht tegenover Manhattan. De hele familie danst, op de jump & jive van Louis Jordan, de rhumba-mambo van Xavier Cugat en het dak gaat er helemaal af als een kennis van de familie komt aanzetten met de authentieke mambo ‘Abaniquito’ van Tito Puente. Het is latin voor en na in de VS. Europa is tijdens de naweeën van WOII als muziekculturele bron afgesloten en de oren van de Noord-Amerikanen richten zich naar Zuid-Amerika en de Caraïben, Brazilië, Cuba. Het is de vooravond van de mambo craze. Mambo blijkt een hitmachine, aangezwengeld in een gesyncopeerd ritme, door bassist Israel ‘Cachao’ López en tres-speler Arsenio Rodriguez op Cuba verwekt en populair gemaakt door pianist Perez Prado, King of Mambo. Het is in New York City waar de mambo in de jaren ’50 naar een hoger plan wordt getild door de orkesten van de grote drie: Tito Puento, Tito Rodriguez en Machito.
Home of the mambo
Goldwasser: ‘Prado had de scherpe kantjes eraf gehaald zodat iedereen de mambo kon dansen. In Amerikaanse benen zat het accent vastgeroest op de eerste tel van de maat, dansen op de twee, de offbeat waaraan de mambo zijn opzwepend karakter ontleent, was voor de meesten ondoenlijk. Daarvoor moest je behoren tot de insiders van New York City.’ Die dromden samen op de hoek van 53rd Street en Broadway, in The Palladium, Home of the mambo. Puerto Ricanen, Cubanen, Afro-Amerikanen, Joden, Italianen dansten het vuur uit hun sloffen op vlammende live muziek en maakten de tent tot de eerste niet gesegregeerde hotspot van Amerika. Blank en zwart trok samen op want deze muziek was something else! Naar The Palladium ging je op chic: op maat gesneden pakken en jurken, parfum, aftershave, glimmende schoenen. Marlon Brando kwam er, Marlene Dietrich, Sammy Davis jr. En de jazzcats: Dizzy Gillespie, Max Roach, Charlie Parker, die speelden vlak om de hoek hun bebop in tenten als Bop City en Birdland.
 
Goldwasser: ‘Bebop-muzikanten vonden het te gek om mee te spelen met de mambobigbands. Dat maakte de mambo uitgesproken jazzy, gaf het die New York attitude. Op de dansvloer was sprake van een vriendelijke competitie. Het was meteen duidelijk wie de beste moves had, de spannendste improvisaties deed. Ik was geen sterdanser, interpreteerde op mijn manier moderne dans met Afro-Cubaanse en Afro-Haïtiaanse invloeden. Ik was pas twaalf en mocht daar helemaal niet komen. Maar ik zorgde dat ik er ouder uit zag en werd handig binnengeloodst in de schaduw van illustere showdansers als Augie en Margo Rodriguez, Millie Doney en Pedro ‘Cuban Pete’ Aguilar. Het was hun aan ballet refererende elegantie die ze van de rest onderscheidde.’
 
Dansen voor de goden
‘in 1950 had mijn moeder mij ingeschreven aan de Katherine Dunham School of Dance. Je leerde er de essentie van de Afro-dans: fysiek versmelten met de beat van de drum. Er werd altijd live gespeeld, alleen drummers. Elke week zaten weer anderen ritmes te pompen, uit Haïti, Cuba, Brazilië, urenlang zonder te stoppen en wij dansten maar door. De crescendo’s brachten je in trance. Dansen was pijn en extase. En belangrijker: dansen geneest. Mambo betekent letterlijk ‘conversatie met de goden’ en verwijst naar de lofzangen waarmee de Caraïbische slaven uit de Afrikaanse Kongo-natie hun goden aanriepen. En boy, die hebben wat goden, daar zijn de oude Grieken niets bij. Er zit er altijd wel eentje tussen die je beter maakt.’
 
Goldwasser kan het weten. Een groot deel van zijn leven was hij werkzaam als psychiater. Zijn studie medicijnen bracht hem naar Amsterdam waar hij zijn partner Harriett ontmoette. Broekman: ‘Toen Ira en ik voor het eerst samen dansten deden we de chachacha en daar kon ik goed mee uit de voeten. Maar ja, als ik op mijn hoofd had gestaan met klompen aan, had hij me ook leuk gevonden. We dansen nu een halve eeuw samen, dan leer je wel wat.’
 
Terwijl in New York City salsa de marketingterm werd voor Afro-Cubaanse dansmuziek was in ons land in die hoek weinig te beleven. Je had Max Woisky ‘BB met R’ senior, en junior die in zijn club La Tropicana optrad met een Surinaams-Nederlandse orkestje. ‘Die konden wel een mambo spelen,’ herinnert Broekman zich. ‘Maar je mocht er niet dansen. Er veerden constant mensen op, die dan meteen weer in hun stoel werden geduwd. In 1976 kwam ons de band Salsa d’Amsterdam ter ore. Daar wilden we onze schouders wel onder te zetten. Maar de promotie liep niet omdat we telkens moesten uitleggen wat salsa was.’
 
Schizofreen gebeuren
‘En toen kwam Iboya, een tent die de sfeer en de stijl van The Palladium naar Amsterdam transponeerde. Daar speelden de beste bands, niet te geloven hoe hoog het niveau van de latin-muzikanten hier kon zijn, als ze maar een plek hadden om op te treden. De scene bloeide voor onze ogen: Antillianen, Surinamers, blanke Nederlanders, samen maakten ze de stijl op de vloer geweldig geanimeerd.’
 
De live muziek op podia als Iboya en De Kroeg die Amsterdam een tijdje tot salsacentrum van Europa maakte, heeft nu haar plaats afgestaan aan dj’s en dansscholen. Salsa en latin-dans zijn gestandaardiseerd en dansers denken vaak meer aan hun stapjes dan dat ze improviseren op de drumbeats. Het is al te vaak een schizofreen gebeuren. ‘Dans eens wat dichter bij elkaar en neem niet de halve vloer in beslag,’ merkt Broekman op. ‘Het gaat om het voetenwerk, daar heb je niet meer dan een vierkante meter voor nodig.’
 
‘Ook in New York City zijn er nu beduidend minder plekken waar je kunt dansen op live muziek, maar verdwenen zijn ze allerminst,’ weten Dr en Mrs Salsa. ‘In kleine zijstraatjes in East Harlem heb je geweldige clubs waar soms zoveel muzikanten staan dat er geen plaats meer overblijft om te dansen. Dan staan er vier zangers met daarachter vijf trombonisten, steeds meer muzikanten komen erbij, het spettert, dat is the real salsa stuff, dan heb je mambo. Mambo is een happening, een magisch moment, een audiotopia.’
 
Latin op radio en televisie:
 
Hotel Central
Het wegvallen van langlopende subsidies leidde in ons land tot opheffing van veel latin-dansorkesten. Onder degene die overbleven Salsabor, een semi-professionele salsabigband onder leiding van André Groen. Gedreven door de energiewisseling tussen dansers en muzikanten, gekoppeld aan diepteonderzoek naar de Afro-Caraïbische, Zuid-Amerikaanse en New Yorkse wortels van latin en salsa, geeft Salsabor de hard nodige boost aan een veelzijdig repertoire van salsa dura, salsa Colombiana, mambo, guarancha, bolero en cumbia. Slagwerker en Cuba-kenner Groen vertelt zaterdag over de ins en outs van deze muziek. Met veel luisterpareltjes van Israel 'Cachao' López, Arsenio Rodríguez, Los Muñequitos de Matanzas en Jerry González & The Fort Apache Band.
 
Vrije Geluiden
Even leek het erop dat ook de Cubop City Big Band van drummer en percussionist Lucas van Merwijk uit elkaar zou vallen - Van Merwijk had hem al te koop aangeboden op Marktplaats. Maar de onverwachtse toezegging van een tweejarige projectsubsidie leidde tot het uitbrengen van een nieuwe cd: Que Sensación. Daarop toont de band zich opvallend jazzy in bewerkte stukken van illustere sleutelfiguren uit de latin-jazz, onder wie pianist Emiliano Salvador, rietblazer Paquito D’Rivera en Grupo Afro Cuba. Zondag speelt de band twee stukken van de cd. Van Merwijk, door velen terecht uitgeroepen tot beste latin-drummer van tenminste Europa, vertelt over zijn studie bij Oscarito Valdés, drummer van Grupo Afro Cuba, hij legt uit wat cubop is en speelt met zijn orkest een mambo waarop Dr en Mrs Salsa hun prachtige voetenwerk tonen.
 

Hotel Central
Zaterdag 13 november, Radio 6, 20.02-22.02 uur
Vrije Geluiden
Zondag 14 november, Nederland 1, 10.30-11.20 uur
webradio
Radio 6.nl: De cd Que Sensación van de Cubop City Big Band staat op de luisterpaal
WFDU: Que viva la musica – elke zaterdag, 18.00-22.00 uur
WBAI: Con Sabor Latino – elke zondag, 20.00-22.00 uur