Naomi Klein (1970) staat op de elfde plaats in de Global Intellectuals Poll, een lijst met de 100 belangrijkste intellectuelen wereldwijd, in 2005 samengesteld door lezers van de tijdschriften Prospect en Foreign Policy; daarmee is zij de hoogstgenoteerde vrouw.
Klein schrijft columns voor The Nation en The Guardian. Klein werd het boegbeeld van de andersglobalisten na het verschijnen van haar eerste boek No Logo (2000). Hierin beschrijft zij de negatieve effecten van de globalisering en de overheersing van merken en marketing. Het boek werd vertaald in 28 talen en behaalde een oplage van meer dan een miljoen exemplaren.
In haar onlangs verschenen bestseller De Shockdoctrine. De opkomst van het rampenkapitalisme (2007) betoogt zij dat de overheid en het bedrijfsleven gebruikmaken van rampen, oorlogen en revoluties om snel een vrijemarkteconomie door te voeren. Voor De Shockdoctrine verbleef Klein onder meer in Irak, Azië, New Orleans en Argentinië.
Joris Luyendijk zoekt Klein op in haar woonplaats Toronto. Aan de hand van door haar gekozen fragmenten spreekt hij met haar onder meer over de huidige situatie in Irak en de gevolgen van de orkaan Katrina. Haar opvoeding in een politiek geëngageerd gezin komt ook aan bod, net als haar nimmer aflatende drang steeds weer te wijzen op misstanden in de wereld en haar vermogen daarbij positief te blijven.
Voor haar aflevering Wintergasten koos Klein onder meer een fragment uit Disney’s Fantasia, een lofzang van Arnold Schwarzenegger op topeconoom Milton Friedman en beelden uit de indrukwekkende en nog steeds actuele film La Battaglia di Algeri (1966) van Gillo Pontecorvo over de onafhankelijkheidsstrijd in Algerije.