|
Lees passages uit 'De vrouw van de secretaris' van Hans Janmaat
Voorwoord Een groot aantal Nederlanders worden in de loop der zeventiger jaren onaangenaam verrast en vervolgens ongerust over het regeringsbeleid inzake de bevolkingspolitiek en het vreemdelingenbeleid. Een klein aantal burgers heeft gemeend er binnen de kaders van de democratie wat aan te moeten gaan doen. Tot die laatsten heb ik behoord. De activiteiten om politieke oppositie te gaan voeren zijn niet bepaald 1n dank afgenomen. De grote politieke partijen zien een concurrent opkomen die bli]kbaar in de loop der jaren meer en meer wordt gevreesd. Ze worden zelfs beducht voor hun machtsposities. Nu is, ook in ons politieke systeem, de politiek zelve niets anders dan strijd. Dus krijgt de Centrumstroming te maken met harde opposite en tegenwerking van de drie grote partijen. Hun grote macht wordt in de strijd gegooid. Nu zijn wij niet voor een kleintje vervaard, dus wordt de strijd steeds harder en medogenlozer gevoerd. Daarbij kan de vraag worden opgeworpen of dat alles nog wel past in een zich democratisch noemend politiek systeem. De grief van de zittende machthebbers is zo groot omdat uit enquetes blijkt dat een miljoenenpubliek de standpunten van de CP en CD delen. Daarboven hebben vele honderdduizenden burgers hun stem in de loop der jaren aan onze partij gegeven. Zij vonden en vinden politieke oppositie meer dan noodzakelijk. Voor die mensen is dit boek geschreven. U krijgt een indruk wat zich allemaal achter de schermen van de partij heeft afgespeeld en bijna nooit over het voetlicht is gebracht. Zaken als macht, geld, haat, liefde, jalousie, mystiek en eigenbelang komen wat meer naar boven. Het werk is neergeschreven in de vorm van een politieke roman, in eenvoudige taal en voor ieder begrijpelijk. Vele anecdotes zijn er in opgenomen. Degenen die een heldere politieke analyse van het beleid en de machthebbers uit die periode verwachten moet ik teleurstellen. Het heeft totaal geen zin haar te geven, De maatschappij, waarin ons politieke systeem zich heeft ontwikkeld tot een dictatuur, laat dat niet eenvoudig toe. Die analyse verandert niets aan de machtsstructuren en ik heb geen zin daarvoor jaren in de gevangenis te gaan zitten. Desondanks lijkt het boek het lezen meer dan waard, en geeft op velerlei wijzen de moeite weer en de inspanningen aan, die zijn gebracht om de politieke standpunten van de CD te realiseren. Voor de politiek niet-geschoolde lezers is achterin het boek een alfabetische lijst met afkortingen opgenomen. De eerste keer wordt de naam of een begrip volledig omschreven, maar mocht U dat vergeten zijn en de tekst daardoor niet duidelijk, kunt U het even naslaan. Tevens is een personenregister toegevoegd. Als iemand in het boek is genoemd, staat hij of zij in die alfabetische lijst. Bovendien is achter de naam de bladzijde of bladzijdes toegevoegd zodat een ieder onmiddelliik kan nalezen op welke wijze en 1n welke sltuatie er over geschreven is. . IJdeltuiten zullen dat onmiddellijk doen. Het is maar dat U het weet. Ik wens de lezers genoeglijke uren toe. Hoofdstuk 4 Zo kan zij niet acceptabel maken dat een figuur, waar een onderzoek inzake een moord in Sliedrecht tegen loopt, toch Nederlander wordt. Ik neem een ander geval bij de kop, laat ik hem de denkbeeldige naam De heer Malibu geven. Hij is een man uit Frans Guiana, die in Suriname is gaan werken en vervolgens met het vliegtuig naar Nederland is gekomen. Hij krijgt een etage in de Ferdinand Bol in Amsterdam, waar zi~n gezin zich later bij hem voegt. Hij loopt binnen twee jaar gevangenisstraf op vanwege het verkrachten van twee meisies. Na het uitzitten van zijn straf loo~t hij opnieuw een veroordellng op wegens zware lichamelljke mishandellng. Zijn vrouw is intussen gescheiden en woont elders in onze hoofdstad. Ik maak bezwaar tegen deze naturalisatie. Letterlijk zeg ik in het debat: "Als dit een voorbeeld is van integratie in onze samenleving, dan heb ik nog heel wat te leren." Het helpt niet, de TK gaat accoord. Wat wilt U ook met de chaotische socialisten, die met hun grote wafels bezig zijn het land te verzieken terwijl de rest te laf is om er wat van te zeggen. Ik dien een petitie in bij de Eerste Kamer, maar ook daar durven de brave heren en dames Senatoren hun mond niet te openen en gaan accoord. Een bezwaar bij Hare Majesteit is het laatste middel, maar het mag niet baten: de heer Malibu wordt een kleurrijke aanwinst van onze samenleving zoals de PvdA dat noemt. ~p een diner met SecretarisGeneraal Luns van de Navo neem ik de kwestie nog eens door met mevrouw Heemskerck-Phillis Duvekot van de WD. Zii gaat er op in en betrekt een lid van de PvdA-fractie in het gesprek. Dle zegt: "Die ene crimineel erbij kan ons niet schelen. Er lopen zoveel criminelen in Nederland rond!" Daaruit kan worden opgemaakt dat alle mooie woorden over bestriiding van criminaliteit vals zijn, evenals de woorden zijdens de overheld, uitgesproken bii de begrafenis of herdenking van de slachtoffers van die criminelen. Radio-verslaggever Kees Sorgdrager wordt door mij over hetzelfde punt aangesproken. Hij herhaalt het PvdA-stand~unt, maar dan racistisch gei~kt: "Er lopen zoveel Nederlandse crimlnelen rond dat daar allochtone criminelen tegenover moeten staan". "U bent dus voor het verhogen van de criminaliteit in ons land?" "Die zie ik liever stijgen dan dat we uw partij promoten", is het crimineel getinte antwoord van de zoveelste links-gehersenspoelde journalist. Er is wel publiciteit geweest rond de hele aanval op het beleid inzake de naturalisaties. Het debat en de verzoeken hebben dan ook wel gevolgen, maar geheel anders dan ik verwachtte. In de eerste plaats gaan de medewerkers van de bibliotheek der TK de naturalisatie-dossiers niet meer buiten kantooruren ter inzake leggen. De dossiers mogen slechts door Kamerleden worden ingezien, niet door de fractiemedewerkers. Overigens ben ik het enige Kamerlid dat belangstelling vertoont. Met de heer Kerkhof van de griffie ga ik bezwaar maken, maar de kast blijft gesloten buiten kantooruren. Dat is wel een belemmering, maar geen onoverkomelijk bezwaar. Het andere Kamerwerk lijdt enigszins onder het gepest in die zin dat ik aan sommige debatten niet kan deelnemen. Een meevaller is dat ambtenaren van de desbetreffende dienst van het MvJ mij de nummers van de kwalijke dossiers doen toekomen! In de tweede plaats wordt nu opeens haast gemaakt met een wetswijziging welke de controle van de naturalisatie-dossiers onder de Tweede Kamer vandaan haalt. Die wet is versneld aangenomen en uit is het met de controles. Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat de boel totaal niet klopt, dat heeft het ook niet gedaan toen ik het wel controleerde. Daarbij komt dat het aantal naturalisaties gaan oplopen tot vele tiendulzenden per jaar. Stemvee voor de socialisten moet mevrouw Haas gedacht hebben. De andere partijen kijken toe. Miin herinnering zegt me dat op de lagere school in Gouda in de Sp1eringstraat de onderwijzer Roelofs in de vijfde klas heeft uitgelegd dat mensen uit een ander land Nederlander kunnen worden door naturalisatie. De kindertjes werd uitgelegd dat zo een geval goed bekeken moet worden en dat Kamerleden dat moeten controleren om fouten te voorkomen. In de verste verten was toen niet te voorzien dat die controle-activiteiten door toedoen van een van zijn leerlingetjes ruim veertig jaar later zouden worden afgeschaft. Mevrouw Haas-Berger heeft een fatsoenlijke deuk opgelopen. Haar reputatie is behoorlijk geschaad. Dat is terecht, want zij heeft als voorzitter gefaald door zulk beleid ongecontroleerd te steunen. Daardoor heeft zij het ondermijnen van de Nederlandse samenleving bevorderd! Naar mijn idee is de PvdA mede schuldig aan moordpartijen die door criminele allochtonen hier worden bedreven. Het wachten is op excuses van Wim Kok. Haas-Berger reageert haar frustraties af door me op een of andere vergadering NSB-er te noemen. De publicatie in de krant is duidelijk. Ik schakel onmiddelliik mr Van Heijningen in. Zijn aanbod excuses voor de uitspraak aan te bieden negeert Haas. Dus naar de rechter. Tijdens de procedure biedt ze de advocaat aan bij stoppen van het proces de vergelijking met de NSB niet meer te zullen herhalen. Daar laten we het bij. Intussen heeft Kamervoorzitter Dolman op een studentenvergadering in Leiden ook al de vergelijking met de NSB getrokken. Indachtig de taktiek van Ome Joop: "discussies worden verloren, dus maar schelden" begeeft hij zich ook op dat pad. De socialisten zetten alle middelen in, legaal en illegaal om de CP te remmen. Ik vraag onmiddellijk een gesprek met de Kamervoorzitter aan. Ik deel hem mee dat hij dat soort vergelijkingen achterwege moet laten. "Ik zal het deze keer bij de mondelinge waarschuwing laten, maar een volgende keer sleep ik ook U voor de rechter." Dolman kijkt sip. "Is dat het" reageert Hij. "Dat is het. Goedenmiddag." Socialisten moet je met hun eigen wapens bestrijden. Afbluffen dus. Intussen nadert het Paasreces. Een ongelooflijk voordeel van deze baan is dat er drie maanden van het jaar nlet vergaderd wordt. Die tijd kan anders ingevuld worden, met partijwerk, voorbereiden van debatten of vakantie. U kiest maar! Ik kies voor vakantie en vraag Monica of ze mee wil. Maar ze kan niet, dus de lol raakt er weer snel vanaf. Tot ze twee dagen later tijdens het diner met de andere medewerkers zegt: "Ik zou best wel op vakantie willen." Ik heb de wenk begrepen en we plannen een reisdoel: New York. Visa's worden aangevraagd en ik bezoek de Amerikaanse Ambassade. Ik leg de aanvraag uit en krijg de visa onmiddellijk. KLM-tickets worden besteld. Ze zijn naar verhouding erg goedkoop. Hotelkamer op Manhatten wordt besteld en we kunnen gaan. Monica heeft thuis verteld dat ze met een reisgezelschap van internationale politieke medewerksters naar de VN gaat. De reis met de Jumbo verloopt voorspoedig. We gaan bijna net zo snel als de zon, dus is het een lange dag. Als we om ongeveer 19.00 uur op Kennedy Airport landen is de schemering ingevallen. We nemen een taxi naar Manhatten, waar we een kamer in het Taft Hotel hebben geboekt. Monica vraagt aan de chauffeur: "Do You smoke?" "I have to", is het laconieke antwoord, daarmede aangevend dat hij altijd wel in de sigarettenrook zit. Ze biedt hem een cigaret aan, en hoewel ik die nooit rook, doe ik maar mee. De taxi brengt ons voor de ingang van het hotel. Gelukkig, we worden wel moe, ook van het kijken van de ene verlichte wolkenkrabber naar de andere. Ze wedijveren met elkaar om hoger dan hoogst. Het hotel heeft een grote hal, nagenoeg kaal met een stenen vloer. In het midden staat een grote stenen kiosk, die dienst doet als de receptie. Het is tamelijk druk, maar zeer ongezellig. De slaapkamer gevindt zich op de zoveelste verdieping in een lange gang. Het kamertje is klein, heeft een vernstertje naar een binnenplaatsje,
|
|